Concurrentiegevoelige stukken in een procedure. Wat nu?

Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend in Nederland: de openbaarheid van een procedure. Iedereen kan op een willekeurige dag naar een lokale rechtbank gaan en plaatsnemen in de zaal. Met name de politierechter is populair bij studenten. Maar zijn er eigenlijk grenzen aan die openbaarheid? Wat als je als bedrijf concurrentiegevoelige informatie niet in de openbaarheid wil? Kan je daar als ondernemer iets aan doen?

De Nederlandse wet

De Nederlandse Grondwet bepaalt in artikel 121 dat alle zittingen in het openbaar zullen plaatsvinden en dat vonnissen gemotiveerd en publiekelijk uitgesproken zullen worden. Het doel van deze openbaarheid is dat rechters kunnen worden gecontroleerd door andere rechters en, misschien nog wel belangrijker, het publiek. Omdat het voor iedereen mogelijk is om bij een zitting aanwezig te zijn, zal een rechter makkelijker aangesproken of gecorrigeerd kunnen worden indien hij een partijdig en/of oneerlijk vonnis wijst.

Het dilemma

Openbaarheid is dus belangrijk. Maar soms kan dat voor ondernemers wel lastig zijn. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een onderneming in een procedure is verwikkeld en in die zaak de mogelijkheid heeft om met een bepaald stuk haar gelijk te bewijzen. Normaal gesproken zal dat stuk dan worden ingediend en zal de rechter die onderneming in het gelijk stellen. Maar wat als het stuk concurrentiegevoelig is? Is die onderneming dan gedwongen om een afweging te maken tussen gelijk krijgen in deze procedure, maar wel belangrijke informatie geven aan concurrenten of om ongelijk te krijgen, maar die informatie niet te hebben prijsgegeven? Het antwoord daarop is gelukkig: nee. Procedures kunnen, op verzoek, ‘achter gesloten deuren’ plaatsvinden.

De oplossing

Net als iedereen in Nederland, hebben bedrijven recht op privacy. Daaronder valt ook het niet openbaar maken van concurrentiegevoelige informatie. Het is aan de onderneming om goed te motiveren waarom die informatie concurrentiegevoelig is. Daarna zal de rechter, na eventuele kennisname van de stukken en zonder dat de wederpartij die stukken mag inzien, het verzoek al dan niet toewijzen. Als de rechter de toestemming tot geheimhouding niet wil verlenen, dan heeft die onderneming de keuze tussen het wel overleggen van de vertrouwelijke stukken, met het risico dat concurrenten er hun voordeel mee kunnen doen, of het alsnog niet overleggen. In het laatste geval mag de rechter de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

Gezien de grote belangen die kunnen spelen in een procedure is het van belang om tijdig advies in te winnen. Dit speelt met name als er vertrouwelijke stukken moeten worden gebruikt om de zaak uiteindelijk tot een goed einde te brengen. Wees hier als ondernemer alert op!

Jan Hendrik Vogelsang, advocaat corporate litigation

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.