Boete bij vervroegde aflossing bankfinanciering in strijd met zorgplicht bank

Als een klant door een beleidswijziging van de bank zich genoodzaakt voelt om zijn banklening vervroegd af te lossen, is de klant aan de bank geen aflossingsvergoeding (boete) verschuldigd. Een dergelijke aflossingsvergoeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar en in strijd met de zorgplicht van de bank.

Tot dit oordeel kwam het hof Amsterdam op 12 juli 2016 in een door een fruitteler tegen de Deutsche Bank aanhangig gemaakte procedure. De fruitteler had in 2011 voor de Deutsche Bank gekozen, omdat deze bank bereid was om de in omvang steeds toenemende onderneming van de fruitteler te financieren. Partijen kwamen onder meer een boeteclausule overeen, die de fruitteler verplichtte om aan de bank een boeterentete betalen als de bankfinanciering vervroegd zou worden afgelost.

In 2012 heeft de Deutsche Bank de fruitteler meegedeeld verdere groei van zijn onderneming niet meer te willen financieren in verband met een interne beleids-wijziging. Deze beleidswijziging kwam erop neer dat de bank zich zou terugtrekken uit de markt van de fruitteler en de kredietfaciliteit met de fruitteler geleidelijk zou afbouwen en uiteindelijk beëindigen. De fruitteler voelde zich hierdoor genoodzaakt om zijn volledige financiering bij een andere bank onder te brengen om de continuïteit en hiervoor benodigde groei van zijn onderneming te waarborgen.

Nadat de fruitteler zijn financiering bij een andere bank had ondergebracht, bracht de Deutsche Bank aan hem een boeterentevan ruim EUR 300.000 in rekening. Het hof oordeelde dat dit onder gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Door de boeterentebij de fruitteler in rekening te brengen, heeft de bank onvoldoende oog gehad voor de gerechtvaardigde belangen van de fruitteler en heeft de bank niet in lijn gehandeld met de op haar rustende zorgplicht.

De zorgplicht van de bank, waar het hof naar verwijst, is opgenomen in artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Banken, die voor alle banken gelden. Daarin staat dat de bank bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht moet nemen en daarbij naar beste vermogen rekening moet houden met de belangen van de klant. Dit beginsel wordt vaker gebruikt om banken terug te fluiten als zij de grenzen van het toelaatbare (dreigen te) overschrijden. Zo ook bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre een bank – gelet op haar zorgplicht – bevoegd is om een kredietovereenkomst met een klant op te zeggen als de klant zijn (aflossings- en rente)verplichtingen uit de kredietovereenkomst niet nakomt en in dat kader aan de klant een boeterente in rekening te brengen (zie o.a. Hoge Raad 10 oktober 2014, JOR 2015/8).

Uit voornoemd arrest van het hof Amsterdam en andere rechtspraak volgt de conclusie dat de in de Algemene Bankvoorwaarden verankerde zorgplicht de bewegingsruimte van banken bij het in rekening brengen van een boeterente beperkt. Dit geldt zowel voor situaties waarin het krediet door de bank wordt opgezegd als voor situaties waarin de klant voortijdig aflost.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.