Aansprakelijkheid van trustdirecteuren

De hoofdregel is dat een bestuurder van een rechtspersoon jegens derden niet persoonlijk aansprakelijk is voor schade door bestuurshandelingen. Bijzondere omstandigheden kunnen echter tot gevolg hebben dat een bestuurder toch persoonlijk aansprakelijk is, bijvoorbeeld op grond van onrechtmatige daad. Dit geldt – zo blijk ook uit een recente uitspraak – ook voor trustdirecteuren.

Bij trustvennootschappen wordt het bestuur veelal gevoerd door trustkantoren. In de praktijk zijn de inhoudelijke activiteiten van trustvennootschappen relatief beperkt en afhankelijk van en onderworpen aan het beleid en de visie van het concern waarvan zij deel uitmaken. Trustkantoren dienen vaak louter als beheerder van administratie of als postadres van een trustvennootschap. De werkzaamheden van trustdirecteuren beperken zich doorgaans dan ook tot het bijhouden en publiceren van vennootschapsadministratie en het uitvoeren van concerninstructies.

De wet maakt geen onderscheid tussen trustdirecteuren en andere bestuurders. Ondanks hun relatief beperkte bestuurstaak zijn trustdirecteuren net als andere bestuurders gehouden tot een behoorlijke vervulling van de aan hen opgedragen bestuurstaak. Daarbij dienen zij de belangen van alle stakeholders van de vennootschap, zoals de aandeelhouders, werknemers en crediteuren in acht te nemen. De wet stelt aan het optreden van trustdirecteuren dan ook dezelfde eisen als aan het optreden van andere bestuurders.

Dit houdt in dat trustdirecteuren jegens een vennootschap persoonlijk aansprakelijk kunnen zijn, indien zij hun taak als bestuurder onbehoorlijk hebben vervuld en aan hen hiervan een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ook jegens derden kunnen trustdirecteuren persoonlijk aansprakelijk zijn, indien aan hen van een bepaalde schadeveroorzakende gedraging persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Daarvan zal bijvoorbeeld sprake kunnen zijn indien een trustbestuurder namens de vennootschap jegens een derde verplichtingen aangaat waarvan hij weet of behoort te weten dat de vennootschap deze verplichtingen niet zal kunnen nakomen en geen verhaal biedt.

Een recent arrest van het Hof Amsterdam maakt dit nogmaals manifest. In deze zaak achtte het hof een trustbestuurder, ondanks diens beperkte betrokkenheid bij de schadeveroorzakende transactie, jegens de fiscus persoonlijk aansprakelijk voor de door de fiscus geleden schade wegens het niet (kunnen) betalen door de vennootschap van een naheffingsaanslag. De trustbestuurder in kwestie beriep zich tevergeefs erop dat hij – conform de algemeen aanvaarde trustpraktijk – gedurende zijn bestuurstermijn slechts een administratieve en uitvoerende rol had vervuld en (krachtens een managementovereenkomst) strikt heeft gehandeld volgens de instructies van zijn principaal, zodat de schadetoebrengende gedraging niet aan hem zou zijn toe te rekenen. Het hof verwierp dit verweer en benadrukte dat een trustbestuurder zich jegens derden niet kan beroepen op (contractuele) beperkingen van zijn taken en verantwoordelijkheden, daar waar een derde erop moet kunnen vertrouwen dat de vennootschap haar verplichtingen nakomt. Van een behoorlijk optredend bestuurder kan, aldus het hof, worden verlangd dat hij zich geïnformeerd houdt ten aanzien van de mogelijke (fiscale) gevolgen van activiteiten die binnen de rechtspersoon worden ontplooid.

Niet iedere fout van de directie zal automatisch leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid. Bij de beoordeling of een gedraging persoonlijke aansprakelijkheid oplevert, moet worden gekeken naar alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Bovengenoemd arrest van het Hof Amsterdam maakt echter duidelijk dat men zich ervan bewust dient te zijn dat de bijzondere positie van een trustbestuurder een trustbestuurder niet van het risico op persoonlijke aansprakelijkheid vrijwaart.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.