Benoemd tot lid Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht

Op 8 november 2016 heeft de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten mij benoemd tot lid van de Adviescommissie Burgerlijk Procesrecht. De advies-commissie adviseert de Algemene Raad van de Orde over wetsvoorstellen op het gebied van het burgerlijk procesrecht die ter consultatie aan de Nederlandse Orde van Advocaten worden voorgelegd. De commissie geeft voorts gevraagd en ongevraagd advies over regelgeving en beleid dat het procesrecht raakt. De Adviescommissie beoogt zo een bijdrage te leveren aan de versterking van de wetgevingskwaliteit en de beleidsmatige en politieke ontwikkeling op procesrechtelijk gebied.

Het burgerlijk procesrecht is enorm in beweging. In 2017 vinden als gevolg van het project ‘KEI’ (Kwaliteit en Innovatie) ingrijpende wijzigingen plaats in het procesrecht en daarmee in het civiele procespraktijk. Eén van de meest in het oog springende wijzigingen is zonder twijfel de geleidelijke invoering van het digitaal procederen. Maar dat is niet het enige: zo verdwijnt het verschil tussen de dagvaardings- en verzoekschriftprocedure en hoeft een wederpartij niet meer in alle gevallen bij deurwaardersexploot te worden opgeroepen. En daar blijft het niet bij. Verschillende procesrechtelijke onderwerpen worden momenteel tegen het licht gehouden om te bezien of die niet kunnen worden gemoderniseerd en vereenvoudigd. Het doel is daarbij te komen tot een efficiënte, transparante en laagdrempelige rechtspleging.

Ik heb er enorm veel zin in een bijdrage te mogen leveren aan de verdere herontwikkeling van het procesrecht. In veel zaken waarin mij als advocaat bij de Hoge Raad een cassatieadvies wordt gevraagd kom ik een procesrechtelijke problemen tegen. Ik merk dat juist die procesrechtelijke problemen het vertrouwen van veel mensen in de rechtspraak schaadt.

Een goed voorbeeld daarvan is hoe rechters omgaan met het bewijsaanbod. Het horen van getuigen kost veel tijd en daarmee veel geld. Dat is er in de rechterlijke macht simpelweg niet. Ik ben ervan overtuigd dat dit ertoe leidt dat de rechter in veel gevallen een bewijsaanbod ‘wegschrijft’, terwijl het horen van getuigen door de rechter naar mijn mening nou juist de hoeksteen voor het aanvaarden van een rechterlijke uitspraak is. De rechter kan immers best tot een ander oordeel komen dan men als partij zou willen, maar dat is een stuk beter te verteren als je in ieder geval de kans hebt gekregen je stellingen te bewijzen door getuigen te laten verhoren. Dit soort directe waarheids-vinding is naar mijn mening essentieel voor het vertrouwen in de rechtspraak.

 

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.