Bestuurder zijn in de huidige crisis. Wat zijn de risico’s?

Het kabinet heeft deze week bekend gemaakt dat alle maatregelen tegen het coronavirus nog tot 20 mei zullen voortduren en waarschijnlijk ook daarna (gedeeltelijk) worden verlengd. Voor veel ondernemers betekent deze crisis dat zij opeens geconfronteerd worden met een situatie waarin alle zorgvuldig gemaakte prognoses voor 2020 de prullenbak in kunnen. Gezonde bedrijven krijgen plots te maken met liquiditeitsproblemen en moeten – ondanks diverse steunmaatregelen van de overheid – serieus rekening houden met de situatie dat zij de huur, het personeel en/of leveranciers niet meer kunnen betalen. Als gevolg hiervan zullen ondernemers er alles aan proberen te doen om hun bedrijf te redden. Heel logisch, maar hierdoor lopen ondernemers ook nog het risico dat zij – mocht het redden van het bedrijf toch niet lukken – in privé aangesproken zullen worden voor alle schulden. Een dubbele klap die zoveel mogelijk voorkomen moet worden.

Maar waar moet een ondernemer dan rekening mee houden? Wij hebben enkele tips op een rijtje gezet.

Aanvullende financiering(en)

In deze moeilijke tijden is het heel verleidelijk om elke vorm van aanvullende financieringen te accepteren. Wees echter ook realistisch en kijk of de nieuwe financiering past binnen de huidige crisis. Maak daarom eerst een omzetprognose en wees ook kritisch of die haalbaar is. Stel daarna de vraag of de nieuwe lening ook daadwerkelijk kan worden terugbetaald volgens de nieuwe prognose en kijk ook goed naar welke aanvullende zekerheden worden gevraagd. Kunnen die zekerheden bijvoorbeeld gevolgen hebben in privé? In de praktijk zien wij namelijk dat op dit moment veelvuldig aanvullende zekerheden worden gevraagd en dat met name een borgstelling in privé populair is. Dit is een van de zekerheden waarover partijen vaak niet onderhandelen. Dat is echter wel mogelijk en vooral ook te adviseren, zodat het risico om in privé aangesproken te worden zoveel mogelijk wordt beperkt. Wees hier alert op. Wij adviseren u hier graag over.

Nieuwe verplichtingen

Behalve het aangaan van een aanvullende financiering, is het ook mogelijk dat u andere, nieuwe verplichtingen aangaat  in een poging de onderneming te redden. Zo is denkbaar dat met een leverancier uitgestelde betaling wordt overeengekomen of met een aannemer dat hij pas zijn geld zal krijgen op het moment dat de werkzaamheden zijn afgerond. Op deze manier wordt betaling uitgesteld totdat – hopelijk – de omzet weer stijgt en het bedrijf weer verder kan. Wees echter wel voorzichtig met dit soort afspraken. Het risico is namelijk dat – indien de leverancier of aannemer alsnog niet voldaan kan worden – een bestuurder in privé kan worden aangesproken. Aansprakelijkheid kan namelijk komen vast te staan op het moment dat een bestuurder weet (of had moeten weten) dat de betalingsverplichting niet zou worden nagekomen op het moment dat de verplichting werd aangegaan. De vraag die daarom gesteld moet worden voor het aangaan van een nieuwe verplichting is: hoe realistisch is het in de huidige situatie dat ik deze schuld later kan betalen? Als het antwoord is dat de kans klein is, dan is de kans op aansprakelijkheid omgekeerd evenredig groter en is het naar alle waarschijnlijkheid verstandiger om de verplichting niet aan te gaan.

Selectieve betaling

In principe staat het een onderneming vrij om bepaalde schulden wel te betalen en andere niet. Zolang het bedrijf gezond is, hoeft een bestuurder niet te vrezen voor aansprakelijkheid. Anders wordt het op het moment dat het niet goed gaat met een onderneming, zoals nu het geval is met zoveel ondernemingen. Veel bedrijven kiezen er daarom nu voor om het personeel en belangrijke leveranciers wel te betalen, maar andere schulden voorlopig niet. Hierdoor blijft er nog enige liquiditeit in de onderneming, maar aan deze strategie kleven wel risico’s indien de onderneming het toch niet haalt. Hoe groot de kans is op het succesvol aansprakelijk stellen van een bestuurder hangt af van diverse omstandigheden. De belangrijkste is echter in hoeverre een bestuurder wist of behoorde te weten dat de onderneming het niet zou halen. Op het moment dat bekend is dat een onderneming het niet gaat halen – en er is geen reddingsplan om het faillissement alsnog te voorkomen – dan moet een ondernemer niet meer in het belang van de onderneming handelen, maar in het belang van alle schuldeisers. Ook de niet-essentiële schuldeisers. Handelt een bestuurder hier niet naar, dan kan hij in privé worden aangesproken.

Melding betalingsonmacht

Een andere manier om liquiditeit binnen de onderneming te houden is door een melding te doen van betalingsonmacht bij de belastingdienst. Een bestuurder heeft zelfs de verplichting om op het moment dat hij ervan op de hoogte is dat zijn onderneming de verschuldigde loonheffingen en/of belastingen (inkomstenbelasting, omzetbelasting en vennootschapsbelasting) niet kan betalen, dat te melden bij de belastingdienst om aansprakelijkheid in privé te voorkomen. Deze melding moet binnen twee weken worden gedaan nadat de loonheffingen en/of belastingen uiterlijk betaald hadden moeten zijn. Op de website van de belastingdienst staat een formulier dat hiervoor gebruikt kan worden.

Let op: op 7 april 2020 heeft de overheid bekend gemaakt dat de melding betalingsonmacht niet nodig is op het moment dat al om uitstel is gevraagd van betaling vanwege het coronavirus.

Deponeren jaarrekening en administratie

Mocht het redden van de onderneming toch niet (dreigen te) lukken, dan is het belangrijk om goed te kijken of alle jaarrekeningen tijdig zijn gedeponeerd en of de administratie op orde is. Indien de administratie niet op orde is, dan is het heel belangrijk om hiervoor te zorgen, om aansprakelijkstelling te voorkomen. Als jaarstukken te laat zijn gedeponeerd, kan daar niets meer aan veranderd worden, maar het helpt wel als de administratie dan perfect op orde is. Let er met name op of de jaarrekeningen van de afgelopen drie jaar tijdig zijn gedeponeerd en of uit de administratie duidelijk en overzichtelijk alle rechten en verplichtingen van de onderneming blijken. Voor de jaarrekeningen zijn met name de afgelopen drie jaar van belang. Indien de jaarrekeningen nog niet zijn gedeponeerd, dan kunnen ze beter alsnog worden vastgesteld en bij de Kamer van Koophandel worden gedeponeerd. Te laat is namelijk beter dan helemaal geen jaarrekening.

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.