Aard en omvang van schade na een bedrijfsongeval met een motorkettingzaag

Aard en omvang van schade na een bedrijfsongeval met een motorkettingzaag

De Kantonrechter Groningen oordeelde in een tussenvonnis dat werkgever niet heeft voldaan aan de zorgplicht en dat deze aansprakelijk is voor de door werknemer geleden en te lijden schade ten gevolge van een bedrijfsongeval. Werknemer wordt vervolgens door de kantonrechter in de gelegenheid gesteld om de aard en de omvang van de schade uiteen te zetten. Werknemer vordert een geldbedrag van in totaal ruim € 32.000,-. Dit bedrag bestaat onder andere uit smartengeld en gemiste loon. Werkgever verweert zich door te stellen dat werknemer de geleden en te lijden schade onvoldoende heeft onderbouwd. De kantonrechter oordeelt uiteindelijk dat werknemer recht heeft op ruim € 3.000,- en verwijst daarbij naar vergelijkbare gevallen.

Feiten
Nadat de Kantonrechter Groningen reeds in een tussenvonnis oordeelde dat werkgever niet heeft voldaan aan de zorgplicht, stelt de kantonrechter werknemer in de gelegenheid zich uit te laten over de aard en de omvang van de schade ten gevolge van een bedrijfsongeval met een motorkettingzaag. Het letsel van werknemer bestaat uit peesletsel in de rechtervoet.

Standpunt werknemer
Onder verwijzing naar een rapport van een verzekeringsarts, waaruit volgt dat het niet aannemelijk is dat verdere verbetering zal optreden ten aanzien van het gevoelsverlies en er sprake is van beperkte beweeglijkheid van de kleine teen, vordert werknemer een geldbedrag van in totaal ruim € 32.000,-. Werknemer vordert het gemiste loon in de periode vanaf het bedrijfsongeval tot de datum van het einde dienstverband (29 september 2010 tot 29 oktober 2010). Hierbij telt werknemer ook het loon van de uren die hij extra had kunnen werken in diezelfde periode. Vanaf 1 februari 2011 is werknemer weer in staat arbeid te verrichten, maar in de daarop volgende maanden ontvangt hij geen loon. Dit terwijl, wanneer het ongeval niet had plaatsgevonden, werknemer zijn werk en loon zou hebben behouden over die maanden. Dit gemiste loon vordert werknemer daarom ook. Voorts stelt werknemer dat hij, nu hij door zijn blijvende beperkingen moeilijker aan werk komt, recht heeft op € 7.500,- aan smartengeld. Tot slot vordert werknemer een geldbedrag voor het inschakelen van de verzekeringsarts en een bedrag aan overige kosten.

Verweer werkgever
Werkgever stelt onder andere dat de onderzoeksactiviteiten van de verzekeringsarts zich hebben beperkt tot een gesprek met werknemer en het beoordelen van de al aanwezige stukken. Vervolgens stelt werkgever dat de gestelde schade (onvoldoende) is onderbouwd. Volgens werkgever was werknemer vanaf halverwege november 2010 in staat arbeid te verrichten en als zodanig loon te ontvangen. Dat werknemer vanaf dat moment geen werk had, staat volgens werkgever niet in causaal verband met het bedrijfsongeval. Daarnaast kunnen de kosten van de verzekeringsarts volgens werkgever niet als schade worden aangemerkt.

Beoordeling Kantonrechter Groningen 24 oktober 2012, LJN BY8805
In tegenstelling tot hetgeen werknemer vordert, oordeelt de kantonrechter dat werknemer recht heeft op een bedrag ter hoogte van ruim € 3.000,-.

Gemiste inkomsten
De kantonrechter stelt vast dat werknemer in de periode van 29 september 2010 tot 29 oktober 2010 loon heeft ontvangen. Voorts oordeelt de kantonrechter dat werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat hij in diezelfde maand extra uren had kunnen werken en deze inkomsten hierdoor is misgelopen. Daar werknemer bijvoorbeeld een urenstaat en/of loonspecificaties niet heeft ingebracht, kan ervan worden uitgegaan dat werkgever het gebruikelijke salaris heeft doorbetaald. De kantonrechter stelt tevens dat, nu niets anders is gesteld of gebleken is, de periode van arbeidsongeschiktheid tot halverwege november 2010 in causaal verband staat met het bedrijfsongeval. Over deze periode dient dan ook het gemiste loon aan werknemer te worden toegekend. De kantonrechter oordeelt echter dat werknemer onvoldoende heeft onderbouwd dat hij ook na deze periode arbeidsongeschikt zou zijn. Hierdoor wordt het gevorderde geldbedrag aan gemiste inkomsten na deze periode niet toegewezen.

Smartengeld
Met betrekking tot de hoogte van het smartengeld oordeelt de kantonrechter dat dit bedrag naar redelijkheid en billijkheid wordt vastgesteld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de omstandigheden van het geval. Daarbij merkt de kantonrechter op begrip te hebben voor de hinder ten gevolge van het letsel, maar dat werknemer wel weer in staat is zijn arbeid uit te voeren. Met een verwijzing naar vergelijkbare gevallen concludeert de kantonrechter dat werknemer een bedrag van € 2.000,- dient te ontvangen aan smartengeld. Met betrekking tot de gemaakte kosten voor het rapport van de verzekeringsarts oordeelt de kantonrechter dat partijen dit beiden voor de helft dienen te betalen. Tot slot wordt geoordeeld dat werknemer de overige kosten, zoals de reiskosten, niet deugdelijk heeft onderbouwd. Deze kosten komen derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

Dit artikel is eerder verschenen in OpMaat Arbeidsrecht, 25 januari 2013.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.