ACM beboet werknemers wegens het leidinggeven aan kartelafspraken

De Nederlandse producent van natuurazijn Burg B.V. (“Burg”) is op 11 augustus 2015 door de Autoriteit Consument en Markt (“ACM”) beboet omdat zij samen met haar Duitse concurrent Carl Kühne KG (“Kühne”) bijna 11 jaar lang betrokken was bij een kartel in de verkoop van natuurazijn. Zo werden er, door het afstemmen van prijzen en uitwisselen van volumestromen, klanten verdeeld en behouden. Meer bijzonder is dat naast Burg twee van haar werknemers beboet worden omdat zij leiding gaven aan de kartelafspraken en één van hen zich onterecht op zijn zwijgrecht had beroepen. Kühne en haar drie betrokken werknemers ontspringen de dans door een geslaagd clementieverzoek. Dit is een goed voorbeeld van het gevaar dat niet alleen een bedrijf, maar ook haar leidinggevenden lopen bij het overtreden van het mededingingsrecht.

Zowel Kühne als Burg zijn actief in de foodbranche. Meer in het bijzonder zijn zij veruit de grootste leveranciers in Nederland van natuurazijn aan industriële afnemers, die natuurazijn verder verwerken in sauzen, salades en augurken. Kühne en Burg hielden een aantal bestaande, maar niet-gedeelde klantrelaties in stand, door bij deze klanten prijzen af te stemmen en/of prijs- en volumegegevens uit te wisselen, waarbij er bewust hoger werd geoffreerd bij bestaande klanten van de andere partij. Daarnaast hielden Burg en Kühne hun volumeverhoudingen bij gedeelde klanten in stand, eveneens door prijzen af te stemmen en/of prijs- en volumegegevens uit te wisselen en deze verhoudingen te handhaven. Deze handelingen hadden het doel te voorkomen dat klanten niet zouden overstappen naar de ander en dus om de concurrentie te beperken. Dit is in strijd met het Nederlandse en Europese kartelverbod.

Volgens het Nederlandse recht kunnen natuurlijke personen zoals bestuurders maar ook ‘gewone’ werknemers die leiding geven aan verboden praktijken begaan door een onderneming, zoals de overtreding van het kartelverbod, mede verantwoordelijk worden gehouden voor die gedragingen. Tijdens het onderzoek richtte de ACM haar pijlen dan ook niet alleen op Kühne en Burg, maar ook op de personen die binnen de bedrijven leiding gaven aan de kartelafspraken. Omdat Kühne en haar drie betrokken werknemers eind 2012 het kartel aan het licht brachten en vervolgens volledig hebben meegewerkt met de ACM, verkregen zij op basis van het zogenaamde clementiebeleid van de ACM volledige boete-immuniteit.

Voor Burg betekent de openbaring van Kühne echter dat er een boete van ruim EUR 1.8 miljoen opgelegd wordt. Ook twee werknemers van Burg (de heren “D” en “E”) komen er niet zonder kleerscheuren van af. Zo vindt de ACM bezwaarlijk dat zij geen maatregelen hebben genomen om de kartelafspraken te voorkomen respectievelijk dat zij zich actief hebben ingezet om de kartelafspraken te realiseren. D had kennis van de kartelafspraken en gaf leiding aan E die op zijn beurt de contacten met concurrent Kühne onderhield in het kader van de kartelafspraken. Door de kennis die D had en omdat hij als leidinggevende niet ingreep, wordt hij door de ACM als overtreder aangemerkt. Hij krijgt vanwege zijn initiërende rol en zijn inkomen dan ook een persoonlijke boete van EUR 54.000. Dit is een door de ACM verlaagd bedrag, omdat D op basis van de zogenaamde vereenvoudigde afdoening bij de ACM zijn handelingen erkende. E, die weliswaar onder leiding van D stond, had volgens de ACM voldoende autonomie om een einde te kunnen maken aan de kartelafspraken tussen Burg en Kühne. Hij onderhield immers het contact tussen de karteldeelnemers. Aanvankelijk stelt de ACM het boetebedrag vast op EUR 15.000, maar de ACM is van mening dat E zich tijdens het onderzoek onterecht heeft beroepen op zijn zwijgrecht. Het boetebedrag wordt dan ook verhoogd met 20%. Nadat E uiteindelijk zijn handelingen heeft erkend wordt ook zijn boete verlaagd met 10% tot een bedrag van EUR 16.000.

Het geheel van vijf besluiten van de ACM, maar met name de twee besluiten ten aanzien van de heren D en E, zijn interessant. Veel personen die binnen een bedrijf feitelijk betrokken zijn bij kartelafspraken realiseren zich op voorhand niet dat ook zij een risico lopen om beboet te worden. Deze besluiten geven aan dat dit risico er wel is en bovendien reëel. Ook de afweging van E om zich tijdens het onderzoek zich te beroepen op zijn zwijgrecht was blijkbaar een bad call: het niet volledig meewerken met de ACM kan leiden tot verhoging van de boete of zelfs tot een zelfstandige boete. Het is de vraag of deze besluiten een gevolg zullen krijgen, aangezien de ACM en de betrokkenen de zaak vereenvoudigd hebben afgedaan. Hierdoor staat het handelen van Burg, D en E namelijk vast. Bezwaar en mogelijk beroep zou dan waarschijnlijk alleen gaan zien op de vaststelling van de hoogte van de boetes. Een twistpunt zou dan kunnen zijn dat E zich in de ogen van de ACM onterecht op zijn zwijgrecht had beroepen.

Heeft u in de periode van 2001 tot en met 2012 natuurazijn direct van Burg en/of Kühne afgenomen of heeft u producten gekocht waarin dit natuurazijn verwerkt was? Dan is het waarschijnlijk dat u te veel voor dit product heeft betaald en wellicht schade heeft geleden. Aangezien het vaststaat dat Burg en Kühne het mededingingsrecht hebben overtreden door een kartel te sluiten, zult u uw schade kunnen verhalen.

Ga naar de vijf besluiten van de ACM

 

   

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.