De beursgenoteerde vennootschap en haar bestuurder: hoe zit het straks contractueel?

Op 6 juni 2011 is een wetsvoorstel aangenomen in verband met de aanpassing van regels over bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen. De wet zal naar verwachting op 1 januari 2012 in werking treden. De wetswijziging bevat ondermeer voorschriften met betrekking tot het bestuurderscontract: de rechtsverhouding tussen een bestuurder en een beursgenoteerde vennootschap wordt niet meer aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.

De rechtsverhouding tussen bestuurder en de beursgenoteerde vennootschap zal vanaf inwerkingtreding van de wet worden aangemerkt als een overeenkomst van opdracht. Het is vervolgens aan de bestuurder en de vennootschap om afspraken te maken over zaken als de maandelijkse vergoeding, de opzegtermijn en de (mogelijke) beëindigingsvergoeding.

Bestaande arbeidsovereenkomsten blijven bestaan, maar na inwerkingtreding van de wet kan tussen een beursgenoteerde vennootschap en een bestuurder geen arbeidsovereenkomst meer worden gesloten. Ook verlenging van een bestaande arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is niet meer mogelijk na inwerkingtreding. Het blijft wel mogelijk om een bestuurder van een beursgenoteerde vennootschap in dienst te laten treden bij een dochtervennootschap op basis van een arbeidsovereenkomst. De dochtervennootschap dient dan wel in haar jaarrekening te verantwoorden dat zij de loonkosten draagt van een persoon die niet rechtstreeks arbeid voor haar verricht.

Nu er geen sprake meer is van een arbeidsovereenkomst kan de vennootschap te allen tijde de opdrachtsovereenkomst beëindigen. Zij behoeft hierbij geen rekening meer te houden met arbeidsrechtelijke opzegverboden zoals ziekte en zwangerschap.
Het staat de vennootschap en de bestuurder vrij om op voorhand afspraken te maken over een vertrekpremie waaraan de vennootschap in beginsel gebonden is. De algemene vergadering van aandeelhouders kan dit niet ter zijde schuiven. Van een contractuele beëindigingsregeling kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen worden afgeweken. Ten eerste indien de betalingsverplichting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn en ten tweede wanneer de rechter de gevolgen van de overeenkomst zou wijzigen of deze geheel of gedeeltelijk zal ontbinden wegens gewijzigde omstandigheden.

Tevens kunnen de vennootschap en de bestuurder een opzegtermijn overeenkomen in de overeenkomst van opdracht. Wanneer de vennootschap de overeenkomst vervolgens opzegt in strijd met de gemaakte afspraken zal zij verplicht zijn de schade van de bestuurder te vergoeden.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.