De aanpak van handel in namaakproducten

Wereldwijd bestaat er een levendige handel in namaakproducten. Deze handel is bovendien de laatste decennia sterk gegroeid. De opkomst van het internet en het toegenomen vrachtverkeer zijn daar niet vreemd aan. Er wordt veel geld verdiend met de handel in namaakproducten. Naar schatting zou er jaarlijks een bedrag van zo'n 200 biljoen dollar in omgaan. Dit geld vloeit veelal terug naar criminele organisaties, die de winsten in hun zak steken.

De handel in nepproducten veroorzaakt grote schade. Bij namaak worden de rechten van de ontwerper, uitvinder of merkhouder immers niet gerespecteerd. Er wordt over hun rug geld verdiend. Niet alleen houders van intellectuele eigendomsrechten zijn echter de dupe. Ook consumenten lijden schade. Het nepproduct is meestal van veel mindere kwaliteit en daarnaast zijn er steeds vaker namaakproducten in omloop die een gevaar opleveren voor de gezondheid of veiligheid. Denk maar aan nepmedicijnen, speelgoed en auto-onderdelen.

Namaak in de kledingbranche

De merkkledingindustrie oefent een grote aantrekkingskracht uit op namakers. Merkkleding wordt immers duur betaald en de meeste mensen worden graag in merkkleding gezien. Lang niet iedereen kan zich echter het origineel veroorloven. De namaakindustrie speelt daar handig op in.

Iedereen kent wel de nep-Lacoste- en Ralph Laurenpolo’s die in vakantielanden op de markt worden aangeboden. Ze vallen niet van echt te onderscheiden. Alhoewel, de stof is wat doorzichtig. En kijkt die krokodil niet de verkeerde kant op? Toch kunnen veel mensen de verleiding om een 'merkpolo' voor ‘slechts’ de helft van de prijs van het origineel op de kop te tikken niet weerstaan.

Zoals aangegeven brengt de handel in namaak grote schade toe, in het bijzonder ook aan de kledingbranche. Welke maatregelen zijn er in Europees verband getroffen om op te treden bij een vermoeden van namaak?

Anti-Piraterij Verordening

De groeiende internationale handel in namaak vraagt om maatregelen bij de grens. In de Europese Unie is sinds 2003 de Anti-Piraterij Verordening ('APV') van kracht1. De douaneautoriteiten van de verschillende lidstaten spelen in de APV een belangrijke rol bij de aanpak van de handel in namaakproducten. De bedoeling is zoveel mogelijk te voorkomen dat dergelijke producten in Europa op de markt terecht kunnen komen door ze al aan de grens te onderscheppen. De douaneautoriteiten treden ofwel op uit eigen initiatief ofwel op verzoek van de houder van het intellectuele eigendomsrecht.

Wat is namaak?

Namaakgoederen zijn producten die wat betreft hun uiterlijk gekopieerd zijn (denk aan nep-Uggs) of die een merk of logo bevatten waarop een ander recht heeft (denk bijvoorbeeld aan polo’s met een nep-'vlaggetje' van Tommy Hilfiger). Een combinatie is ook mogelijk (denk aan nagemaakte Luis Vuitton-tasjes). Ten aanzien van het uiterlijk van een product kan de ontwerper auteurs-, model- of octrooirechten bezitten. Met betrekking tot een merk of logo kan de eigenaar merkrechten hebben verkregen. Deze rechten worden intellectuele eigendomsrechten genoemd ('IE-rechten'). Zij beschermen de 'houder' van het recht tegen namaak.

Optreden douane

De douaneautoriteiten van de lidstaten kunnen optreden wanneer zij goederen aantreffen waarvan zij het vermoeden hebben dat deze inbreuk maken op het IE-recht van een ander. Het kan zijn dat de namaakgoederen door de douane worden onderschept wanneer zij worden aangegeven voor het vrije verkeer van de Europese Unie of voor uitvoer. Ook een controle van goederen die het douanegebied van de Europese Unie binnen worden gebracht of verlaten kan namaak aan het licht brengen.

Verzoek om optreden van de houder

De houder van een intellectueel eigendomsrecht kan de douaneautoriteit in één of meerdere lidstaten uitdrukkelijk vragen om uit te kijken naar namaakgoederen. Het kan zijn dat de houder al weet dat bepaalde handelaren bezig zijn om zijn product of merk na te maken. Ook kan het zijn dat hij weet dat de namaakproducten vanuit een bepaald land verscheept worden naar de Europese Unie. De houder kan de douane dan vragen extra goed op te letten. Dat gebeurt door een zogenoemd ‘verzoek om optreden’. Als de douane een dergelijk verzoek om optreden honoreert dan houdt zij bij een vermoeden van inbreuk de namaakgoederen voor de houder vast. Het verzoek is geldig voor één jaar maar kan daarna verlengd worden.

Een verzoek om optreden aan de douane moet goed onderbouwd worden. De houder moet de douane niet alleen informeren over de inhoud van zijn IE-recht, maar natuurlijk ook over de eigenschappen van zijn product of merk en de kenmerken van namaakgoederen die op de markt worden gebracht. Het is verstandig het verzoek van beeldmateriaal te voorzien en zo nodig professionele begeleiding van een Douane-advocaat te zoeken bij het opstellen van het verzoek.

Procedure bij een vermoeden van inbreuk

Als de douane goederen onderschept waarvan vermoed wordt dat het namaak betreft, houdt zij de goederen vast (douanebeslag) en stelt de houder van het IE-recht op de hoogte. Het kan zijn dat de houder op dat moment (nog) geen verzoek om optreden heeft gedaan. Dan treedt de douane dus uit eigen initiatief op.

Geeft de houder van het IE-recht aan dat er naar zijn mening inderdaad sprake is van inbreuk op zijn recht, dan geeft de douane hem de gegevens van de afzender, geadresseerde, aangever en houder van de namaakgoederen door. De houder van het intellectuele eigendomsrecht kan hen vervolgens voor de keuze stellen: óf zij stemmen direct vrijwillig in met de vernietiging van de namaakproducten óf hij start een rechtszaak om de inbreuk vast te laten stellen door de rechter en de schade te verhalen.

Spoed geboden

Let er in een voorkomend geval op dat de termijnen om actie te ondernemen zeer kort zijn. De inbreukprocedure moet bijvoorbeeld in beginsel binnen 10 dagen na de kennisgeving van het douanebeslag opgestart worden. Tijd om af te wachten is er dus niet. Het is verstandig snel professionele bijstand in te schakelen. De handhaving van IE rechten is in beginsel een civielrechtelijke aangelegenheid. Dat betekent dat de houder van het recht in de eerste plaats zelf de verantwoordelijkheid draagt om op te treden in het geval van namaak. Als er geen rechtszaak wordt opgestart en de vereenvoudigde procedure van vrijwillige afstand ter vernietiging ook niet wordt gevolgd, dan zal de douane de in beslag genomen goederen uiteindelijk vrijgeven.

1 Verordening (EG) Nr. (1383/2003) van de Raad van 22 juli 2003 inzake het optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat zij inbreuk maken op bepaalde intellectuele eigendomsrechten en inzake maatregelen ten aanzien van goederen waarvan is vastgesteld dat zij inbreuk maken op dergelijke rechten. Voorganger van de APV was Verordening (EG) Nr. 3295/94

Dit artikel is eerder verschenen in Texpress (2013; nummer 2) - magazine voor de (interieur)textiel, tapijt en kledingsector.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.