'Dual pricing' en internetverkoop

Veel producenten vinden het storend dat hun distributeurs producten zelf via een eigen webwinkel verkopen. Online verkoop heeft immers invloed op de offline verkoop. Er zijn dan ook producenten die proberen distributeurs te ontmoedigen producten via de eigen website te verkopen door middel van ‘dual pricing’. In december vorig jaar heeft het Bundeskartellamt (BKA) drie zaaksrapporten gepubliceerd waarin uiteen wordt gezet waarom de door drie Duitse ondernemingen gehanteerde ‘dual pricing’ systemen volgens het BKA in strijd waren met het kartelverbod.

'Dual pricing'

 et ‘dual pricing’ wordt bedoeld dat een producent voor het zelfde product of dezelfde dienst verschillende prijzen hanteert. Als een product of dienst via een webshop wordt verkocht vraagt de producent een hogere prijs dan als dit product of deze dienst via een fysieke winkel aan de man wordt gebracht. Hetzelfde effect kan overigens ook worden bereikt door een kortingssysteem te hanteren waarbij een lagere korting wordt verleend als de producten of diensten via een webwinkel worden verkocht.

Zaakrapporten van het BKA

De Duitse ondernemingen Gardena (tuingereedschap), Dornbracht (sanitair) en Bosch Siemens Hausgeräute (huishoudelijke apparatuur) probeerden door middel van ‘dual pricing’ distributeurs te ontmoedigen producten via een eigen webwinkel te verkopen. Producenten vinden dat verkoop via een webwinkel afbreuk doet aan het imago van het product. Ook komt het voor dat verkoop via webwinkels ten koste gaat van verkoop via fysieke winkels. Klanten komen het product in een fysieke winkel bekijken en kopen het vervolgens tegen een lagere prijs bij een webwinkel. In drie zaakrapporten zet het BKA, de Duitse mededingingsautoriteit, uiteen volgens haar ‘dual pricing’ niet mag worden ingezet om internetverkoop door distributeurs tegen te gaan.

De zaakberichten van het Bundeskartellamt staan overigens niet op zich. Reeds in oktober vorig jaar publiceerde het Bundeskartellamt de discussienota Vertikale Beschränkungen in der Internetökonomie. Ook in deze discussienota stelt het BKA redelijk ongenuanceerd dat ‘dual pricing’ in relatie tot internetverkoop mededingingsrechtelijk niet is toegestaan.

Verkoop via een webwinkel wordt aangemerkt als passieve verkoop. Passieve verkoop ziet op klanten die zich op eigen initiatief bij de distributeur melden. Uit de  Europese  Groepsvrijstelling verticale samenwerking volgt dat een verbod op passieve verkoop een zogenaamde harde kern beperking is. Daarom is ook een verbod op internetverkoop een harde kern beperking. In dit kader wordt in de bij de groepsvrijstelling bijbehorende Richtsnoeren inzake verticale beperkingen uiteengezet dat het een producent in beginsel niet is toegestaan om voor producten of diensten die via een webwinkel worden verkocht een hogere prijs te verlangen. Soms leidt onlineverkoop voor de producent echter tot aanzienlijk hogere kosten dan de offlineverkoop. Wanneer bijvoorbeeld bij offlineverkoop de installatie ter plaatse door de distributeur is inbegrepen, terwijl dit bij de onlineverkoop niet zo is, kan laatstgenoemde verkoopwijze tot meer klachten van de klanten en aanspraken op garantie ten opzichte van de producent leiden. In zo’n situatie kan ‘dual pricing’ toegelaten zijn, aldus de Richtsnoeren.

Vooral in de en Bosch Siemens Hausgeräute heeft het BKA onderzocht of de hiervoor bedoelde uitzondering zich voordeed. Het BKA was echter van mening dat ‘dual pricing’ geen efficiency voordelen met zich meebracht. Bovendien zouden er minder ingrijpende manieren zijn om de hogere kosten van offlineverkoop te vereffenen.

Nederlandse zaken

In 2005 hebben de voorzieningenrechters van de rechtbanken Arnhem en Zutphen het destijds door ATAG (huishoudelijke apparatuur) gehanteerde ‘dual princing’ systeem voor online en offline verkoop toelaatbaar geacht. ATAG had aangevoerd dat verkoop via een webwinkel bij haar tot hogere kosten leidde. Klanten die via een webwinkel apparatuur kochten belden regelmatig met ATAG om uitleg. Ook kwam het veelvuldig voor apparatuur onoordeelkundig werd aangesloten, waarna de after-salesorganisatie van ATAG reparaties moest uitvoeren. Volgens de voorzieningenrechters rechtvaardigde dit ‘dual princing’. De Rechtbank Zutphen heeft dit in 2007 in een bodemzaak nog een keer bevestigd. Ook de Autoriteit Consument en Markt (ACM) kwam in 2009 in de Sectorscan Signalen internetverkoop nog tot de conclusie dat ‘dual pricing’ op zich niet is verboden, tenzij er sprake is van misbruik van een economische machtspositie.

Conclusie

De Nederlandse rechters en de ACM lijken anders tegen ‘dual pricing’ aan te kijken dan het BKA. Dit is opmerkelijk, temeer nu de rechtvaardiging waarom de Nederlandse rechters ‘dual pricing’ in het geval van ATAG toelaatbaar achtten, expliciet in de Richtsnoeren wordt genoemd.

Een absoluut verbod op ‘dual pricing’ geldt er zeker niet. De zaakrapporten van het BKA onderstrepen echter wel dat een producent heel goed moeten onderzoeken of in zijn geval ‘dual pricing’ is toegestaan. Er moet objectief kunnen worden aangetoond dat “onlineverkoop voor de producent tot aanzienlijk hogere kosten leidt dan de offlineverkoop”. Als deze aanzienlijk hogere kosten kunnen worden aangetoond, moet daarnaast onderzocht worden of deze kosten op een andere minder beperkende manier kunnen worden teruggedrongen.  

Eric Janssen, advocaat mededingingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.