Aansprakelijkheid en mededingingsrecht

In de editie van juni 2017 van het Advocatenblad verscheen de kroniek aansprakelijkheidsrecht. Hierin passeerden de meest in het oog springende ontwikkelingen in het aansprakelijkheidsrecht van 2016 de revue. Esther van Aalst en Flip van der Kraan beschreven wat de belangrijkste ontwikkelingen waren op het vlak van aansprakelijkheid voor een overtreding van het mededingingsrecht. 

In de bijdrage wordt stilgestaan bij vier thema’s waar zich in 2016 belangrijke ontwikkelingen voordeden in wetgeving of in de rechtspraak van het Hof van Justitie (HvJ) en de Hoge Raad (HR). Er wordt met name stilgestaan bij de thema’s inzake aansprakelijkheid van de moederonderneming voor overtredingen van het mededingingsrecht door dochterondernemingen, aansprakelijkheid voor overtredingen begaan via onafhankelijke dienstverleners, kartelschadeclaims en de implementatie van de kartelschaderichtlijn.

Aansprakelijkheid moederonderneming voor overtreding van haar dochter

Op basis van de economische eenheidsdoctrine worden moederondernemingen en hun 100% deelnemingen gezien als één onderneming. Hoofdelijke aansprakelijkheid van de moeder wordt dan verondersteld. Dit geldt zowel voor de boete als voor schadeclaims van derden zoals afnemers.

De moeder kan slechts aan aansprakelijkheid ontkomen wanneer zij aantoont dat zij ondanks haar (bijna) 100% aandeelhouderschap geen beslissende invloed had op de dochteronderneming. In de kroniek bespreken we twee recente arresten, Repsol en Evonik Degussa, waaruit weer eens bleek hoe lastig het is om als moeder aansprakelijkheid te voorkomen. In de ene zaak werd het verweer gevoerd dat er geen gebruik was gemaakt van de mogelijkheid zeggenschap uit te oefenen (Repsol) en in de andere zaak werd aangevoerd dat de dochter niet alle instructies, in dit geval de instructie om in overeenstemming met het mededingingsrecht te handelen, van de moeder opvolgde (Evonik Degussa). Geen van die verweren slaagde.

Deze problematiek en de recente ontwikkelingen worden in de kroniek verder toegelicht.

Aansprakelijkheid via onafhankelijk dienstverleners

In het arrest VM Remonts heeft het HvJ voorwaarden geformuleerd waaronder overtredingen van het mededingingsrecht kunnen worden toegerekend aan opdrachtgevers wanneer die zijn gecoördineerd of begaan door hun (onafhankelijke) dienstverleners. Lees de kroniek en de blog ‘Hof: onderneming kan via onafhankelijke dienstverlener bij kartel worden betrokken’ voor meer informatie over het oordeel van het HvJ en de voorwaarden voor toerekening van een overtreding aan opdrachtgevers.

Recht op schade voor gedupeerde afnemers van karteldeelnemers

In de zaak tussen TenneT en ABB oordeelden de Hoge Raad op 8 juli 2016 en de rechtbank Gelderland op 29 maart 2017 dat ABB TenneT’s schade moet vergoeden. De rechtbank stelde de vergoeding vast op ruim EUR 23 miljoen, vermeerderd met rente. Het bedrag aan rente was bijna twee keer zo hoog als de schadevergoeding: in totaal moest ABB aan TenneT een bedrag van ruim EUR 68 miljoen betalen.

De aanleiding voor de schadevergoeding was ABB’s deelname aan het zogenaamde GIS-kartel. Tijdens dat kartel verdeelden producenten van gasgeïsoleerd schakelmateriaal (gebruikt in o.a. hoogspanningskabels) onderling de Europese en Japanse markt. Zo maakten zij afspraken over aanbestedingen en wisselden zij concurrentiegevoelige informatie uit. Door het kartel werd de concurrentie beperkt, waardoor de prijzen kunstmatig werden hooggehouden.

TenneT nam gedurende het kartel producten af van ABB. De schade van TenneT zou bestaan uit de prijsopslag als gevolg van het kartel. Volgens ABB had TenneT geen schade geleden omdat zij de prijsopslag zou hebben doorberekend aan de (eind)gebruikers van elektriciteit. De Hoge Raad geeft in zijn arrest handvatten voor de beoordeling van een dergelijk doorberekeningsverweer (in vaktermen: passing on). Op basis van die handvatten, maar meer nog op basis van  een aantal bijkomende bijzonderheden, verwerpt de rechtbank Gelderland ABB’s doorberekeningsverweer.

De ontwikkelingen in deze belangrijke Nederlandse kartelschadezaak worden in de kroniek verder toegelicht.

Implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht

In 2014 werd de Europese richtlijn 2014/104/EU, ook wel de kartelschaderichtlijn van kracht. Deze richtlijn zou het afnemers van karteldeelnemers makkelijker maken om hun schade als gevolg van het kartel vergoed te krijgen. In Nederland is de kartelschaderichtlijn bij wet van 25 januari 2017 omgezet naar nationale wetgeving: de Implementatiewet richtlijn privaatrechtelijke handhaving mededingingsrecht.

De wet introduceerde enkele nieuwe bepalingen en wijzigingen aan bestaande bepalingen in boek 6 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Een samenvatting van de belangrijkste ontwikkelingen, zoals de introductie van hoofdelijke aansprakelijkheid van karteldeelnemers en het vermoeden van een oorzakelijk verband tussen het kartel en de schade, kan in de kroniek worden teruggelezen.

Esther van Aalst, Flip van der Kraan, advocaten mededingingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.