Doorstarter in faillissement kan concurrentiebeding werknemers niet inroepen, de curator wel

Het recht om een voormalig werknemer aan zijn concurrentiebeding te houden kan niet worden overgedragen aan de overnemer van een failliete onderneming. Dit recht komt de faillissementscurator wel toe, mits hij daarbij een redelijk belang heeft. Dit blijkt uit een recent voorlopig oordeel van de Voorzieningenrechter Rechtbank Dordrecht. 

Drie werknemers zijn na de faillietverklaring van hun werkgever in dienst getreden bij een concurrerende onderneming. In de arbeidsovereenkomsten van de werknemers was een concurrentiebeding opgenomen.

De handelsnaam en het klanten- en relatiebestand van de failliete onderneming is door een andere partij gekocht uit de boedel. Voor de overdracht van onderneming zijn de arbeidsovereenkomsten beëindigd door de curator.

Niet lang na de doorstart heeft de doorstartende partij een kort geding aangespannen tegen de drie werknemers om hen aan hun concurrentiebeding te houden, aangezien hij van mening is dat de rechten uit het beding op hem zijn overgegaan.

De wet bepaalt dat door overgang van onderneming de rechten en plichten die voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen de onderneming en de daar werkzame werknemer van rechtswege op de verkrijger overgaan.

Dit geldt alleen voor rechten en plichten die voortvloeien uit lopende arbeidsovereenkomsten. Een concurrentiebeding dient overigens door de overnemende partij en de werknemer altijd opnieuw schriftelijk te worden vastgelegd.

De Hoge Raad overwoog twintig jaar geleden al eens dat het recht van een werkgever om een voormalig werknemer aan zijn concurrentiebeding te houden bij overdracht van onderneming – buiten faillissement - niet op de verkrijger overgaat. De overnemende partij kan dus niet de ex-werknemers van de overgenomen partij aan hun concurrentiebeding houden.

Bovendien geldt die overgangsregeling niet in faillissementssituaties. Werknemers die na een faillissementsdoorstart bij de doorstartende partij in dienst treden verliezen in principe hun bij de gefailleerde werkgever opgebouwde rechten en plichten.

De positie van de werknemer wiens arbeidsovereenkomst voor de doorstart door de curator is beëindigd is volgens de Voorzieningenrechter in de beschreven kwestie vrijwel identiek aan de positie van de voormalige werknemer bij overgang van onderneming buiten faillissement. Hierdoor komt het recht om zich te beroepen op het concurrentiebeding overeengekomen tussen de werknemer en de gefailleerde werkgever niet toe aan de doorstarter.

De Voorzieningenrechter is van mening dat het recht zich op een concurrentiebeding te beroepen wel toekomt aan de curator, mits hij daarbij een redelijk belang heeft. Dat recht kan niet worden overgedragen aan de doorstartende partij. Deze kan dat recht althans niet uitoefenen.

Het is van belang op te merken dat het hier gaat om een voorlopig oordeel van een Voorzieningenrechter. Er zijn rechters die in vergelijkbare zaken van mening waren dat ook de curator geen, of beperkt, beroep op het concurrentiebeding toekomt.

Een doorstartende partij moet met overgenomen werknemers altijd opnieuw schriftelijk een concurrentiebeding sluiten. Tevens heeft hij een risico aan de ex-werknemers die hij niet overneemt bij een doorstart, doordat hij hen niet meer op hun voormalige plichten kan aanspreken. Het is goed met deze factor bij overnames in faillissement rekening te houden.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.