Één-op-één inpassing Nb-vergunning in bestemmingsplan

Een vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet kan één-op-één worden ingepast in een bestemmingsplan. Dit heeft de Afdeling expliciet overwogen in een uitspraak van 1 juni 2016. De onherroepelijke vergunning moet daartoe één-op-één worden gewaarborgd in de planregels, onder vermelding van bijvoorbeeld datum en kenmerk van de vergunning. Op deze wijze kan worden verzekerd dat een bestemmingsplan geen significant verstorende effecten kan veroorzaken op een betrokken Natura 2000-gebied.

In het bestemmingsplan zoals dat in de uitspraak aan de orde was, te weten het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2014’ van de gemeente Weststellingwerf, werd hieraan echter niet voldaan. Naar het oordeel van de Afdeling waren significant verstorende effecten in het bestemmingsplan niet uitgesloten. In het bestemmingsplan was overigens geen sprake van een één-op-één inpassing, doch de Afdeling heeft de gemeenteraad op deze mogelijkheid gewezen met het oog op de aanpassingen die ten aanzien van het bestemmingsplan uitgevoerd zullen moeten worden. De Afdeling heeft namelijk een aantal kritische kanttekeningen bij het bestemmingsplan geplaatst.

Referentiesituatie

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient voor de beoordeling ingevolge artikel 19j van de Natuurbeschermingswet (hierna: Nb) als referentiesituatie te worden uitgegaan van de feitelijke planologische legale situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. De Afdeling heeft expliciet overwogen dat het niet is toegestaan om voor de referentiesituatie uit te gaan van de milieuvergunde situatie ten tijde van de referentiedata van de betrokken Natura 2000-gebieden.

Uit de uitspraak van 1 mei 2013 mag niet worden afgeleid dat elk bestemmingsplan dat niet leidt tot een verhoging van de stikstofdepositie ten opzichte van de milieuvergunde situatie op de referentiedata voor de betrokken Natura 2000-gebieden, een plan is waarvan is uitgesloten dat het significante gevolge heeft.

Gebruiksverbod

In de planregels is een gebruiksverbod opgenomen, inhoudende dat het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee, zodanig dat er sprake is van een negatief effect op een Natura 2000-gebied door stikstofdepositie, is verboden. De raad heeft met deze planregel beoogd geen gebruik toe te staan waarbij een toename plaatsvindt van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden veroorzaakt door in het plangebied gevestigde agrarische bedrijven.

De formulering van het verbod stemt naar het oordeel van de Afdeling echter niet overeen met hetgeen de raad heeft beoogd. Door het gebruiksverbod enkel te koppelen aan het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en niet aan de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door een agrarisch bedrijf, dient per bouwwerk op een agrarisch bedrijf en niet voor het agrarisch bedrijf als geheel te worden beoordeeld of sprake is van een significant verstorend effect op een Natura 2000-gebied. Daardoor biedt het bestemmingsplan ook niet de mogelijkheid om op een agrarisch bedrijf intern te salderen.

Reikwijdte artikel 19j Nb

De Afdeling heeft in het kader van het bestemmingsplan voorts expliciet overwogen dat artikel 19j Nb er niet aan in de weg staat dat het ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan in het plangebied feitelijk en planologisch legaal aanwezige veebestand in het plan als zodanig wordt bestemd. Daartoe is niet vereist dat dat veebestand ook reeds ten tijde van de referentiedata voor de betrokken Natura 2000-gebieden vergund en aanwezig was. Evenmin is vereist dat voor het veebestand een Nb-vergunning is verleend. Ingevolge artikel 19j Nb dient immers slechts rekening te worden gehouden met de gevolgen van de in het plan voorziene ontwikkelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Onder deze ontwikkelingen wordt niet het als zodanig bestemmen van het feitelijk en planologisch legaal gebruik ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan begrepen.

Een planregel die ertoe strekt dat voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een negatief effect op een Natura 2000-gebied, een vergelijking moet worden gemaakt met de bestaande stikstofdepositie, en daarmee de feitelijke veebezetting, op de referentiedata voor de betrokken Natura 2000-gebieden, acht de Afdeling onredelijk bezwarend.

Één-op-één inpassing

Wanneer de raad in (de vast te stellen herziening van) het bestemmingsplan één-op-één inpassingen op wil nemen, is dat mogelijk. Daartoe is vereist dat in de planregels is gewaarborgd dat sprake is van een één-op-één inpassing van het in een onherroepelijke Nb-vergunning vergunde gebruik, onder vermelding van bijvoorbeeld datum en kenmerk van de vergunning. De mogelijkheid van een één-op-één inpassing vloeit voort uit artikel 19j, vijfde lid, Nb, op grond waarvan geen verplichting geldt tot het maken van een passende beoordeling wanneer sprake is van een herhaling of voortzetting van een plan of project ten aanzien waarvan reeds eerder een passende beoordeling is gemaakt en een (nieuwe) passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren omtrent de significante effecten van het plan.

Franca Damen, advocaat natuurbeschermingsrecht, omgevingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.