Arbeidsrecht en faillissement

Naast de verstrekkende gevolgen van het faillissement voor de ondernemer, kan een faillissement ook verstrekkende gevolgen hebben voor de werknemers. Immers, niet ondenkbaar is dat zij al enige tijd verstoken zijn van loon en indien het faillissement wordt uitgesproken, dan zal dit resulteren in het einde van de arbeidsovereenkomst. Terecht kan daarom de vraag worden gesteld: ‘we gaan failliet, wat betekent dat voor mijn werknemers?’

Opzeggen arbeidsovereenkomst curator

Een faillissement van het bedrijf leidt tot het einde van de arbeidsovereenkomst met de betrokken werknemers. De regels die voor het ontslag gelden zijn in geval van faillissement versoepeld. Anders dan bij het reguliere ontslagrecht, waarbij de werkgever pas na toestemming van het UWV Werkbedrijf een arbeidsovereenkomst mag opzeggen, heeft de curator deze toestemming van het UWV Werkbedrijf niet nodig. Wel moet de curator, net als bij het reguliere ontslagrecht, bij de opzegging de contractuele of wettelijke opzegtermijnen in acht nemen, met dien verstande dat deze is beperkt tot maximaal zes weken.

Loongarantieregeling

Wat het achterstallig loon betreft, geldt dat de werknemer een beroep kan doen op de loongarantieregeling. Deze regeling is opgenomen in de Werkloosheidswet en bepaalt kort gezegd dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (het UWV) de loonbetalingsplicht van de werkgever overneemt. De werknemer kan zo aanspraak maken op (achterstallig) loon over een periode van maximaal 13 weken voorafgaand aan de dag dat de arbeidsovereenkomst eindigt / wordt opgezegd, alsmede gedurende de opzegtermijn van maximaal 6 weken. De werknemer dient binnen een week nadat de werkgever blijvend opgehouden is te betalen, een beroep op de loongarantieregeling te doen.

Dekt de loongarantieregeling niet volledig de (loon)vordering van de werknemer, dan heeft de werknemer een preferente vordering op zijn werkgever voor het resterende deel. Dit betekent dat deze vordering voor de vordering van andere schuldeisers gaat maar ná de rechten van de pand- en hypotheekhouder en na de boedelschulden en vorderingen van de fiscus en het UWV.

De doorstart

In geval van een doorstart verkoopt de curator een deel van het bedrijf aan een derde. De doorstarter heeft de vrije keuze of hij ook het personeel, en zo ja wie van het personeel, overneemt. De wettelijke voorschriften zoals het afspiegelingsbeginsel zijn derhalve niet van toepassing. Aan de werknemers kan een geheel nieuwe arbeidsovereenkomst worden aangeboden. Indien de werknemer bij de doorstarter dezelfde functie gaat vervullen als bij zijn oude werkgever (de failliet) dan is het opleggen van een proeftijd niet toegestaan. De doorstarter dient er bij het aanbieden van contracten voor bepaalde tijd alert op te zijn dat bij de toepassing van de ketenregeling (op grond waarvan arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd na 36 maanden of na het verstrijken van 3 contracten worden geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd) ook de arbeidsovereenkomsten bij de failliete werkgever worden meegeteld.

Wordt een doorstart of een faillissement louter gebruikt om overtollig personeel te ‘lozen’ dan is dit misbruik van het faillissementsrecht. De werknemers kunnen dan (i) verzet aantekenen tegen het faillissement, (ii) na de vernietiging van het faillissement, de vernietiging van het ontslag inroepen en (iii) een actie starten tegen hun werkgever uit onrechtmatige daad.

Concurrentiebeding?

Indien de curator (een deel van) de failliete boedel in het kader van een doorstart aan een derde verkoopt, kan de doorstarter geen rechten ontlenen aan het non-concurrentiebeding dat met de werknemers van de failliet is gesloten. De curator kan dit wel. In de praktijk kan het daarom voorkomen dat de curator zich jegens de doorstarter verplicht om een werknemer die niet bij die derde in dienst treedt, op diens concurrentiebeding aan te spreken. De vraag die vervolgens gesteld kan worden is of de curator een te respecteren belang heeft bij de nakoming van het non-concurrentiebeding. De jurisprudentie oordeelt hierover verschillend. Hieruit komt wel het beeld naar voren dat indien de curator de doorstart niet kan realiseren zonder de werknemers aan hun concurrentiebeding te houden, dit belang wordt aangenomen. Is een doorstart überhaupt niet te realiseren, dan heeft de curator geen belang bij de handhaving van het non-concurrentiebeding.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.