Afwijzing van vertrouwelijkheid van communicatie tussen onderneming en interne advocaat

Advocaten hebben een verschoningsrecht. Zij kunnen niet worden verplicht om te getuigen en derden kunnen geen inzage vorderen in hun dossiers. Tot voor kort was het onzeker of dit verschoningsrecht ook toekomt aan advocaten die in loondienst zijn, zogenaamde Cohen-advocaten. Over deze vraag deed de hoogste Europese rechterlijke instantie vorige week (14 september 2010) een belangrijke uitspraak.

Februari 2003. De Europese Commissie en de Engelse mededingingsautoriteiten doen een inval bij Akzo Nobel Chemicals (“Akzo”) en haar dochteronderneming Akcros Chemicals (“Akcros”) die worden verdacht van het maken van kartelafspraken. De ambtenaren nemen inzage in e-mails die zijn gewisseld tussen bestuursleden en interne advocaten. De ondernemingen maken hier bezwaar tegen en wijzen op het verschoningsrecht van hun advocaten. De Europese Commissie volhardt echter dat zij bevoegd is om van de e-mails kennis te nemen en heeft het voornemen de e-mails in het onderzoek te betrekken.

Akzo en Akcros gaan in beroep bij het Gerecht van Eerste Aanleg. Er voegen zich een aantal beroepsverenigingen als belanghebbenden. De Nederlandse Orde van Advocaten stelt dat interne advocaten kunnen beschikken over een verschoningsrecht aangezien hun gedragsregels professionele onafhankelijkheid voorschrijven en (dus) integriteit waarborgen. Het Gerecht van Eerste Aanleg oordeelt echter dat interne advocaten – als het gaat om mededingingsrechtelijke overtredingen van hun werkgevers - geen beroep kunnen doen op het verschoningsrecht aangezien zij in een hiërarchisch ondergeschikte positie staan ten opzichte van de cliënt c.q. hun werkgever. Hun professionele onafhankelijkheid zou hierdoor onvoldoende gewaarborgd zijn.

Akzo en Akcros stellen hoger beroep in bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen. Dit bevestigt het oordeel van het Gerecht van Eerste Aanleg dat communicatie tussen interne advocaten en hun werkgevers niet onder het verschoningsrecht valt.

Wellicht is deze uitspraak een goede reden om de positie van interne advocaten opnieuw te bezien. De meeste ondernemingen gaan er namelijk van uit dat communicatie met hun interne advocaten vertrouwelijk is. Dat kan echter - zo blijkt nu - niet zomaar worden aangenomen. Men moet er zelfs rekening mee houden dat de gewenste vertrouwelijkheid kan ontbreken in andere dan mededingingsrechtelijke zaken. Dat valt vooralsnog in het geheel niet uit te sluiten.

Inmiddels (14 oktober 2010) heeft de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten besloten advies te vragen over de gevolgen van dit arrest. De vraag die zal worden voorgelegd aan de Adviescommissie Regelgeving en hoogleraar advocatuur Floris Bannier, is of de gevolgen van het arrest zich beperken tot het verschoningsrecht van de advocaat in dienstbetrekking in Europese mededingingszaken of dat het arrest ook zijn positie in nationaal verband raakt.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.