Bestuursrechter of burgerlijke rechter bij schadeclaims door onrechtmatig overheidshandelen?

Op 2 augustus 2017 heeft de Raad van State uitspraak gedaan in een zaak waar de competentieverdeling tussen de bestuursrechter en burgerlijke rechter in schadezaken aan de orde was.

Zie hier de Uitspraak 201604640/1/A2.

Bij onrechtmatig overheidshandelen is het op basis van artikel 8:89 Awb mogelijk om schadeclaims met een maximum van € 25.000,- aan de bestuursrechter voor te leggen in plaats van de burgerlijke rechter. Dat biedt voordelen; deze rechtsgang is relatief goedkoop en laagdrempelig. Maar wat nu als de claim (veel) hoger is dan de genoemde competentiegrens van € 25.000,-? Kan iemand die zijn vordering beperkt tot een bedrag van € 25.000,- dan wel terecht bij de bestuursrechter? Deze vraag is nu beantwoord. Een benadeelde mag zijn claim beperken tot € 25.000,- om zo toegang te krijgen tot de bestuursrechter en wel zonder verlies van recht op het meerdere deel van de claim. Daarvoor kan de benadeelde later alsnog bij de burgerlijke rechter terecht.

Wat speelde er in deze zaak?

De Minister van I&M heeft een Tracébesluit genomen op 30 september 2014 ter verbreding van de snelweg A1 nabij Amersfoort. Interbest B.V. exploiteert een reclamemast langs deze snelweg. Volgens Interbest is door de verbreding, die gepaard ging met een verhoging van een spoorwegviaduct, de zichtbaarheid van de reclamezuil afgenomen. Dat lijdt tot schade, aldus Interbest. Zij heeft de schade becijferd op een bedrag van tenminste € 165.886,-.

De grondslagen voor de gestelde aansprakelijkheid

Interbest heeft twee grondslagen genoemd voor haar claim. In de eerste plaats is dat de onrechtmatigheid van het Tracébesluit op zich. Daarnaast meent Interbest dat de Minister een schriftelijke toezegging niet is nagekomen Na het instellen van beroep tegen het Tracébesluit heeft Interbest contact gehad met het ministerie over het besluit. Na een (vermeende) aan Interbest dat er geen gevolgen zouden zijn voor de reclamemast, zou Interbest het beroep intrekken. In de brief is overigens niet expliciet gesproken over de verhoging van het spoorwegviaduct.

Wettelijke bevoegdheidsverdeling bij onrechtmatig overheidshandelen

Voordat de uitkomst van de rechtszaak verder wordt besproken, is het zinvol om kort aan te stippen hoe de bevoegdheidsregels luiden na de implementatie van de Wet nadeelcompensatie en schadevergoeding bij onrechtmatig overheidshandelen. Deze wet is opgenomen in de Awb. Het deel dat ziet op nadeelcompensatie geldt overigens nog niet. Het deel dat ziet op onrechtmatig overheidshandelen geldt sinds 1 juli 2013. Er is een aantal zaken van belang om te bepalen welke rechter bevoegd is. Er moet worden gekeken naar de aard van de schadeoorzaak (wat voor soort handeling veroorzaakt de schade). Ook is relevant wat voor type besluit er speelt (bijvoorbeeld vergunningverlening, subsidiebesluit, uitkeringsbesluit, verkeersbesluit). Verder speelt de hoogte van de schade mee.

In artikel 8:88 lid 1 Awb staat dat de bestuursrechter bevoegd is om te oordelen over onrechtmatige besluiten of onrechtmatige voorbereidingshandelingen. Ook te laat genomen besluiten – niet of niet tijdig beslissen kan onder omstandigheden onrechtmatig zijn – vallen onder de competentie van de bestuursrechter. Andere schadeveroorzakende handelingen van overheden, zoals feitelijk handelen door falend toezicht (denk bijvoorbeeld aan het arrest over de Vuurwerkramp in Enschede; Gerechtshof Amsterdam 24 augustus 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4316), horen sowieso thuis bij de burgerlijke rechter.

Dan is er artikel 8:89 Awb. Daarin is bepaald dat de bestuursrechter exclusief bevoegd is, indien de schade wordt veroorzaakt door een besluit waarover de Centrale Raad van Beroep of de Hoge Raad in enige of hoogste instantie oordeelt. Te denken valt aan zaken over sociaal zekerheidsrecht of belastingkwesties. De burgerlijke rechter is bevoegd in alle andere gevallen. Hierop is een uitzondering mogelijk; een extra keuzemogelijkheid voor de benadeelde, zou je kunnen zeggen. Voor de gevallen die in artikel 8:88 Awb zijn genoemd, is het ook toegestaan om de weg van het bestuursrecht te kiezen – mits de hoogte van de schade niet de grens van € 25.000,- overstijgt. Over dit laatste punt ging het in de uitspraak van 2 augustus.

De uitkomst

De claim van Interbest oversteeg de grens van € 25.000,-. Interbest beperkte haar vordering bij de bestuursrechter echter tot dit maximum en behield zich alle rechten voor om de rest later nog te vorderen. Dat zou moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van de vordering bij de bestuursrechter, aldus de Minister.

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft nu geoordeeld, dat het is toegestaan om de claim te beperken om zo toegang tot de bestuursrechter te verkrijgen. Voor het meerdere kan de benadeelde eventueel nog naar de burgerlijke rechter, die op zijn beurt mag oordelen over de claim zonder dat hij gebonden is aan het (eerdere) oordeel van de bestuursrechter over de aansprakelijkheid.

Tot zover het processuele deel. Materieel gezien is de vordering wat betreft het (onrechtmatige) Tracébesluit afgewezen. Dat besluit moet namelijk als rechtmatig worden aangemerkt, omdat het besluit onherroepelijk is (zie r.o. 19.2 t/m 19.6). Een inhoudelijk oordeel over de vermeende toezegging (de tweede grondslag voor de claim) kon de hoogste bestuursrechter niet geven. Hij is immers niet bevoegd om over dit soort handelingen te oordelen op basis van artikel 8:88 lid 1 Awb. Wat dat onderdeel betreft is een procedure bij de burgerlijke rechter nog mogelijk.

Het blijft goed opletten wat betreft het kiezen van de juiste en beste weg om schade op de overheid te verhalen. De hierboven besproken uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft in ieder geval wat duidelijkheid gecreëerd.

Michiel de Groote, advocaat vastgoed en overheidsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.