De Commissie geeft oriëntatiehulp ten behoeve van lokale steunmaatregelen

Op 29 april 2015 heeft de Europese Commissie met betrekking tot zeven maatregelen waarbij voor louter lokale initiatieven overheidssteun wordt verleend, die geen staatssteun in de zin van de EU-regels is. In een persbericht legt de Europese Commissie uit dat de zeven besluiten voor zowel steunverlenende overheden als betrokken partijen extra oriëntatiehulp vormen om te bepalen welke maatregelen niet door de Commissie hoeven te worden goedgekeurd op grond van de EU-staatssteunregels.

Staatssteun

De criteria voor staatssteun staan in artikel 107 lid 1 Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Er is sprake van staatssteun als een “maatregel”:

  • afkomstig is van de staat of met staatsmiddelen is bekostigd;    
  • die een of meer bepaalde ondernemingen;
  • een voordeel verschaft;
  • waardoor de mededinging wordt vervalst;
  • en waardoor de handel tussen de lidstaten ongunstig wordt beïnvloed (interstatelijk effect).

Volgens vaste rechtspraak vereist de kwalificatie als staatssteun dat aan alle vijf in artikel 107 lid 1 VWEU genoemde voorwaarden is voldaan. In de onderhavige zeven zaken is de Europese Commissie tot de conclusie gekomen dat de lokale initiatieven de handel tussen de lidstaten niet significant ongunstig zullen beïnvloeden. Daarmee vormen de betreffende lokale initiatieven geen staatssteun als bedoeld in artikel 107 lid 1 VWEU.

Beschikkingenpraktijk van de Europese Commissie

De zeven besluiten hebben betrekking op diverse klinieken, een stedelijke projectvennootschap, een visserij- en jachthaven, een nationaal buitensport trainings-centrum en golfclubs. Ze passen overigens in een hele rij van besluiten waarin de Europese Commissie tot de conclusie kwam dat de betreffende lokale initiatieven geen gevolgen hadden voor de handel tussen de lidstaten:

Beïnvloeding handel tussen de lidstaten

In de eerste alinea van het persbericht spreekt de Europese Commissie over een “significante” beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten.  Gelet op de andere taalversies van het persbericht lijkt het te gaan om een “wezenlijke” beïnvloeding. Aangenomen moet worden dat aan het begrip “wezenlijk” geen zelfstandige betekenis toekomt. In het persbericht stelt de Europese Commissie immers dat een lokaal initiatief “geen of hoogstens marginale - voorzienbare effecten mag hebben op grensoverschrijdende investeringen in de sector of de vestiging van bedrijven binnen de eengemaakte markt van de EU”.

Uit de jurisprudentie blijkt dat de handel tussen de lidstaten wordt beïnvloed indien door de steun:

  • de export vanuit Nederland naar andere lidstaten voor de begunstigde onderneming(en) makkelijker wordt, of
  • de export naar Nederland voor ondernemingen uit andere lidstaten moeilijker wordt.

Verder hoeft de beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten slechts aannemelijk te zijn. Hoewel er géén ondergrens is, de handel tussen de lidstaten niet merkbaar hoeft te worden beïnvloed en de Europese Commissie de (potentiële) beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten niet hoeft te bewijzen, moet uit het persbericht worden opgemaakt dat als de beïnvloeding marginaal is, er geen sprake is van beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten als bedoeld in artikel 107 lid 1 VWEU. De vraag is vervolgens, waar ligt de grens?

In het persbericht wordt opgemerkt dat de niet-vertrouwelijke versies van de besluiten, zodra eventuele vertrouwelijkheidskwesties zijn opgelost, in het staatssteunregister op de website van DG Concurrentie beschikbaar komen. We moeten dus nog enige tijd geduld hebben voor we het precieze toetsingskader kennen. In het persbericht wordt wel een tipje van de sluiter opgelicht.  Als voorbeeld van een situatie waar een lokaal initiatief de handel tussen lidstaten mogelijk niet negatief beïnvloedt noemt de Europese Commissie namelijk de situatie dat de begunstigde goederen levert of diensten verricht binnen een beperkt gebied binnen een lidstaat en waarschijnlijk geen klanten uit andere lidstaten zal aantrekken. Dit doet denken aan het toetsingskader dat is gehanteerd door de EFTA Surveillance Authority in het besluit met betrekking tot een recreatief waterpark in de Noorse gemeente Bømlo. De Raad van State heeft een vergelijkbaar toetsingskader gehanteerd in de zaak Ridderstee Holiday.

Slot

Het lijkt erop dat de Europese Commissie van mening is dat een maatregel pas interstatelijk effect heeft als de handel tussen de lidstaten in ieder geval meer dan marginaal wordt beïnvloed. Hiermee is de aanpak van de Europese Commissie mogelijk iets soepeler dan op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie altijd werd aangenomen. In het licht van de modernisering van het EU- staatssteunbeleid (SAM) past de aanpak evenwel duidelijk in het streven van de Europese Commissie  om zich te richten op zaken met een aanzienlijke impact op de interne markt. In verband hiermee kondigde Joaquin Almunia, destijds Eurocommissaris voor mededinging, reeds in een op 10 februari 2012 gehouden speechaan dat de Europese Commissie een vereenvoudigde behandeling voorstaat van zaken met een gering effect op de handel tussen de lidstaten. Het is alleen nog even wachten op de uitwerking.

Eric Janssen, advocaat staatssteunrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.