Antidumpingsheffing Chinese bevestigingsmiddelen op losse schroeven

Bij Verordening (EG) nr. 91/2009 heeft de Europese Unie een definitief antidumpingrecht ingesteld op bepaalde soorten ijzeren en stalen bevestigingsmiddelen van oorsprong uit de Volksrepubliek China. Bij invoer in het vrije verkeer van de EU van de onder de maatregel vallende bouten en schroeven uit China moest lange tijd maar liefst 85% antidumpingrecht worden betaald over de nettoprijs franco grens Gemeenschap vóór inklaring. De maatregel werd in 2011 uitgebreid tot bevestigingsmiddelen verzonden uit Maleisië. Uiteraard stuitte de maatregel op hevig protest vanuit China en onder importeurs in de EU. Bij Verordening (EU) nr. 924/2012 werd het percentage antidumpingrecht dat gold voor alle overige ondernemingen naar beneden bijgesteld en in de jaren daarna gehandhaafd tot een nog steeds aanzienlijk percentage van 74,1%.  

China wint strijd om antidumpingheffing op bevestigingsmiddelen bij de WTO

China is steeds van mening geweest dat de Europese antidumpingheffing op bevestigings-middelen in strijd was met verschillende bepalingen uit de Antidumpingovereenkomst. Daarin staan de afspraken die in wereldwijd verband zijn gemaakt over de voorwaarden waaronder antidumpingheffing mag worden ingesteld en de procedures die daarbij in acht moeten worden genomen. Nadat de Europese antidumpingmaatregel in 2011 ook al voorwerp was geweest van discussie in WTO-verband, heeft China de WTO eind 2013 verzocht om over te gaan tot de instelling van een zogenoemd nalevingspanel. Dat panel stelde vervolgens diverse (procedurele) onregelmatigheden vast. De EU heeft daarop beroep aangetekend, maar haalde ook bij de beroepsinstantie bakzeil. Ook de beroepsinstantie heeft namelijk vastgesteld dat de Europese antidumpingmaatregel op diverse punten in strijd is met de Antidumpingovereenkomst en heeft de Dispute Settlement Body van de WTO aanbevolen de EU te verzoeken de maatregel in overeenstemming te brengen met de internationale verplichtingen die uit de Antidumpingovereenkomst voortvloeien.

De Europese Commissie trekt de antidumpingverordening in

Naar aanleiding van de WTO-ruling heeft de Europese Commissie op 26 februari 2016 Uitvoeringsverordening (EU) 2016/278 tot intrekking van het definitieve antidumpingrecht op bevestigingsmiddelen van oorsprong uit China, en uitgebreid tot Maleisië, aangenomen (Publicatieblad 27 februari 2016). De Commissie is kennelijk van mening dat de vastgestelde schendingen van het internationale recht van zodanige aard zijn, dat reparatie niet aan de orde kan zijn. Kortom, de Commissie verspijkert de gewraakte antidumpingmaatregel niet nogmaals, maar heeft besloten de maatregel integraal in te trekken. De Commissie merkt op dat zij intrekking passend acht op grond van de door het nalevingspanel en de beroepsinstantie vastgestelde schendingen.

Geen terugwerkende kracht

De Commissie mag dan voor de toekomst de handdoek in de ring hebben gegooid, maar zoals was te verwachten, betaalt de EU de zeer aanzienlijke bedragen aan antidumping-rechten die aangevers/importeurs vanwege import in de EU van Chinese bevestigings-middelen vanaf 2009 betaald hebben, liever niet, althans niet zonder slag of stoot, terug. Duidelijk is dat de Commissie de bui wel ziet hangen. Juist daarom laat zij in de verordening geen twijfel over het feit dat zij van terugwerkende kracht van de intrekking vooralsnog niets wil weten. In artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/278 besluit de Commissie: “De intrekking van de […] antidumpingrechten wordt van kracht op de datum van de inwerkingtreding van deze verordening […] en geven geen aanleiding tot de terugbetaling van voor die datum ingevorderde rechten”.

Maar dat valt nog te bezien

Dat de Commissie het nodig vindt om met zoveel woorden in Verordening 2016/278 zelf op te nemen dat geen sprake kan zijn van terugbetaling van voor de datum van intrekking al ingevorderde rechten, is veelzeggend. De antidumpingmaatregel wordt expliciet ingetrokken vanwege de schendingen die in WTO-verband zijn vastgesteld. Hoewel het op zich klopt dat de EU niet over hoeft te gaan tot terugbetaling/kwijtschelding op grond van schending van de Antidumpingovereenkomst, leveren de vastgestelde schendingen evenzeer een schending op van de vergelijkbare bepalingen uit de Europese basis-verordening antidumping. Het is dus maar de vraag of de Europese Commissie gelijk heeft. Niettemin is duidelijk dat een nationale rechter van één van de lidstaten het Hof van Justitie bij de kwestie zal moeten betrekken door in een concrete zaak vragen te stellen over de geldigheid van de inmiddels ingetrokken antidumpingmaatregelen in het verleden.

Wat betekent dit voor u?

Afgelopen jaren hebben importeurs van bevestigingsmiddelen en douane-expediteurs die op eigen naam hebben aangegeven voor opdrachtgevers, zeer aanzienlijke bedragen aan antidumpingheffing betaald aan de EU, ofwel in het primaire aangifteproces, ofwel achteraf omdat zij in verband met invoeraangiften voor bevestigingsmiddelen met navorderingen zijn geconfronteerd. Navorderingen zijn onder meer opgelegd omdat de douane van mening was dat de in een invoeraangifte aangegeven oorsprong niet juist is geweest en (in ‘oorsprong China’) gecorrigeerd diende te worden. Indien het Hof van Justitie op enig moment zou oordelen dat de antidumpingverordening die de EU in 2009 heeft ingesteld, ongeldig is geweest, zijn antidumpingrechten achteraf bezien ten onrechte opgelegd en betaald. In dat geval krijgt de EU de bout op de kop; tijdig ingediende verzoeken om terugbetaling / kwijtschelding zullen gehonoreerd moeten worden. Een dergelijk verzoek om terugbetaling/kwijtschelding is aan een termijn van drie jaar gebonden. Die driejaarstermijn loopt vanaf het moment van mededeling van de douaneschuld door de douane aan de belanghebbende door uitreiking van een Uitnodiging tot Betaling (‘UTB’). In de meeste gevallen zal een eventueel arrest van het Hof van Justitie in verband met deze termijn niet kunnen worden afgewacht.

Stel uw rechten tijdig veilig

Wij raden belanghebbenden (importeurs en/of douane-expediteurs) aan nu direct actie te ondernemen en met het oog op de driejaarstermijn alvast formele verzoeken om terugbetaling / kwijtschelding in te dienen bij de douane. Nadat een formeel verzoek tot terugbetaling / kwijtschelding is ingediend, kunnen de verdere ontwikkelingen bij het Hof van Justitie wel worden afgewacht. Verder is het zaak om in lopende bezwaar- of (hoger) beroepsprocedures, mede als grond voor vernietiging van de UTB aan te voeren dat de antidumpingmaatregel op grond waarvan de douane (na)vordert, ongeldig is.  

Wat kunnen wij doen? 

Kneppelhout & Korthals Advocaten is onder meer gespecialiseerd in het internationale handels- en (Europese) handelsrecht. Het team van douanespecialisten van Kneppelhout & Korthals Advocaten kan de formele verzoeken tot terugbetaling voor u indienen. Wij zorgen er in dat geval voor dat het verzoek aan alle formele en inhoudelijke vereisten voldoet, stellen tijdig uw rechten veilig, verzorgen de communicatie met de douane en houden de ontwikkelingen in Brussel en Luxemburg nauwlettend voor u in de gaten. Wij verrichten deze werkzaamheden tegen een sterk gereduceerd uurtarief. Tevens kunnen wij u adviseren over de argumentatie die u dient te voeren in verband met de ongeldigheid van de antidumpingverordening in lopende bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures met betrekking tot UTB’s waarin antidumping wordt (na)gevorderd vanwege de invoer van  bevestigings-middelen van oorsprong uit China. Mocht u meer informatie willen of snel actie willen ondernemen door van onze dienstverlening gebruik te maken, neem dan contact op met één van onze douanespecialisten.   

Gratis informatiebijeenkomst

Op donderdag 7 april 2016 organiseren Kneppelhout & Korthals en Green Lane, the Alliance of European Customs and Trade Law Firms een informatiebijeenkomst over deze materie, getiteld: “Antidumpingheffing Chinese bevestigingsmiddelen op ‘losse schroeven’”. De douanespecialisten van Kneppelhout & Korthals en de Brusselse vestiging van het internationale advocatenkantoor McGuireWoods zullen toelichten waarom de antidumping-heffing op bevestigingsmiddelen uit China en Maleisië mogelijk in strijd met de Europese basisverordening antidumpingheffing is en uitleggen wat hieraan te doen valt. 

Registreer hier.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.