Aanscherping aansprakelijkheid bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen

Plichtsverzuim door bestuurders en toezichthouders van rechtspersonen kan leiden tot schade bij rechtspersonen en daaraan verbonden belanghebbenden. Soms is het mogelijk om deze schade te verhalen op de falende bestuurders en/of toezichthouders. Op dit moment bepaalt de wet dat een bestuurder van een rechtspersoon jegens de rechtspersoon aansprakelijk is terzake van onbehoorlijk bestuur, tenzij hem daarvan geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit geldt op grond van de huidige wet ook voor commissarissen van naamloze en besloten vennootschappen terzake van onbehoorlijk toezicht. Deze aansprakelijkheidsnorm geldt op dit moment evenwel niet zonder meer voor toezicht-houders van stichtingen en verenigingen. Als het aan de wetgever ligt, zal dit veranderen. Wat staat functionarissen van stichtingen en verenigingen te wachten?

Aansprakelijkheid bestuurders

Wettelijk uitgangspunt is dat bestuurders van alle rechtspersonen jegens een rechtspersoon voor het geheel aansprakelijk kunnen zijn voor schade als gevolg van onbehoorlijk bestuur, tenzij de aangesproken bestuurder daarvan geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit geldt zowel voor bestuurders van commerciële rechtspersonen (zoals besloten vennoot-schappen, naamloze vennootschappen, commerciële stichtingen en commerciële verenigingen) als voor bestuurders van niet-commerciële rechtspersonen, zoals stichtingen en verenigingen die niet zijn onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting.

Aansprakelijkheid commissarissen

Voor toezichthouders van rechtspersonen geldt een vergelijkbare aansprakelijkheidsregeling terzake van onbehoorlijk toezicht, met dien verstande dat toezichthouders van commerciële stichtingen en commerciële verenigingen op dit moment alleen in geval van faillissement op grond van onbehoorlijk toezicht kunnen worden aangesproken. Voor aansprakelijkheid op grond van onbehoorlijk toezicht bij commerciële stichtingen en verenigingen buiten faillissement en voor aansprakelijkheid op grond van onbehoorlijk toezicht bij niet-commerciële stichtingen en verenigingen, biedt de wet op dit moment geen specifieke grondslag. De wetgever werkt aan een wet die dit moet veranderen, de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen.

Uniformering aansprakelijkheidsnorm behoorlijk bestuur en behoorlijk toezicht

Het primaire doel van de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen is het creëren van uniforme aansprakelijkheidsnormen voor bestuurders en toezichthouders van alle rechtspersonen. Volgens het voorontwerp van de wet moeten bestuurders en toezicht-houders van rechtspersonen zich bij de uitvoering van hun taak “richten naar het belang van de rechtspersoon en de met hem verbonden organisatie”. In de toelichting op het voorontwerp van de wet staat dat in sectorale regelgeving aanvullende taken en bevoegd-heden aan toezichthouders kunnen worden toegekend indien daaraan behoefte zal bestaan gelet op specifieke (publieke) belangen.

Voor toezichthouders van rechtspersonen is de wetgever voornemens een aparte wettelijke grondslag voor interne aansprakelijkheid te creëren. Uit het voorontwerp van de wet volgt dat een toezichthouder van een rechtspersoon op grond van de nieuwe regeling aansprakelijk kan worden gesteld voor schade als gevolg van onbehoorlijk toezicht op het bestuur en de algemene gang van zaken, “tenzij hem geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van onbehoorlijk toezicht af te wenden”. Het idee is om deze aansprakelijkheidsnorm te laten gelden voor alle stichtingen en verenigingen, dus ook voor niet-commerciële stichtingen en verenigingen.

Faillissementsaansprakelijkheid bij niet-commerciële stichtingen en verenigingen

Op dit moment kunnen falende bestuurders en toezichthouders van commerciële stichtingen en verenigingen in het geval van faillissement aansprakelijk worden gesteld op grond van kennelijk onbehoorlijke uitvoering van hun taak. Niet-commerciële stichtingen en verenigingen zijn in de huidige wet buiten deze faillissementsaansprakelijkheid gehouden, omdat de meeste functionarissen van dergelijke niet-commerciële stichtingen en verenigingen hun taak doorgaans niet beroepsmatig uitvoeren. In het voorontwerp van de wet wordt voorgesteld om deze norm voor faillissementsaansprakelijkheid ook van toepassing te laten zijn op functionarissen van niet-commerciële stichtingen en verenigingen. Als de wensen van de wetgever werkelijkheid worden, zal dit tot gevolg hebben dat bestuurders en toezichthouders van niet-commerciële stichtingen en verenigingen in faillissementssituaties in de toekomst ook aansprakelijk zullen kunnen worden gesteld voor het faillissementstekort.

Zorgen en vragen

Hoewel de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen zich pas in de ontwerpfase bevindt, leiden de ideeën van de wetgever nu al tot zorgen. De beoogde uniformering van de aansprakelijkheidsnormen verhoogt immers het risico waaraan bestuurders en toezichthouders van met name kleine en niet-professioneel georganiseerde stichtingen en verenigingen zullen worden blootgesteld. Hoe zullen de nieuwe aansprakelijkheidsnormen door de rechter worden toegepast? Hoe zullen de nieuwe aansprakelijkheidsnormen het functioneren van bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen beïnvloeden? Hoe kunnen bestuurders en toezichthouders van stichtingen en verenigingen zich tegen nieuwe aansprakelijkheidsrisico’s wapenen? Het is op dit moment nog niet bekend wanneer de nieuwe regels precies in werking zullen treden. Zodra het zover is, helpen wij u graag om uw organisatie daarop aan te passen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.