De positie van aandeelhouders bij een faillissement; (on)zeker?

Aandeelhouders zijn lang niet altijd alleen maar kapitaalverschaffer. In deze blog beschrijf ik ontwikkelingen in de positie van aandeelhouders.

Leveraged financing

Geld lenen is op dit moment goedkoop. Sommige aandeelhouders kiezen er daarom voor om een onderneming niet te financieren met kapitaal, maar hoofdzakelijk met vreemd vermogen. Voor aandeelhouders kan dat meer rendement opleveren; voor de onderneming ook meer risico.

Door weinig eigen geld te investeren en de onderneming geld te laten lenen, kan de aandeelhouder een hoog rendement op zijn investering realiseren. De aandeelhouder hoeft minder eigen geld te investeren, maar ontvangt niet veel minder winst, omdat de rentelasten op het geleende geld laag zijn. Dit wordt leveraged financing genoemd. De onderneming heeft door het beperkte kapitaal weinig vlees op de botten om tegenslagen op te vangen, maar door zijn geringe investering loopt de aandeelhouder weinig risico als het mis gaat.

Aandeelhouderslening

Een aandeelhouder kan ook zelf een lening verstrekken aan de onderneming. Daarmee verandert zijn positie in het geval van een faillissement. Normaal staat de aandeelhouder helemaal achteraan in de rij bij een eventuele uitkering. Het idee daarbij is: de eerste aanspraak op rendement staat tegenover de laatste aanspraak op uitkering bij faillissement. Als aandeelhouders geld aan de onderneming uitlenen, komen zij voor die lening bij uitkering op gelijke voet te staan met andere schuldeisers.

In sommige gevallen wordt zo’n aandeelhouderslening toch als een vorm van kapitaalverschaffing gezien. De lening van een aandeelhouder wordt dan aangemerkt als een lening die is achtergesteld aan de normale schuldeisers. Duidelijke regels over wanneer een lening aldus van kleur verschiet, zijn er niet.

Aandeelhouderslening met zekerheid

Nog sterker staat een aandeelhouder die voor een aandeelhouderslening ook zekerheid ontvangt, zoals een pandrecht op vorderingen, voorraden of auteursrechten. De aandeelhouder kan zich bij faillissement dan verhalen op de verpande zaken alsof er geen faillissement zou zijn. De curator kan in zo’n geval niet om de aandeelhouder heen bij het realiseren van een doorstart.

Dit speelde bijvoorbeeld in het faillissement van het McGregor in 2016. De curator kon nauwelijks anders dan de onderneming verkopen aan de oude aandeelhouders, die pandrechten hadden gevestigd op essentiële zaken van de onderneming. Daarmee konden zij feitelijk bepalen aan wie dei zaken werden verkocht.

Wetgeving op komst?

Zo kan het zijn dat de partij die normaal gesproken met lege handen zou staan bij een faillissement juist alle schuldeisers voorbijstreeft. Slim investeren of maatschappelijk onwenselijk? In de politiek gaan in ieder geval geluiden op om de investeringsmogelijkheden van aandeelhouders aan banden te leggen. De minister van Veiligheid en Justitie heeft aangekondigd om in de zomer van 2017 een wetsontwerp te presenteren (Wet Continuïteit Onderneming III, WCO III), waarin onder meer de positie en status van aandeelhoudersleningen met zekerheden kritisch wordt bekeken.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.