Doet de rechter binnen het arbeidsrecht wel iets met de AVG?

Zoals wellicht bekend, is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) al enige tijd van toepassing. Zoals we in onze blog van 9 juli 2018 al aangaven, komt de AVG in beeld indien, kort gezegd, verwerking van persoonsgegevens plaatsvindt. Persoonsgegevens komen bij uitstek binnen werkgevers- en werknemersrelaties voor. De (terechte) vraag werd door velen gesteld in hoeverre de rechter, bij schending van deze ‘nieuwe’ privacyregels daar consequenties aan zou verbinden. Rechters zitten namelijk vaak tussen de strenge privacyregels en het praktische arbeidsrecht in. Regelmatig is sprake is van een onrechtmatige inbreuk op het privacyrecht van de werknemer, maar blijft de arbeidsrechtelijke maatregel in stand dan wel wordt deze toegewezen.

Dat komt omdat de Hoge Raad enkele jaren geleden (in een arbeidsrechtelijke zaak) oordeelde dat het maatschappelijk belang dat de waarheid aan het licht komt, en ook dat het belang van partijen om hun stellingen in rechte aannemelijk te kunnen maken, zwaarder weegt dan het belang van uitsluiting van bewijs. Slechts indien sprake is van bijkomende omstandigheden, is uitsluiting van dat bewijs gerechtvaardigd. Dat geldt dus ook als dat bewijs in strijd met de AVG is verkregen. Denk aan camerabeelden die onrechtmatig zijn verkregen.

Via de rechter aanspraken op de AVG afdwingen?

Een andere vraag is of een werknemer zijn aanspraken onder de AVG (tegenover zijn werkgever) via de rechter geldend kan maken. Kortgeleden verzocht een werknemer om afgifte van een kopie van zijn volledige personeelsdossier – waarin vrijwel uitsluitend persoonsgegevens in zijn opgenomen. De rechter onderzocht eerst of een personeelsdossier wel onder het toepassingsgebied van de AVG valt, dat volgens hem het geval is. En omdat dit personeelsdossier onder de AVG valt, concludeerde de rechter dat de werknemer daarom recht heeft om – wanneer duidelijk is dat zijn persoonsgegevens worden verwerkt – inzage te verkrijgen in die persoonsgegevens. En eveneens recht heeft op de verstrekking van een kopie hiervan. Toch leverde dit de werknemer niet veel op. De werkgever gaf namelijk aan dat ‘binnen de onderneming veel zaken mondeling worden besproken, en niet worden vastgelegd in het personeelsdossier’. Uiteindelijk resultaat voor de werknemer was dat hij een kopie van zijn eigen arbeidsovereenkomst ontving.

Conclusie

Bewijs verkregen in strijd met de AVG, levert (binnen het arbeidsrecht) niet zomaar bewijsuitsluiting op, maar slechts indien daar bijkomende omstandigheden voor zijn.

Daarnaast valt een personeelsdossier onder de AVG. Dat betekent dat een werknemer een verzoek kan doen tot inzage of kopie hiervan. Dat binnen de onderneming veel zaken mondeling worden besproken, kan ertoe leiden dat de werknemer hier niet veel resultaat mee behaalt.

Arnold Birkhoff, advocaat arbeidsrecht en Rogier van Huussen, advocaat arbeidsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.