De Claimsverordening en levensmiddelen van vóór 1 januari 2005, hoe zit dat?

Vorige week gaf het HvJEU in de zaak Nelsons GmbH vs. Ayonnex Nutripharm GmbH en Backblütentreff Ltd. antwoord op prejudiciële vragen, betrekking hebbend op de overgangsregeling van artikel 28 van Verordening 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims (“Claimsverordening”).

De rechter in Hamburg oordeelde in februari 2008 dat bachbloesempreparaten geen geneesmiddelen zijn, maar levensmiddelen. Nelsons verkocht via apotheken in Duitsland preparaten op basis van bloesems met een alcoholpercentage van 27%.  Vanaf het moment van deze uitspraak van de Hamburgse rechter heeft Nelsons de juridische kwalificatie van zijn producten gewijzigd en is zijn bachbloesempreparaten gaan verkopen als levensmiddelen. Vóór 1 januari 2005 werden de preparaten door Nelsons verkocht onder het Uniemerk RESCUE, geregistreerd voor geneesmiddelen; vanaf 2007 had Nelsons ook een Uniemerk RESCUE voor levensmiddelen.

Ayonnax Nutripharm en Bachblütentreff zijn (ook) Duitse producenten van bachbloesempreparaten; zij hebben bezwaren ingediend tegen Nelsons’ reclames over de bachbloesempreparaten; zij vinden namelijk dat Nelsons promotie heeft gemaakt alcoholhoudende dranken met verwijzing naar de onschadelijke of zelfs gunstige effecten op de gezondheid. De verwijzende rechter meent dat de namen “Rescue Tropfen” en “Rescue night spray” gezondheidsclaims zijn omdat zij verwijzen naar algemene niet-specifieke voordelen voor de algemene gezondheid of het welzijn op het gebied van gezondheid. Vraag is nu of zo’n gezondheidsclaim aan de vereisten van artikelen 5 en 6 van de Claimsverordening moet voldoen? Of is artikel 28 lid 2 van toepassing, waarin een overgangsregeling is opgenomen die afwijkt van artikel 1, lid 3, van de Claimsverordening. Op grond van deze overgangsregeling kan een handelsmerk, merknaam of fantasienaam die voorkomt in de etikettering of de presentatie van een levensmiddel of in de daarvoor gemaakte reclame en die als een voedings- of een gezondheidsclaim kan worden uitgelegd, worden gebruikt zonder de in die verordening vastgestelde vergunningsprocedures te ondergaan, op voorwaarde dat het merk of de naam in die etikettering, presentatie of reclame voorkomt in combinatie met een daarmee verband houdende voedings- of gezondheidsclaim die voldoet aan de bepalingen van deze verordening.

De Duitse rechter stelt in dit verband de volgende prejudiciële vragen aan het HvJEU:  

“ 1. Zijn als gedistilleerde dranken aangeduide vloeistoffen met een alcoholgehalte van 27 volumeprocent die via apotheken in druppelbuisjes met een inhoud van 10 of 20 ml en als spray worden verkocht, dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2 volumeprocent als bedoeld in artikel 4, lid 3, van verordening nr. 1924/2006, wanneer volgens de aanwijzingen voor de dosering op hun verpakking

a. vier druppels van de vloeistof in een glas water dienen te worden gedaan en over de dag verspreid dienen te worden gedronken, of indien nodig, vier druppels onverdund dienen te worden ingenomen, respectievelijk
b. twee pufjes van de als spray verkochte vloeistof op de tong dienen te worden aangebracht?

2. Ingeval de eerste vraag, onder a) en b), ontkennend dient te worden beantwoord:
Moeten ook bij verwijzingen naar algemene, niet-specifieke voordelen als bedoeld in artikel 10, lid 3, van verordening nr. 1924/2006 bewijzen in de zin van artikel 5, lid 1, onder a), en artikel 6, lid 1, van die verordening bestaan?

3. Is artikel 28, lid 2, eerste zinsdeel, van verordening nr. 1924/2006 eveneens van toepassing wanneer het betrokken product onder zijn merknaam vóór 1 januari 2005 niet als levensmiddel, maar als geneesmiddel in de handel werd gebracht?

Waar AG Bobek in zijn conclusie van 22 juni 2016 nog adviseerde over de eerste en tweede vraag, behandelt het HvJ behandelt de derde vraag als eerste, waarmee de eerste en tweede vraag geen beantwoording meer behoeven. Het HvJEU antwoordt met betrekking tot de derde vraag – in lijn met het advies van de AG – dat artikel 28 lid 2 van de Claimsverordening van toepassing is als producten met een merk of handelsnaam vóór 1 januari 2005 als geneesmiddel werden verkocht en sindsdien – met dezelfde materiële kenmerken en onder hetzelfde handelsmerk of dezelfde merknaam – als levensmiddel wordt verkocht.

Dit betekent dus dat op grond van de overgangsregeling van artikel 28 lid 2 van de Claimsverordening de Rescue producten – een benaming waarin een gezondheidsclaim kan worden gelezen – die al bestonden vóór 1 januari 2005, tot en met 19 januari 2022 in de handel mogen worden gebracht zonder dat zij de procedures hoeven te volgen die in die verordening zijn vastgesteld, onder de voorwaarde dat de benaming in combinatie met de daarmee verband houdende voedingsclaim voldoet aan de bepalingen van deze Claimsverordening. Pas daarna gaan de bepalingen van de Claimsverordening ook voor deze producten gelden.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.