BKartA beboet meubelproducenten wegens verticale prijsbinding

In een op 11 januari 2017 gepubliceerd zaakbericht, geeft het Bundeskartellamt (BKartA) de Duitse Mededingingsautoriteit uitleg over de boetes die zij in de tweede helft van 2016 heeft opgelegd aan vijf meubelproducenten en vier managers wegens verticale prijsbinding.

De casus

Enkele meubelzaken hadden bij het BKartA geklaagd dat meubelproducenten zich met hun wederverkoopprijzen bemoeiden. Naar aanleiding hiervan startte het BKartA een onderzoek. Dit onderzoek wees uit dat de meubelproducenten minimumprijzen en kortingsmarges hanteerden die de meubelzaken in acht moesten nemen.

De minimumprijzen en de kortingsmarges waren vormgegeven als prijsadviezen. De prijsadviezen werden aangevuld met voorschriften voor individuele meubelzaken met betrekking tot reclameacties. Van echte adviesprijzen was evenwel geen sprake. Afwijking van het prijsbeleid werd immers niet getolereerd. De naleving van het prijsbeleid werd door de afzonderlijke meubelproducenten streng gecontroleerd. Daarnaast waren er ook meubelzaken die bij de meubelproducenten aandrongen op het nemen van maatregelen tegen "afwijkers". De meubelproducenten dreigden “afwijkers” onder andere met leveringsweigeringen. In sommige gevallen werd het dreigement daadwerkelijk uitgevoerd. Speciale "spelregels" waren er ook voor de online verkoop. Afwijkend prijsbeleid werd ook hier bestraft met leveringsweigering of zelfs het beëindigen van de handelsrelatie.

Uit het zaakbericht kan worden opgemaakt dat de meubelproducenten de opgelegde boete hebben geaccepteerd en een schikking hebben getroffen met het BKartA. Dit leverde hen een korting van de boete op. In sommige gevallen werd de boete extra verlaagd vanwege financiële problemen van de betrokken meubelproducent.

Commentaar

Verticale prijsbinding, de producent bemoeit zich met de verkoopprijs die zijn wederverkopers hanteren, is al jaren een belangrijk aandachtspunt van het BKartA. De afgelopen tijd zijn onder andere levensmiddelenhandelaren, producenten van matrassen en producenten van navigatieapparatuur beboet wegens verticale prijsbinding. 

De Autoriteit Consument en Markt (ACM), de Nederlandse evenknie van het BKartA, heeft traditioneel minder aandacht voor verticale prijsbinding. Mede vanwege de aanhoudende Duitse belangstelling voor verticale prijsbinding, zag de ACM zich in 2015 in zekere zin gedwongen eigen beleid te formuleren. In de notitie Het toezicht van de ACM op verticale overeenkomsten - Inzicht in strategie en prioritering legt de ACM uit dat zij de consumentenwelvaart als uitgangspunt neemt voor haar handhavingsbeleid met betrekking tot verticale overeenkomsten. Volgens de ACM zijn de navolgende factoren relevant voor de beoordeling van de effecten van verticale overeenkomsten voor consumentenwelvaart:

(i)        de mate van marktmacht bij de verticale overeenkomst binnen een enkele distributieketen
(ii)       de (markt)brede toepassing van vergelijkbare verticale overeenkomsten
(iii)      de verticale overeenkomst wordt door detailhandelaren afgedwongen
(iv)      mogelijke efficiëntieverbeteringen

Een recent voorbeeld waarin de ACM bovenstaand prioriteringsbeleid heeft toegepast, is het besluit van 18 november 2016 in de zaak thuisbezorgd.nl.

Het is jammer dat de BKartA de onderliggende boetebesluiten niet heeft gepubliceerd. Aan de hand van het korte zaakbericht en het bijbehorende persbericht kan niet goed beoordeeld worden wat de “theory of harm” was. Er lijken evenwel een aantal factoren een rol gespeeld te hebben die ook de ACM relevant acht in het kader van haar handhavingsbeleid:

(i) het betrof een in de visie van het BKartA voor consumenten belangrijke productcategorie (“als de concurrentie tussen distributeurs wordt beperkt, hebben de klanten het nakijken.”)
(ii) meerdere meubelproducenten met een landelijke dekking bezondigden zich aan verticale prijsbinding
(iii) diverse meubelzaken vroegen de meubelproducenten om het prijsbeleid te handhaven

Valt het verschil in benadering dus mee? Bij gebrek aan informatie is dat lastig te zeggen. Wat wel nog opvalt is dat het BKartA in het zaakbericht expliciet opmerkt dat zij de meubelzaken die bij de meubelproducenten hadden aangedrongen op handhaving van het prijsbeleid, uit prioriteringsoverwegingen niet heeft vervolgd. Is dit een vingerwijzing voor toekomstige gevallen?

In ieder geval doen Nederlandse producenten die hun producten in Duitsland distribueren er goed aan zich te realiseren dat het BKartA voor wat betreft verticale prijsbinding op het vinkentouw zit. Voorzichtigheid is dus geboden!

Eric Janssen, advocaat mededingingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.