Afgebroken onderhandelingen

Stel: een internationale producent van elektronica en een logistieke dienstverlener praten over een mogelijke samenwerking. De dienstverlener zal een logistieke hub opzetten ten behoeve van de distributie van de producten van de elektronicagigant. Het spreekt voor zich dat er bij een dergelijke samenwerking al in de onderhandelingsfase aanzienlijke (onderzoeks)kosten gemaakt worden. Wat als één van de partijen tijdens de onderhandelingen opeens besluit van de samenwerking af te zien?

Het gaat bij afgebroken contractsonderhandelingen om een situatie die spiegelbeeldig is aan die waarin één van beide contractanten onder een bestaande overeenkomst uit wil. Partijen hebben juist nog geen contract afgesloten. Zij zijn daarover echter al wel in onderhandeling en die onderhandelingen worden opeens afgebroken. Dit onderwerp kan geplaatst worden in de sleutel van de crisis. Allerlei omstandigheden kunnen aan de totstandkoming van een samenwerking in de weg staan. De onmogelijkheid om een lening af te sluiten, een plotseling debacle door het faillissement van een belangrijke zakenpartner. Mogen partijen onderhandelingen zomaar afbreken?

Het antwoord luidt: in de regel wel. Er is immers nog geen contract en - in tegenstelling tot de situatie waarin partijen al wel verplichtingen zijn aangegaan en dus gebonden zijn aan het contract - geldt hier het beginsel van de contractsvrijheid. Eigen aan een markteconomie is dat partijen vrij zijn een overeenkomst te sluiten met wie en wanneer zij willen. Dit betekent dat zij in principe vrij moeten zijn om onderhandelingen af te breken als zij toch geen brood in een samenwerking zien. Maar er zijn uitzonderingen.

In de rechtspraak is namelijk bepaald dat partijen in de onderhandelingsfase gehouden zijn rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van hun onderhandelingspartner. Dit kan meebrengen dat men zich niet (zonder meer) aan onderhandelingen kan onttrekken.

Er worden drie fasen onderscheiden. Allereerst de fase waarin het afbreken van onderhandelingen zonder meer geoorloofd is. Dat is hoofdregel. Vervolgens is er een situatie waarin afbreken mag, maar niet zonder dat bepaalde kosten van de andere partij vergoed worden. Ten slotte is er een zeldzame derde fase, waarin het niet meer vrijstaat om onderhandelingen af te breken. Wil een partij toch niet met de ander in zee, dan kan laatstgenoemde vorderen dat op constructieve wijze dooronderhandeld wordt of dat zijn schade (inclusief gederfde winst) vergoed wordt.

Deze problematiek speelt vooral bij onderhandelingen over complexe contracten, waarbij grote belangen betrokken zijn en er al in de onderhandelingsfase investeringen gedaan zijn. Zoals in het geval van de elektronicagigant en de logistieke dienstverlener, verdient het dan aanbeveling vooraf afspraken te maken over de onderhandelingsfase en deze vast te leggen in een ‘voorovereenkomst’. Daarin kan men bijvoorbeeld afspreken wie bepaalde (ontwikkelings)kosten betaalt als men toch niet tot elkaar zou komen.

(Deze publicatie is eerder als column verschenen in het Nieuwsblad Transport)

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.