Assisteren bij concurrentiebeperkende afspraken is ook verboden

Onlangs is door de Europese rechter bevestigd dat ook derde partijen een boete opgelegd kunnen krijgen wanneer zij een bijdrage leveren aan concurrentiebeperkende afspraken. Zij worden dan beschouwd als deelnemer aan het kartel. Het maakt daarbij niet uit of zij wel of niet actief zijn op de markt waar het kartel zich heeft voorgedaan.

Boete voor effectenmakelaar

De Europese Commissie legde in 2015 een boete op aan effectenmakelaar ICAP. ICAP zou in haar hoedanigheid van makelaar zes kartels hebben gefaciliteerd in de sector voor rentederivaten in Japanse yen (YIRDS).

De banken die betrokken waren bij de kartels, troffen al in 2013 schikkingen met de Commissie. ICAP schikte niet en kreeg een boete opgelegd van 1.5 miljoen euro. ICAP ging in beroep.

De overtredingen

De kartels vonden plaats in de periode tussen 2007 en 2010. ICAP fungeerde als communicatiekanaal tussen een aantal panel-banken voor het JPY LIBOR-rentetarief. Zij verspreidde dagelijks spreadsheets met misleidende informatie aan financiële instanties, waaronder JPY LIBOR panel-banken. Het doel hiervan was om de niet aan de kartels deelnemende banken zodanig te beïnvloeden dat zij een vergelijkbare rentevoet zouden indienen. Aan de hand van deze inzendingen werd de gemiddelde rentevoet voor die markt gegenereerd. De karteldeelnemers wilden op deze manier de rentevoet bepalen.

Hoofdregel

Het Europese kartelverbod strekt zich ook uit tot derden die zich direct of indirect schuldig maken aan een inbreuk op het verbod op het maken van concurrentiebeperkende afspraken (het kartelverbod). Hieronder valt ook het met concurrenten delen van concurrentiegevoelige informatie, rechtstreeks of via derden, zoals een adviesbureau of platform. Zie ook de blog: Eturas en het digitaal uitwisselen van informatie via een online boekingsplatform.

Verweren ICAP

Na oplegging van de boete is ICAP in beroep gegaanbij het Europese Hof van Justitie. Zij voerde onder andere aan dat de Commissie de gedragingen niet als een zogenaamd strekkingsbeding had mogen behandelen. Dit verweer houdt in dat de Commissie onderzoek had moeten doen naar de concrete gevolgen van de gedragingen op de markt voor YIRDS, in plaats van aan te nemen dat de gedragingen per definitie onder het kartelverbod vallen.

Daarnaast vond ICAP dat de Commissie haar onmogelijk als kartelondersteuner kon aanmerken aangezien zij naar eigen zeggen geen deelnemer was aan de kartels. Om als kartelondersteuner te worden aangemerkt moet een partij (i) de intentie hebben gehad om met eigen gedragingen bij te dragen aan het gemeenschappelijke doel van de andere karteldeelnemers en (ii) op de hoogte zijn geweest van de gedragingen van de andere deelnemers, of deze op zijn minst hebben voorzien. Volgens ICAP had de Commissie deze criteria onjuist beoordeeld en daarom onterecht een boete opgelegd.

Parallel met AC Treuhand

In een eerdere zaak werd consultancybureau AC Treuhand als kartelondersteuner beboet voor overtreding van het kartelverbod (Lees ook: Als bemiddelaar of adviseur kartelafspraken ondersteunen? U overtreedt het kartelverbod!). Het bureau verleende ondersteunende diensten zoals het verzamelen, verwerken en exploiteren van marktgegevens, en trad op als bemiddelaar voor de producenten van tin- en hittestabilisatoren. AC Treuhand voerde destijds, net als ICAP, aan dat het kartelverbod niet geldt in geval van medeplichtigheid door ondersteuning van gedragingen die de mededinging beperken. Het Europese Hof ging niet mee in dit verweer en hield de boete in stand (Zie hier een overzicht van de verweren van AC Treuhand en de overwegingen van het Europese Hof).

Beslissing van het Gerecht 

In deze zaak is eens te meer duidelijk gemaakt dat het faciliteren van kartelafspraken wel degelijk leidt tot (volledige) betrokkenheid bij het kartel. Niettemin werd de boetebeschikking van de Commissie grotendeels vernietigd vanwege gebrek aan bewijs dat ICAP van de inbreuk op de hoogte was en omdat de duur van het kartel niet juist was bewezen. De boetes werden eveneens vernietigd omdat de Commissie haar methode voor het berekenen van de boetes onvoldoende had gemotiveerd.

Commentaar

Een derde partij dient zich te onthouden van het leveren van een bijdrage aan een kartel op welke markt dan ook. Bewezen moet worden dat deze partij de intentie had om bij te dragen aan het nagestreefde doel van de overige karteldeelnemers en dat deze op de hoogte was van die gedragingen. Een professionele partij, zoals ICAP, dient oplettend te zijn en de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om te voorkomen dat het zich schuldig maakt aan het faciliteren van kartelafspraken.

Het Gerecht oordeelde ook over de onschuldpresumptie, meer specifiek; het Gerecht was het eens met ICAP dat de Commissie vooringenomen was tegenover de effectenmakelaar na de afgeronde schikkingsprocedure met de betrokken banken. Dit oordeel kan implicaties hebben wanneer de Commissie een boetebesluit neemt nadat er schikkingen hebben plaatsgevonden met andere karteldeelnemers dan de geadresseerde van de boete. Wil je hier meer over lezen? Houdt dan de website in de gaten!

Esther van Aalst, partner mededingingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.