Bindende Tarief Inlichtingen

Voor goederen uit derdenlanden die de EU binnenkomen moet een invoeraangifte worden gedaan alvorens zij op de markt gebracht mogen worden. Meestal moeten rechten bij invoer betaald worden.

Bij de invoeraangifte moet een goederencode vermeld worden. In het douanerecht zijn alle goederen via de gecombineerde nomenclatuur ingedeeld en van een goederencode voorzien. De idee is dat alle goederen - waar ook ter wereld – met het oog op de uniformiteit en rechtszekerheid moeten kunnen worden ingedeeld onder een bepaalde (zelfde) post. De goederencode is mede bepalend voor de omvang van de invoerrechten. Bij de goederencodes horen namelijk uiteenlopende percentages.

De indeling is dus van belang. Discussies daarover (‘indelingszaken’) komen veelvuldig voor. Het maakt immers uit of een rollator een ‘medisch hulpmiddel’ is ( 0 %) of een ‘vervoermiddel’ ( 2,7  %).

Het kan prettig zijn vooraf te weten welke goederencode geldt. Dan weet men hoeveel afgerekend moet worden en kan dat in de prijs doorberekend worden. Bovendien voorkomt het (dure) verrassingen als de douane - soms pas na een reeks aangiften – een andere goederencode met een hoger percentage wil toepassen.

Het communautair douanerecht voorziet in de behoefte aan (rechts)zekerheid van marktdeelnemers door Bindende Tarief Inlichtingen (BTI’s). Het is mogelijk een BTI aan te vragen waarin staat welke code geldt. Een BTI is – behoudens verlies van geldigheid – 6 jaar geldig in de hele EU. De lidstaten zijn over en weer aan BTI’s gebonden.

Een BTI bindt de douane slechts tegenover de verkrijger en alleen voor de tariefindeling van het goed waarvoor de BTI is aangevraagd. Een BTI kan slechts betrekking hebben op één soort goederen. De aanvrager is gehouden een gedetailleerde omschrijving te verstrekken van de goederen alsmede alle gegevens te verschaffen om de juiste tariefindeling vast te stellen. Na aangifte moet de aangever kunnen aantonen dat het aangegeven goed in elk opzicht overeenstemt met het goed dat in de BTI is beschreven.

Een recente uitspraak van het Hof van Justitie over LCD-schermen (zaak C-199/09) leert dat een verzoek om een BTI betrekking mag hebben op verschillende goederen van eenzelfde soort mits de verschillen voor de tariefindeling niet relevant zijn.

De les die hieruit geleerd kan worden is, dat hoewel de aanvrager gehouden is een gedetailleerde omschrijving te geven, het verstandig lijkt niet al teveel in detail te treden, maar zich te beperken tot de relevante eigenschappen. Wanneer men bijvoorbeeld in verschillende types van een bepaald elektronisch product handelt hoeft dan maar één BTI aangevraagd te worden als dezelfde goederencode geldt. Een ander voordeel is dat nieuwere types van een soortgelijk product, die later  worden ontwikkeld onder de BTI vallen, mits eventuele verschillen voor de tariefindeling niet ter zake doen.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.