De WHOA in de praktijk: wat is de stand van zaken na één maand?

Op 1 januari 2021 is de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (“WHOA”) in werking getreden. In voorgaande artikelen van 27 mei 2020 en 13 oktober 2020 zijn wij reeds ingegaan op de belangrijkste spelregels van de wet, maar in het kort gaat het om de mogelijkheid voor ondernemers om hun schulden te saneren, zonder dat daarvoor toestemming nodig is van alle schuldeisers. Om de schulden te saneren zal een procedure gevolgd moeten worden om uiteindelijk tot een akkoord te komen en hiervoor is tijd nodig. Om te voorkomen dat schuldeisers gedurende deze tijd alsnog het faillissement aanvragen of zekerheden uitwinnen, biedt de wet ondernemers diverse mogelijkheden om de onderneming door te kunnen laten draaien.

Na de inwerkingtreding één maand geleden zijn de eerste drie WHOA-uitspraken openbaar gemaakt. Wij zullen hieronder kort de uitspraken bespreken.

Rechtbank Amsterdam 15 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:84.

In deze WHOA-zaak had de ondernemer een verklaring ingediend bij de rechtbank dat hij een akkoord aan het voorbereiden was. Omdat hij deze verklaring had ingediend, mocht hij de rechtbank ook verzoeken om een zogenaamde “afkoelingsperiode”. Tijdens deze periode kunnen schuldeisers niet zomaar goederen ophalen en worden eventuele faillissementsaanvragen geschorst.

De ondernemer had om een afkoelingsperiode van vier maanden verzocht, met als doel het bewerkstelligen van een gecontroleerde afwikkeling van de onderneming. De rechtbank overweegt dat de WHOA niet alleen kan worden toegepast om een onderneming door te laten gaan, maar kan worden toegepast in een situatie waarbij een onderneming geen overlevingskansen meer heeft. Het moet dan wel gaan om een situatie waarbij de verwachting is dat met een akkoord een beter resultaat kan worden behaald voor alle betrokkenen, dan met een afwikkeling in faillissement. In deze zaak werd een afkoelingsperiode van twee maanden afgekondigd en het door andere partijen ingediende faillissementsverzoek werd aangehouden (geschorst).

Van belang voor toekomstige WHOA-procedures is dat onder de ‘noodzaak om een onderneming te kunnen blijven voortzetten’, zoals als eis staat in de wet voor het toekennen van een afkoelingsperiode, dus ook wordt bedoeld de voortzetting van de onderneming in het kader van een gecontroleerde afwikkeling. Daarnaast is het goed om te weten voor ondernemers dat de WHOA ook kan worden toegepast in een situatie waarbij de onderneming geen overlevingskansen meer heeft, maar met een akkoord een beter resultaat kan worden behaald dan bij een faillissement.


Rechtbank Den Haag 15 januari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:198.

Ook in de tweede WHOA-uitspraak ging het onder andere om een verzoek om een afkoelingsperiode af te kondigen. De ondernemer had namelijk de vrees dat zijn schuldeisers het faillissement zouden aanvragen of verdere verhaalsacties zouden ondernemen. Specifiek werd door de ondernemer ook verzocht om de gelegde beslagen op de voorraad en inventaris op te heffen. De ondernemer heeft toegezegd binnen twee maanden een akkoord aan te bieden aan zijn schuldeisers, gericht op het voortzetten van de onderneming zodat de schuldeisers met behulp van een externe financier grotendeels kunnen worden betaald. In deze zaak ging het dus juist om een akkoord met als doel het voortzetten van de onderneming. De rechtbank oordeelde dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is ter voorbereiding van een akkoord dat in het belang van de gezamenlijk schuldeisers is. De beslagleggers worden volgens de rechtbank niet wezenlijk in hun belangen geschaad door opheffing van de beslagen.

De rechtbank kondigde ook hier een afkoelingsperiode van twee maanden af, die in dit geval inhoudt (i) dat iedere bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vermogen van de ondernemer behoren gedurende de afkoelingsperiode niet kan worden uitgeoefend, (ii) dat de beslagen die zijn gelegd op de voorraad en de inventaris van de ondernemer worden opgeheven en (iii) dat de ondernemer de rechtbank uiterlijk een maand later moet informeren over de voortgang van de akkoordprocedure.

Van belang voor de praktijk is dat een ondernemer die klem wordt gezet door schuldeisers, doordat zij de verpande voorraad willen komen ophalen, alsnog mogelijkheden heeft om het beslag op te laten heffen en verder te kunnen met ondernemen. Wel is van belang dat de ondernemer actief is met het aanbieden van een akkoord. Na de afkoelingsperiode kunnen schuldeisers namelijk wel weer beslag leggen of het faillissement aanvragen.


Rechtbank Noord-Nederland 19 januari 2021, ECLI:NL:HR:RBNNE:2021:111.

Als laatste een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Wat in deze zaak opvalt, is het standpunt dat de rechtbank inneemt ten aanzien van het aanwijzen van een herstructureringsdeskundige. De rechtbank stelt voorop dat een herstructureringsdeskundige zijn taak doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk moet uitvoeren. In deze zaak heeft de rechtbank één van de twee door de ondernemer aangedragen deskundigen aangewezen en die deskundige opgedragen om binnen een week na de datum van de aanwijzingsbeschikking een plan van aanpak en een begroting van de kosten te maken.

Concluderend

Wat deze eerste maand in ieder geval duidelijk is geworden, is dat er in de praktijk behoefte is aan de mogelijkheden van de WHOA. De nieuwe wet geeft bedrijven in moeilijkheden de mogelijkheid om te onderhandelen met schuldeisers, terwijl zij tegelijkertijd niet door een bepaalde schuldeiser onder druk kunnen worden gezet door het leggen van beslag of het aanvragen van het faillissement.

Uit de uitspraken blijkt ook duidelijk het belang van het tijdig inwinnen van advies. Het kan dan gaan om het bespreken van de mogelijkheden onder de nieuwe wet of het zoeken naar een deskundige die het akkoord kan voorbereiden.

Mocht u verdere informatie willen over de mogelijkheden van de WHOA, dan kunt u ons uiteraard bellen.


Nica Voets en Jan Hendrik Vogelsang

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.