Eén schuldeiser maakt nog (steeds) geen faillissement

Voor een succesvolle aanvraag van het faillissement van een schuldenaar, is vereist dat die schuldenaar ten minste twee schuldeisers heeft. Aan dit vereiste, het pluraliteitsvereiste, is voldaan als blijkt dat er naast de aanvrager van het faillissement nog een andere partij een vordering op die schuldenaar heeft. Deze tweede vordering wordt een steunvordering genoemd.

Steunvordering

Ontbreekt een steunvordering dan wordt het faillissement niet uitgesproken. Deze wat formele regel is erin gelegen dat als er maar één schuldeiser is, er ook geen faillissement en curator nodig zijn om het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder de schuldeisers.

De eisen aan een steunvordering zijn niet al te hoog. De steunvordering hoeft niet opeisbaar te zijn en het maakt niet uit of de steunvordering is gedekt door een zekerheid, zoals een pandrecht. Toch blijkt het in de praktijk vaak lastig voor een schuldeiser om een steunvordering op te sporen.

Tijd voor verandering?

In een recente uitspraak van de Hoge Raad, probeerde een schuldeiser de Hoge Raad te verleiden om van het pluraliteitsvereiste terug te komen. Volgens deze schuldeiser moet het pluraliteitsvereiste worden losgelaten, onder andere omdat het ertoe kan leiden dat een schuldenaar steeds snel alle steunvorderingen betaald, om zo het faillissement te voorkomen.

Ook lijkt het pluraliteitsvereiste wat achterhaald: het faillissement en de curator hebben in de maatschappij tegenwoordig een grotere rol dan slechts het verdelen van vermogen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de rol van de curator als speurder naar fraude. Daarnaast is het de vraag of een schuldenaar waarvan vaststaat dat ze haar enige schuldeiser niet kan of zal betalen, eigenlijk niet ook failliet hoort te worden verklaard.

De Hoge Raad blijkt echter onvermurwbaar. Hij handhaaft het pluraliteitsvereiste. Een schuldeiser die op het faillissement van een schuldenaar uit is, zal daarom nog altijd op zoek moeten naar een steunvordering. De schuldeiser zal vervolgens moeten hopen dat die steunvordering niet snel voor de behandeling van het verzoek alsnog betaald wordt.

Commentaar

De uitspraak van de Hoge Raad lijkt mij overigens in lijn met eerdere uitspraken van de Hoge Raad waaruit volgt dat er geen faillissement op eigen aanvraag zal worden uitgesproken als een vennootschap geen vermogen (meer) heeft. Ook dan is er geen faillissement en curator nodig om het vermogen te verdelen.

Erik Luten, advocaat insolventierecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.