Contract is contract

Door de teruggelopen transportvolumes is in de hele keten veel overcapaciteit ontstaan. Deze ontwikkeling dwingt zowel de logistiek dienstverlener als diens klant om de bakens te verzetten. Kosten moeten waar mogelijk worden bespaard.

Samenwerkingsverbanden worden tegen het licht gehouden en – indien overbodig – beëindigd. Maar kan dat zomaar? Kan één van beide contractspartijen bij dergelijke zware economische tegenwind tussentijds een einde maken aan een contract dat wellicht nog jaren loopt? En hoe zit het als al jaren wordt samengewerkt, maar het nooit tot een schriftelijk contract is gekomen?

Stel: een opdrachtgever sloot in 2008 een overeenkomst met een logistiek dienstverlener dat laatstgenoemde een distributiecentrum voor de opdrachtgever zal inrichten van waaruit de Europese afnemers zullen worden beleverd. Inmiddels is duidelijk geworden dat de expansieplannen op de Europese markt van de opdrachtgever niet lopen zoals de opdrachtgever zo vurig hoopte. Integendeel, de hele operatie is voor de opdrachtgever zwaar verliesgevend.

De wet kent de begrippen ‘overmacht’ en ‘onvoorziene omstandigheden’. Beide juridische begrippen kwalificeren – als aan de criteria wordt voldaan – feitelijk als ‘excuus’ om een afspraak niet na te hoeven komen. Kan nu de opdrachtgever, die in de eerste helft van 2008 ook de economische teruggang niet kon voorzien, zich beroepen op ‘overmacht’ of ‘onvoorziene omstandigheden’?

Ervan uitgaand dat de overeenkomst niets zegt over tussentijdse beëindiging bij economisch zwaar weer, is het antwoord op deze vraag meestal: nee.

Inmiddels zijn in diverse procedures uitspraken gedaan over dergelijke vragen. De lijn van deze uitspraken is dat, zeker als de contractspartijen professionele organisaties zijn (dus geen consumenten), economische crises en dergelijke geen reden zijn om aan de verplichtingen onder een overeenkomst te ontkomen. Het contract moet dus worden nagekomen, ofwel dient het financiële nadeel bij beëindiging tenminste worden gecompenseerd.

Ook als partijen nooit een (schriftelijk) contract sloten en al jarenlang zaken deden, is het meestal niet zo dat één van beide partijen van het ene op het andere moment een einde aan de samenwerking kan maken. Ook in deze situatie, er wordt dan gesproken van een ‘duurovereenkomst’, zal naarmate de samenwerking langer heeft geduurd en er geen dringende redenen voor de beëindiging zijn (zoals: er waren al ernstige klachten over de prestaties van de contractspartij), alleen beëindigd kunnen worden tegen een redelijke opzegtermijn of financiële compensatie. De contractspartij moet een periode gegund worden om zich op het einde van de samenwerking voor te bereiden.

Kortom: ook in crisistijd houdt een contract meestal stand en zelfs als er geen contract bestaat, is beëindiging van de samenwerking iets wat niet op stel en sprong kan. En dat is voor vervoerders, expediteurs en andere logistiek dienstverleners in deze tijden maar goed ook.

(deze publicatie is eerder als column verschenen in het Nieuwsblad Transport)

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.