Anti-piraterij

Bij de term piraterij wordt meestal gedacht aan gewapende kapers die rond de hoorn van Afrika schepen enteren voor losgeld. De term piraterij wordt ook gebruikt voor de handel in namaakproducten. Op deze vorm van piraterij wil ik hier nader ingaan.

Al sinds 1994 bestaat de Europese anti-piraterij verordening (APV). Deze verordening is in 2003 aangepast en staat nu op de nominatie om opnieuw te worden gewijzigd. Deze laatste wijziging zou, zo werd al op 26 november 2010 in dit nieuwsblad uit de doeken gedaan, nog wel eens vergaande gevolgen kunnen hebben voor rederijen, terminals en andere partijen betrokken bij het vervoer van goederen afkomstig van buiten Europa. Eerst een korte toelichting over de APV zelf. Wat wordt hierin geregeld?

De APV bepaalt dat de douane goederen die Europa binnenkomen tegen kan houden indien deze goederen verdacht worden namaakgoederen te zijn of anderszins inbreuk op intellectuele eigendomsrechten te maken. De gedachte is op zich logisch: de wereldmarkt wordt al jaren overspoeld door namaakartikelen, hoofdzakelijk van Aziatische makelij, die grote schade berokkenen aan bonafide partijen die de originele producten op de markt brengen. De gedachte achter de APV is ook logisch: onderschepping van namaakproducten kan het beste geschieden aan de Europese buitengrenzen. Tot zover de theorie. De praktijk is weerbarstiger.

Bij de onderschepping van namaakproducten steken steevast twee problemen de kop op. Allereerst is het de vraag of goederen die nog onder douaneverband zijn (dus nog niet ingeklaard) reeds als inbreukmakend kunnen worden beschouwd en met behulp van de APV kunnen worden tegengehouden. Een definitieve uitspraak hierover van het Europese Hof van Justitie wordt afgewacht. Mijn inschatting is dat het Hof zal oordelen dat goederen onder douaneverband (pas) kunnen worden tegengehouden als de merkhouder bewijst dat deze bestemd zijn voor de Europese markt waar de merkhouder bescherming geniet.

Het tweede hete hangijzer betreft de vraag wie, als uiteindelijk na een soms lange juridische procedure komt vast te staan dat de goederen inderdaad inbreuk maken, de vernietigings-, transport- en opslagkosten (container detention) van de goederen onder beslag moet vergoeden. Door belangengroepen bij namaakbestrijding wordt al enige tijd sterk gelobbyd om deze “hete aardappel” bij de vervoerders (rederijen en luchtvaartmaatschappijen) neer te leggen. De gedachte daarachter is dat de vervoerder de kosten maar op zijn opdrachtgever moet verhalen.

Erg reëel is dat naar mijn smaak niet. Voor veel inkomende lading geldt dat betaling van de vracht en overige kosten (alleen) gewaarborgd is door de lading pas tegen betaling vrij te geven aan de ontvanger/ cognossementhouder. Als die lading tegengehouden en uiteindelijk vernietigd wordt, zal de vervoerder zelden of nooit in staat zijn die kosten te verhalen. De vervoerder zal ook onmogelijk bij aanvang van het vervoer de mogelijkheid hebben of in staat zijn te controleren of er inderdaad sprake is van namaak.

Met de voorstellen vanwege de belangengroepen bij namaakbestrijding bestaat de kans dat de vervoerder moet gaan opdraaien voor risico’s waar hij part noch deel aan heeft. Rederijen en luchtvaartmaatschappijen doen er goed aan nauw toe te zien op de de wijzigingen van de APV die ophanden zijn.

(deze publicatie is eerder als column verschenen in het Nieuwsblad Transport)

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.