Doorstart Schoenenreus onrechtmatig?

Stichting IPP, een belangenorganisatie van oud-werknemers van Schoenenreus, heeft de rechter verzocht een voorlopig getuigenverhoor te openen teneinde te onderzoeken in hoeverre het management van Schoenenreus onrechtmatig heeft gehandeld door in 2013 via een pre-pack een faillissement uit te lokken en daardoor een doorstart te kunnen maken in afgeslankte vorm. Het betreft dus het eerste faillissement van Schoenenreus, niet het meest recente dat in januari 2015 werd uitgesproken. De stichting richt ook haar pijlen op de curator, die in die hoedanigheid en tijdens de pre-pack als stille bewindvoerder behulpzaam zou zijn geweest bij het gestelde onrechtmatige handelen.

Hoewel het aantal te horen getuigen aanzienlijk minder is dan verzocht (8 i.p.v. 33) en ook het aantal vragen dat aan deze getuigen zal worden voorgelegd een fractie is van hetgeen de stichting verzocht, heeft de rechter het verzoek van de stichting toegewezen. Het onderzoek zal zich toespitsen op de vraag hoe de doorstartende partij (feitelijk het zittende management van Schoenenreus) het onderscheid heeft gemaakt tussen werknemers die wel en werknemers die niet hun baan behielden in het kader van de doorstart.

Het voorlopig getuigenverhoor is een vrij laagdrempelige manier om inzicht te krijgen in het beschikbare bewijsmateriaal in een bepaalde zaak. Aan de hand van de -onder ede- afgelegde getuigenverklaringen kan een afweging gemaakt worden van de proceskansen en het procesrisico. Of de Stichting IPP daadwerkelijk een procedure start is dus nog niet zeker en waarschijnlijk in belangrijke mate afhankelijk van de uitkomst van de getuigenverhoren. Deze zaak past in ieder geval in de trend dat werknemers(organisaties) zich in toenemende mate kritisch opstellen ten opzichte van doorstarts in het algemeen en de doorstart voorafgegaan door een pre-pack in het bijzonder.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.