Door de douane gewekt vertrouwen werkt door naar de toekomst

Wanneer de douane, nadat goederen in het vrije verkeer van de Gemeenschap zijn gebracht, tot de ontdekking komt dat te weinig douanerechten zijn betaald, moet zij het meer verschuldigde navorderen.

Die navordering moet volgens het Communautair Douanewetboek (CDW) echter achterwege blijven als de belanghebbende er door een actieve gedraging van de douane op mocht vertrouwen dat hij zijn aangifte correct had gedaan. Er is dan sprake van een ‘vergissing van de douaneautoriteiten’. Voorwaarde is wel dat de belanghebbende de vergissing niet heeft kunnen ontdekken, te goeder trouw is geweest en verder aan alle voorschriften heeft voldaan.

Een voorbeeld van een actieve gedraging is de fysieke controle van de goederen. Als de douane de goederen daadwerkelijk controleert en daarna de gegevens in de aangifte accepteert, kan zij volgens vaste rechtspraak niet meer tot navordering over gaan.

Tot voorkort gold dit in Nederland alleen voor aangiften waarvan de goederen daadwerkelijk waren gecontroleerd. Uitgangspunt was dat elke aangifte in beginsel op zich staat. Een beroep op gewekt vertrouwen werd dus niet gehonoreerd voor latere aangiften waarvan de goederen niet ook fysiek waren gecontroleerd.

Door een recent arrest van de Hoge Raad is deze lijn doorbroken. Dat had eigenlijk al eerder het geval kunnen zijn. Het Hof van Justitie heeft namelijk in een zaak waarin het draaide om de douanewaarde in 2000 al geoordeeld dat douaneautoriteiten van navordering moeten afzien, wanneer zij bij een fysieke controle van aangiften over een eerder tijdvak voor gelijksoortige transacties de aangifte hebben gevolgd.

De Hoge Raad heeft deze jurisprudentie nu gevolgd. In het arrest van de Hoge Raad ging het om een indelingskwestie. Een douane-expediteur had alarmtoestellen in gedeeld onder tariefpost 8531 met een preferentieel tarief van 0%. De douane had de goederen regelmatig fysiek gecontroleerd en daarbij steeds geen opmerkingen gemaakt over de gekozen tariefpost. Bij een latere administratieve controle stelde de douane opeens dat de goederen verlichtingsartikelen waren en onder tariefpost 9405 ingedeeld moesten worden. Daarvoor gold een percentage van 2,7%.

De Hoge Raad oordeelde dat de douane van navordering had moeten afzien nu zij bij eerdere controles voor gelijksoortige transacties geen bezwaar had gemaakt tegen de (achteraf gezien onjuiste) tariefpost.

Bij navordering van douanerechten is het dus steeds van belang om na te gaan of de douane eerdere aangiften voor soortgelijke goederen en transacties op hetzelfde aspect (oorsprong, indeling, waarde) heeft gecontroleerd en akkoord heeft bevonden. De douane mag dan niet tot navordering overgaan. Is reeds nagevorderd dan is het het overwegen waard om (binnen de 3-jaarstermijn) alsnog een verzoek om terugbetaling te doen.

(Deze publicatie is eerder als column verschenen in het Nieuwsblad Transport)

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.