De nieuwe luchtverkeersdeelnemer: de drone

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in Juridisch Up To Date van 27 april 2017


Inleiding

Drones zien we steeds vaker om ons heen; bijvoorbeeld in de logistiek bij offshore inspecties en voorraad inventarisaties waarbij de drone tegenwoordig zelfs gekoppeld kan worden aan een geautomatiseerde stapelaar waardoor het continue voorzien is van stroom. Verwacht wordt voorts dat vrachtwagens in de stad vervangen worden door drones en verder geïntegreerd worden in de logistieke processen. Dit is een toekomstvisie, die volgt uit het recente rapport ‘Baan van de Toekomst Logistiek & Supply Chain in 2030’ opgesteld door het wervings- en selectiebureau Hays.

Wat betekent dit alles juridisch? In deze bijdrage wordt in vogelvlucht naar de (huidige) nationale wet- en regelgeving gekeken: past dat kader nog wel op deze nieuwe deelnemer aan het luchtverkeer?

Europese regelgeving

Drones zijn Remotely Piloted Aircraft Systems (RPAS). Anders gezegd, of eigenlijk in het Nederlands gezegd, onbemande luchtvaartuigen aan boord waarvan zich geen gezagvoerder bevindt. In beginsel bepaalt de Europese Unie de gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart. Zie daarvoor Verordening (EG) Nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG. Drones met een gewicht van meer dan 150 kg zijn luchtvaartuigen in de zin van Verordening Nr. 2016/2008 en moeten voldoen aan de voornoemde verordening. Drones met een lager gewicht daarentegen zijn luchtvaartuigen die ingevolge artikel 4 lid 4 jo. bijlage II (i) niet zijn onderworpen aan de verordening.

Op dit moment zijn drones met een gewicht van minder dan 150 kg alleen nog onderworpen aan nationale regelgeving. Europese regelgeving is echter in de maak voor de kleinere drones. De Europese Commissie kwam op 7 december 2015 met een voorstel voor de wijziging van de Verordening Nr. 216/2008. Het voorstel zag onder meer op het invoeren van (nadere) regelgeving met betrekking tot drones. Op 10 november 2016 gaf de Vervoerscommissie van het Europees Parlement goedkeuring aan wijzigingen van de Europese regels voor de luchtvaartveiligheid inclusief elementaire veiligheidsregels voor drones. Er komt waarschijnlijk een registratieplicht voor drones van meer dan 250 gram en bestuurders dienen in de toekomst op basis van Europese regelgeving te beschikken over vaardigheden om met een drone een vlucht te mogen maken. De gedachte achter de Europese uniformering van regelgeving is het bevorderen van de (groei van de) drone sector en de uniformering van de veiligheidsregels. De Europese Commissie schat dat de markt voor drones binnen 10 jaar 10% van de luchtvaartmarkt zal vertegenwoordigen ter waarde van EUR 15 biljoen per jaar.

Nationale regelgeving

Drones die lichter zijn dan 150 kg worden momenteel dus enkel op nationaal niveau gereguleerd. De Nederlandse wetgever heeft onderscheid gemaakt tussen recreatief en beroepsmatig vliegen met drones in het luchtruim. Het recreatief gebruik van drones komt in dit artikel verder niet aan de orde. Dit artikel ziet op de toepassing van drones met een economisch of beroepsmatig oogmerk, anders gezegd, voor beroepsmatig/zakelijk gebruik. Bij beroepsmatig gebruik van drones is onder meer de “Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen” (hierna: “drone-regeling”) van toepassing. Deze regeling is alleen van toepassing op drones gebruikt in het luchtruim. Drones die in een voorraadmagazijn van een distributeur worden gebruikt, bevinden zich daar niet in en zijn dan ook niet onderworpen aan deze regeling.

Bij het gebruik in het luchtruim staan de organisatie die de drone vluchten uitvoert (hierna: “gebruiker”) en de piloot/gezagvoerder die de drone bestuurt centraal. Daarnaast ziet de regelgeving op de staat en kwaliteit van de drone zelf.

Organisaties die met een drone vluchten willen uitvoeren, moeten in het bezit zijn van een RPAS Operator Certificate vergunning (hierna: “ROC-vergunning”). Voor het verkrijgen van een vergunning is ingevolge artikel 10 respectievelijk 10a van de drone-regeling onder meer vereist dat een verzekering is afgesloten tegen aansprakelijkheid voor dood of letsel van derden of andere schade toegebracht aan derden. Afhankelijk van het gewicht van de drone dient de organisatie die de vlucht wil uitvoeren een ROC-vergunning of een ROC light-vergunning aan te vragen en gelden verschillende regels bij de uitvoering van een vlucht. Wat moeten de dronegebruiker en/of piloot zich in ieder geval realiseren?

Indien de drone zwaarder is dan 4 kg, maar met een maximaal gewicht van 150 kg, is een ROC-vergunning vereist. Vluchten met een drone waarvoor een ROC-vergunning vereist is, zijn op grond van artikel 14 lid 1 van de drone-regeling toegestaan te vliegen tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water. Daarnaast mag de dronevlucht ingevolge artikel 13 lid 1 van de drone-regeling niet uitgevoerd worden buiten zichtafstand van de bestuurder of een waarnemer. Onverminderd het voorgaande is het op grond van artikel 13 lid 2 van de drone-regeling verboden om de vlucht uit te voeren op een afstand van meer dan 500 meter van de bestuurder of een waarnemer. In de drone-regeling is het begrip waarnemer niet nader gedefinieerd.

Voor drones lichter dan 4 kg is de ROC light-vergunning bedoeld. Daar komen andere regels bij kijken. Een drone van minder van 4 kg mag ingevolge artikel 15aa van de drone-regelgeving geen vlucht maken buiten een afstand van 100 meter van de bestuurder of hoger dan maximaal 40/50 meter (afhankelijk van het gebied). In het algemeen geldt verder onder meer voor drones (tot 150 kg) dat de bestuurder van de drone op grond van artikel 15a lid 1 van de drone-regeling in beginsel voorrang dient te verlenen aan al het andere luchtverkeer.

De bestuurder van de drone wordt aangemerkt als piloot/gezagvoerder. Een gezagvoerder is ingevolge artikel 1.1 lid 1 van de Wet Luchtvaart degene, die de leiding heeft bij en verantwoordelijk is voor de veilige uitvoering van de vlucht. Diegene dient te beschikken over een vliegbrevet, te weten een RPAS-license of anders gezegd een algemene bevoegdverklaring. Een algemene bevoegdverklaring wordt niet zo maar afgegeven. Daarvoor dient bijvoorbeeld met succes een theorie examen afgelegd te zijn en een praktijkopleiding gevolgd te zijn. De vereisten voor afgifte van een bewijs van bevoegdheid zijn nader uiteengezet in artikel 2 en 3 van de drone-regelgeving.

Naast het feit dat de drone-gebruiker dient te beschikken over een vergunning en de piloot over een vliegbrevet, is van belang dat de drone zelf ook aan een aantal veiligheids-vereisten voldoet. Om deze reden dient de eigenaar van de drone te beschikken over een bewijs van luchtwaardigheid met betrekking tot de drone en tevens een bewijs van inschrijving in het luchtvaartregister.

Concluderend, een piloot die zijn eigen drone voor zijn eigen bedrijf gebruikt, dient te beschikken over een ROC-vergunning, een vliegbrevet en een bewijs van luchtwaardigheid. Indien een bedrijf dat een piloot contracteert en daarbij eveneens de drone huurt, dient het bedrijf zo volgt uit de website van de Rijksoverheid enkel zorg te dragen voor een ROC-vergunning. De piloot dient in dat geval voor het vliegbrevet te zorgen en de eigenaar van de drone dient te beschikken over een bewijs van luchtwaardigheid.

Toekomst

Professioneel gebruik van drones is niet langer toekomstmuziek. Naast praktische vragen, zoals of in een bedrijf dat de diensten van een drone service verlener inroept in de toekomst ook nog zelf zorg dient te dragen voor een ROC-vergunning, zijn er ook nog vele juridische vragen. Hoe het gebruik van het luchtruim door drones te reguleren zowel met betrekking tot dronegebruik onderling als met betrekking tot ander luchtverkeer? En hoe om te gaan met drones die vliegen op de ‘automatische piloot’? Dit is naar huidige nationale regelgeving immers niet toegestaan. Om nog niet eens te spreken over de mogelijke ongevallen en de wijze waarop het aansprakelijkheidsrecht dient te worden vormgegeven. En als de verwachting is dat de internationale handel in drones fors gaat toenemen, is het ook verstandig helderheid te verschaffen over de douane technische classificatie van het product en privacyaspecten. Tot slot heel concreet: kan met behulp van een drone scheepsbeslag gelegd worden op een wegvarend schip, zoals door gerechtsdeurwaarder Nocco in de Gerechtsdeurwaarder 2016/3 geopperd is?

Vragen, vragen, vragen. Juridisch moet de economische wens om drones in te zetten gefaciliteerd worden. Dit betekent onder meer dat goed onderzoek moet worden gedaan naar hoe drones passen in de huidige regelgeving of op welke wijze op de huidige regelgeving voortgeborduurd kan worden. Werk aan de juridische winkel dus!

Petra Chao, advocaat Handel, Industrie & Logistiek

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.