De douane-technische aspecten bij de classificatie van drones

Drones, wat zijn het? Drones worden onder andere gebruikt in de landbouw voor video- en foto-opnames, maar ook voor het plezier in de achtertuin. Drones: zijn het speelgoed, digitale camera’s of misschien toch hefschroefvliegtuigen? De douane-technische classificatie van drones is bepalend voor de hoogte van de invoerrechten die betaald moeten worden bij het importeren ervan in de Europese Unie.

De kunst van het indelen van goederen

Voor het bepalen van het douanetarief dat voor een bepaald product van oorsprong uit een derde land betaald moet worden bij het in het vrije verkeer brengen in de Europese Unie, is het van belang dat goederen zoals drones op eenduidige en uniforme wijze worden geclassificeerd. Voor het bepalen van het douanetarief moet een goederencode bepaald worden. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat hetzelfde type drone door aangevers of de douaneautoriteiten in Duitsland onder een andere goederencode geclassificeerd wordt dan in Nederland. Daarom is het handig om een gebruikstarief en indelingsregels te hebben aan de hand waarvan goederen eenduidig en uniform geclassificeerd kunnen worden.

Op wereldwijd niveau worden goederen ingedeeld in het gebruikstarief; het zogeheten ‘Geharmoniseerd Systeem’ (GS) en op Europees niveau in de zogeheten ‘Gecombineerde Nomenclatuur’ (GN). In het GS worden goederen ingedeeld tot zes cijfers en in de GN tot acht cijfers. Daarnaast zijn er (aanvullende) Taric codes. Op nationaal niveau kan de goederencode nog verder gespecifieerd zijn.

Wanneer drones van oorsprong uit derde landen geïmporteerd worden in de Europese Unie moet een douaneaangifte gedaan worden voor het in het vrije verkeer brengen. Bij het doen van een douaneaangifte moet een goederencode opgegeven worden. Voor het vaststellen van de juiste goederencode zijn allereerst de indelingsregels relevant. Uit de indelingsregels volgt onder meer dat de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken wettelijk bepalend zijn. In sommige gevallen is voor specifieke goederen een indelingsverordening afgekondigd door de Europese Commissie. Een dergelijke indelingsverordening is in beginsel rechtstreeks van toepassing en algemeen verbindend voor identieke goederen in alle lidstaten van de Europese Unie. Indien het in te delen product niet identiek is aan het product uit de indelingsverordening kan er wel naar verwezen worden als er gelijkenissen bestaan tussen het in te delen product en het product waarop de indelingsverordening ziet. Verder zijn onder andere de GS-toelichting, de GN-toelichting en de indelingsadviezen van de Wereld Douane Organisatie (WDO) belangrijke hulpmiddelen bij de interpretatie van het gebruikstarief. Deze zijn overigens niet wettelijk bepalend voor de indeling. Tot slot kan een Bindende Tariefinlichtingen (BTI) aangevraagd worden bij de douane. De douane verschaft in dat geval duidelijkheid over de te hanteren goederencode. Alleen de rechthebbende (de aanvrager van de BTI) kan vervolgens rechten ontlenen aan deze BTI. Indien de aanvrager van een BTI het na de afgifte daarvan niet eens is met de goederencode die de douaneautoriteit heeft afgegeven in de BTI, staan bezwaar en eventueel beroep bij de rechtbank hiertegen open. Indien een (gunstige of ongunstige) BTI is afgegeven, moet deze ook gebruikt worden door de rechthebbende bij het doen van aangiftes voor dat desbetreffende product.

Hoe classificeren wij de drone?

Uit het voorgaande blijkt dat het indelen van een product dus nog niet zo eenvoudig is. Ter illustratie: een rollator vervoert een persoon van a naar b. Is het daardoor een (overig) vervoermiddel of is het toch een medisch hulpmiddel? Daarover is een discussie gevoerd tot het Europese Hof van Justitie (HvJ) aan toe, dat uiteindelijk heeft bepaald dat een rollator een medisch hulpmiddel is (C‑273/09). Het wordt nog lastiger wanneer door technologische vooruitgang nieuwe producten op de markt worden gebracht waarin het gebruikstarief (nog) niet specifiek voorziet. In dat geval kunnen er vele discussies ontstaan. Uitgangspunt is dat alle goederen ingedeeld moeten kunnen worden in het GS en de GN. Aansluiting zal dan gezocht moeten worden bij bestaande producten en eventueel resteert indeling in de restposten. Het is daarentegen goed denkbaar dat dit voor een nieuw product geen bevredigende oplossing biedt op de lange termijn. Om de vijf jaar wordt het GS aangepast en de GN wordt ieder jaar gewijzigd. Discussie over de juiste classificatie bestaat ook ten aanzien van drones als relatief nieuwe producten.

Het voert te ver om in deze blog drones (die in vele verschillende varianten voorkomen) te classificeren. Wel merken wij op dat de Europese Commissie met indelingsverordening Nr. 2017/285 van 15 februari 2017 voor één specifiek type drone heeft bepaald onder welke goederencode deze moet worden ingedeeld. Het betreft kort gezegd een op afstand bestuurbaar hefschroefvliegtuig met meerdere rotors met een diagonale lengte van 35 centimeter en een gewicht van 1.030 gram die bediend wordt met een afstandsbediening. Dit type drone heeft een maximale vliegsnelheid van ongeveer 54 km/h. Aangezien de drone is uitgerust met geavanceerde vliegsystemen en een aanzienlijke maximumsnelheid heeft, kan dit type volgens de Europese Commissie niet aangemerkt worden als speelgoed. Daarom moet de drone ingedeeld worden onder goederencode 8802 11 00 e.v. als hefschroefvliegtuig met een leeggewicht van niet meer dan 2.000 kg. Omgekeerd geeft de GN-Toelichting (2017/C 35/04) een aanwijzing dat drones met een laag gewicht, een beperkte maximumsnelheid en zonder geavanceerde elektronische apparatuur in beginsel ingedeeld dienen te worden onder goederencode 9503 00 e.v. als speelgoed. Verder heeft de WDO in een indelingsadvies van maart 2015 voor een drone met een camera die bediend wordt met een smartphone aangegeven dat deze drone thuishoort onder goederencode 8525 80 e.v. als digitale camera (GS commissie, 55e zitting nr. 21).

De voornoemde indelingsverordening, het WDO-advies en de GN-Toelichtingen dienen als handvaten voor de classificatie van bepaalde type drones. Maar hoe zit het met andere varianten? Met behulp van de indelingsregels, vergelijkingen met een van de hiervoor besproken drones en andere (toekomstige) indelings(hulp)middelen zullen ook andere soorten ingedeeld kunnen worden. Nogmaals: afhankelijk van de goederencode die gebruikt wordt, is een bepaald douanetarief van toepassing. Hoe hoger het douanetarief, hoe meer invoerrechten de aangever verschuldigd zal zijn. Vandaar dat aangevers en de douane in indelingsgeschillen niet zelden tegenover elkaar staan.

Aanbevelingen voor de praktijk

Heeft u een aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van drones en is de douane het niet eens met de goederencode die u heeft gebruikt? Het is mogelijk dat de douane een andere goederencode juist acht en dat deze goederencode ook een ander douanetarief heeft. Dit leidt bij een goederencode met een hoger douanetarief veelal tot een Uitnodiging tot Betaling (UTB) voor het betalen van invoerrechten. Bent u het echter niet eens met de indeling van de drones onder de desbetreffende goederencode met het hogere douanetarief en de daardoor (extra) verschuldigde invoerrechten, dan kunt u deze UTB natuurlijk aanvechten door daartegen bezwaar in te stellen. U kunt dan (nader) motiveren waarom u meent dat u het product wel juist heeft geclassificeerd en er ten gevolge daarvan geen (extra) invoerrechten verschuldigd zijn.


Petra Chao, advocaat Handel, Industrie & Logistiek.

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.