Belgisch Hof legt artikel 2 van de voorwaarden NBCP 2006 uit

In een arrest van 27 juni 2016 heeft het Hof van beroep Antwerpen artikel 2 van de voorwaarden van de Nederlandse Beurs-cascopolis voor de Binnenvaart (NBCP) 2006 (retroactieve dekking) uitgelegd. Tot op heden ontbrak jurisprudentie over de uitleg van artikel 2, en met name de betekenis van “zich openbaren”.

Feiten

Een Belgische verzekerde had zijn binnenschip “Aviso” verzekerd bij Nederlandse beursverzekeraars via een Nederlandse beursmakelaar. De Aviso werd op 14 februari 2010 drooggezet voor keuring door de klasse-expert van Bureau Veritas. De verzekeringsovereenkomst werd daags daarna, op 15 februari 2010, gesloten. Op diezelfde dag stelt de expert van Veritas vlakschade (inzettingen onder en deels ook boven de waterlijn) vast. De klasse-expert eist reparatie van de schade.

De verzekeringsexpert stelt vast dat uit foto’s, die hij tijdens een eerdere schade expertise van het schip, in een droogdok, op 9 april 2009 heeft genomen, blijkt dat de beschadiging toen al aanwezig was. Reparatie was onder de toenmalige klasse-regels niet vereist, zodat de schade toen niet gerepareerd is.

De verzekerde claimt de reparatiekosten onder artikel 2 van de NBCP 2006, luidend: “Verlies of beschadiging van het verzekerd schip, zich openbarend binnen de verzekeringstermijn zal (…) ten laste van de verzekeraars komen, mits veroorzaakt door een gevaar, waartegen is verzekerd, ongeacht of de oorzaak ook binnen de termijn is gelegen”.

Bij navraag bij de voormalige schipper van de Aviso zou deze aan de verzekerde hebben opgebiecht dat het schip in 2009 een aanvaring had gehad met een boei, en dat de schade daarvan het gevolg is geweest. De schade is dus veroorzaakt door een verzekerd gevaar (aanvaring). Omdat de verzekerde zelf pas op 15 februari 2010 met de schade bekend zou zijn geraakt, is de schade volgens hem gedekt.

De verzekerde dagvaardt verzekeraars en zijn voorgaande verzekeraars voor de Rechtbank van Koophandel Antwerpen. Partijen zijn het erover eens dat Nederlands recht van toepassing is op de verzekering. De rechtbank oordeelt, dat de schade op 15 februari 2010 geopenbaard werd, en wijst de vordering toe.

Verzekeraars gaan in beroep. Zij menen dat er reeds geen dekking is, omdat de aan de reparatie van de schade (die in 2009 bewust niet werd gerepareerd) ten grondslag liggende eis van de klasse-expert niet als “beschadiging” in de zin van de polis kwalificeert. Verder stellen zij dat de schade zich blijkens de foto’s van de verzekeringsexpert van 9 april 2009 toen al heeft geopenbaard.

Het oordeel van het Hof

De vraag is of hier sprake is van “Verlies of beschadiging van het verzekerd schip, zich openbarend binnen de verzekeringstermijn, mits veroorzaakt door een gevaar, waartegen is verzekerd, ongeacht of de oorzaak ook binnen de termijn is gelegen”. Volgens het Hof moet de verzekerde, om een beroep te kunnen doen op artikel 2 van de voorwaarden van de NBCP drie elementen bewijzen:

  • de beschadiging
  • zich openbarend binnen de verzekeringstermijn
  • mits veroorzaakt door een gevaar, waartegen is verzekerd

Belgisch Hof legt artikel 2 van de voorwaarden NBCP 2006 uit

Centraal staat de juridische invulling van het criterium van “beschadiging” die “zich heeft geopenbaard binnen de verzekeringstermijn”, waarbij het Hof onder “beschadiging” verstaat de feitelijke aantasting van het schip, dus de inzettingen in het vlak, en niet ‘schade’ in de zin van vermogensvermindering.

Anders dan de Rechtbank komt het Hof tot het oordeel dat verzekeraars geen dekking hoeven te bieden. Het Hof beziet daartoe de teksten van (in het bijzonder) de artikelen 1, 2, 11a en 19 van de voorwaarden van de NBCP in hun onderlinge samenhang. Op basis daarvan komt het Hof tot de conclusie, dat de dekking onder artikel 2 wordt verstrekt indien de beschadiging van het verzekerd schip objectief vast te stellen is binnen de verzekeringstermijn, ongeacht of de oorzaak van die beschadiging ook binnen deze verzekeringstermijn is gelegen. Met andere woorden: het begrip “zich openbaren” is geen subjectief criterium in die zin dat de schade zich aan de verzekerde moet hebben geopenbaard, maar een objectief criterium.

Het Hof past dit criterium vervolgens toe op de feitelijke omstandigheden van het geval.

Die houden, onder meer, in dat blijkens de op 9 april 2009, ter gelegenheid van een andere expertise, genomen foto’s het schip reeds toen was behept met de beschadiging waarvan de verzekerde thans vergoeding claimt, zodat de beschadiging zich niet tijdens de verzekeringstermijn heeft geopenbaard. Verder, voorzover er onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen schade onder en boven de waterlijn, oordeelt het Hof dat bij de droogzetting van 15 februari 2010 is gebleken dat er ná 9 april 2009 een gedeeltelijke reparatie van de beschadiging is uitgevoerd, waarbij één vlakplaat in de deuklijn, ter plaatse van de inzettingen, is vernieuwd. Als de vlakschade dus niet al op 9 april 2009 objectief vast te stellen was, was die dat in ieder geval bij de vernieuwing van de vlakplaat.

Gelet op het voorgaande doet het volgens het Hof niet ter zake of de verzekerde de “schade” pas op 14 of 15 februari 2010 zou hebben “ontdekt”. Volgens het Hof had de beschadiging zich voordien al geopenbaard, te weten in april 2009 dan wel gedurende de vernieuwing van de vlakplaat in de deuklijn.

Commentaar

Het arrest van het Belgische Hof kan, als eerste arrest waarin artikel 2 van de NBCP 2006 wordt uitgelegd, relevant zijn voor de Nederlandse binnenvaart cascopraktijk.

Jitteke Blussé van Oud-Alblas, advocaat verzekerings- en vervoerrecht.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.