Commissie keurt steun voor cruiseterminal Harlingen goed

In een eerst recent gepubliceerd besluit van 30 november 2016, heeft de Europese Commissie (Commissie) de steun voor het uitbouwen van de cruiseterminal in Harlingen goedgekeurd.

Het project

Het project bestaat uit:

  • de realisatie van een multifunctionele afmeervoorziening
  • het uitdiepen van de waterweg tot een diepte van 8,5 meter.

De investeringskosten bedragen EUR 2.932.000,--. Deze kosten worden door de provincie Friesland en de gemeente Harlingen gefinancierd.

De cruiseterminal is eigendom van de Havendienst Harlingen (Havendienst), die de terminal ook exploiteert. De Havendienst is onderdeel van de gemeente Harlingen. De gemeente Harlingen heeft toegezegd dat de cruiseterminal op niet-discriminerende basis toegankelijk zal zijn voor iedere belangstellende gebruiker. Hierbij zal een in de sector gebruikelijke vergoeding worden gevraagd.

De beoordeling door de Commissie

De Commissie merkt allereerst op dat er (i) sprake is van een steunmaatregel die met overheidsmiddelen wordt gefinancierd, waardoor (ii) de Havendienst selectief wordt begunstigd, die (iii) de mededinging vervalst en (iv) de handel tussen de lidstaten beïnvloedt.

Vervolgens toetst de Commissie of de maatregel verenigbaar is. In dit kader stelt de Commissie vast dat verbetering van de haveninfrastructuur bijdraagt tot gemeenschappelijke EU-doelstellingen. Verder is de haven van Harlingen onderdeel van het uitgebreide trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T). De maatregel is volgens de Commissie ook noodzakelijk. Er is namelijk sprake van een negatieve NCW (financieringskloof). Dat wil zeggen dat de verwachtte netto inkomsten van de Havendienst de investeringskosten niet dekken. Daarom moet worden aangenomen dat de Havendienst het steunbedrag niet op de markt zou kunnen ophalen. Bovendien is het steunbedrag evenredig, nu het de financieringskloof niet overschrijdt. Tot slot is het niet te verwachten dat door de steunmaatregel de handel tussen de lidstaten zodanig zal veranderen dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad. Op de Nederlandse cruisemarkt heeft de cruiseterminal Harlingen een marktaandeel van maximaal 2,8%. In de Noordzeeregio is het marktaandeel helemaal marginaal, namelijk 0,2%. De steunmaatregel wordt daarom verenigbaar verklaard met de interne markt.

Commentaar

Het onderhavig besluit bevat twee vermeldenswaardige aspecten. Allereerst het feit dat de begunstigde partij een overheidsdienst is. De Havendienst is blijkens de website van de gemeente Harlingen een onderdeel van deze gemeente. Dat de cruiseterminal eigendom is van en wordt geëxploiteerd door een overheidsdienst, is voor de toepassing van de staatssteunregels niet relevant. Voldoende is dat er sprake is van een onderneming, dat wil zeggen een entiteit die een economische activiteit uitoefent. De Havendienst voldoet hieraan. Dat ook de eigendom en exploitatie van infrastructuur staatssteunproof moet zijn, volgt overigens uit het arrest Leipzig Halle. Ingevolge dit arrest moet immers met betrekking tot steun voor infrastructuur op het niveau van (i) de eigenaar, (ii) de exploitant en (iii) de gebruiker getoetst worden of er staatssteun wordt ontvangen, en zo ja of die toelaatbaar is.

Een tweede vermeldingswaardig aspect betreft de interstatelijkheid. In 2015 en 2016 heeft de Commissie tweemaal aan de hand van een concrete casus uitgelegd wanneer overheidsmaatregelen geen interstatelijk effect hebben. Meer daarover in de blog: Het interstatelijk effect van staatssteun: oriëntatiehulp 2.0. Als deze voorbeelden vergeleken worden met de hiervoor besproken casus, dan valt op dat de Commissie vrij gemakkelijk aanneemt dat steun voor de cruiseterminal Harlingen negatieve gevolgen heeft voor de handel tussen de lidstaten. En dat terwijl het marktaandeel van de cruiseterminal Harlingen in de Noordzeeregio slechts 0,2% bedraagt! Hier komt nog bij dat de Commissie heeft vastgesteld dat de Havendienst vanwege de financieringskloof de benodigde middelen niet op de markt zal kunnen ophalen. Opnieuw hebben we dus weer een voorbeeld waaruit blijkt dat niet te lichtvaardig moet worden aangenomen dat het interstatelijk effect ontbreekt.

Eric Janssen, advocaat staatssteunrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.