Coördinatie en belangenafweging onder de Waterwet

Op 26 oktober 2016 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak gedaan over de toepassing van coördinatieregeling uit artikel 5.8 en 5.12 Waterwet en de toepassing van artikel 5.4 tweede lid Waterwet (projectplan Dijkverbetering Oude Gieterij, Blerick).

Projectplannen die zien op een wijziging van primaire waterkeringen moeten worden goedgekeurd door het college van gedeputeerde staten. Artikel 5.8 bepaalt dat dit college de gecoordineerde voorbereiding bevordert van alle besluiten die nodig zijn voor het projectplan. Volgens de appellanten in deze zaak had het college moeten coordineren. Er waren namelijk meer besluiten nodig voor de uitvoering van het projectplan, terwijl het college had volstaan met enkel een goedkeuringsbesluit.

De Afdeling is het er niet mee eens. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Waterwet (Kamerstukken II, 2006/07, 30 818, nr. 3, blz. 105) blijkt dat de artikelen 5.8 tot en met 5.12 betrekking hebben op alle besluiten die nodig zijn ter uitvoering van het projectplan, met uitzondering van eventuele onteigeningsbesluiten en besluiten inzake nadeelcompensatie. Voor de uitvoeringsbesluiten is voorzien in een specifieke coördinatieprocedure, die ertoe leidt dat deze binnen hetzelfde tijdsbestek worden genomen. Het college van gedeputeerde staten is daarbij het coördinerende gezag en kan ter zake medewerking vorderen van andere overheden. Het betreft hier telkens zowel besluiten op aanvraag te nemen als ambtshalve te nemen besluiten. Naar het oordeel van de Afdeling is daarmee noch uit de tekst van artikel 5.8, eerste lid, van de Waterwet noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Waterwet dat de in dit artikel opgenomen coördinatieregeling het college er toe verplicht besluiten die nodig zijn ter uitvoering van een projectplan, gecoördineerd, dus reeds bij het goedkeuringsbesluit te behandelen.

Dit oordeel laat het college (en daarmee ook het waterschap) veel ruimte om de uitvoering van een projectplan naar eigen inzicht en tempo in te richten.

Artikel 5.4 tweede lid Waterwet verlangt dat het projectplan ten minste een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop dat zal worden uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de te treffen voorzieningen, gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk.

In deze zaak ging het om de laatste zinsnede: ‘gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen voor de uitvoering van het werk.’ Ook daar slaagt het beroep niet, maar daar heeft de Afdeling wel de nodige overwegingen voor nodig. Appellanten in de zaak beroepen zich op het feit dat het projectplan en de daarin voorziene gewijzigde waterkering een beperking van hun bouwmogelijkheden ter plaatse betekende. Volgens hen zou dat extra ruimtebeslag niet nodig zijn als in plaats van het beoogde dijklichaam zou worden voorzien in (kort gezegd) een damwand, een oplossing die ook nog eens goedkoper was volgens appellanten.

De Afdeling ziet zich daarmee geplaatst voor de vraag of er inderdaad een beperking van de bouwmogelijkheden aan de orde is. Tot die vaststelling komt de Afdeling uiteindelijk. Bovendien was er in het bestemmingsplan dat voor de totstandkoming van het projectplan in werking was getreden al een beperking opgenomen ten aanzien van de bouwmogelijkheden. De waterbeheerder mocht op grond van het bestemmingsplan al medewerking weigeren bij bebouwing in de ter plaatse geldende keurzone.

Dan komt de Afdeling toe aan het alternatief dat appellanten hebben voorgedragen. Dat (minder ingrijpende) alternatief zou hun ontwikkelmogelijkheden minder beperken. Ook dat passeert de Afdeling. De Afdeling stelt vast dat appellanten voor de vaststelling van het projectplan bij het gemeentebestuur geen concreet plan hadden ingediend met betrekking tot het bouwen van een appartementencomplex op hun gronden. Waarom de Afdeling precies nodig heeft volgt niet uit de rest van de overweging, maar klaarblijkelijk is dat dus toch relevant in de algehele belangenafweging en iets wat bij verweren als deze in ogenschouw moet worden genomen. De Afdeling trekt dit verweer vervolgens in een algehele belangenafweging. Het algemeen bestuur van het waterschap heeft – kort gezegd – in redelijkheid mogen afgaan op de Voorkeursstrategie Limburgse Maasvallei als onderdeel van het Deltaprogramma Rivieren, die ter plaatse van het projectplan voor 2050 een teruglegging van de waterkering voorziet. Het alternatief zou maken dat de damwand die appellanten bepleiten dan zijn functie al zou verliezen. Gangbare levensduur van een damwand is immers 100 jaar en dat zou daarmee kapitaalvernietiging zijn. Bovendien past de damwand niet binnen de financiële randvoorwaarden voor projecten in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, zodat voor dit alternatief geen financiering wordt verstrekt.

Een ander punt betreft nog het punt dat bij de vaststelling van het projectplan geen rekening is gehouden met de kosten die het projectplan met zich brengt. Aan dat beroep ligt mede ten grondslag dat het waterschap de kosten zal moeten vergoeden die appellanten moeten maken om hun plannen aan te passen aan de contouren van het projectplan. Ook die beroepsgrond passeert de Afdeling.

Het algemeen bestuur heeft volgens de Afdeling voldoende toegelicht dat met eventuele kosten voor onteigening van de gronden rekening is gehouden bij de vaststelling van het projectplan. Wat betreft de eventuele kosten die appellanten dienen te maken voor het aanpassen van de waterkering aan hun bouwplannen, overweegt de Afdeling dat in het projectplan terecht wordt verwezen naar de in artikel 7.14 van de Waterwet opgenomen schadevergoedingsregeling. Er is – dat leert deze uitspraak – volgens de Afdeling dus geen verplichting de volledige financiële consequenties van dergelijke nadeelcompensatieverzoeken al inzichtelijk te hebben bij de totstandkoming van het projectplan (en dus evenmin bij het goedkeuringsbesluit dat hier voor ligt). Kosten die verband houden met onteigening of toepassing van de gedoogplicht (5.24 Waterwet) moeten wel meegenomen worden.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.