Eigendom in coronatijd: leveranciers opgelet!

Door het troebele toekomstperspectief tijdens de coronacrisis zijn veel leveranciers genoodzaakt (financiële) maatregelen te nemen om deze crisistijd door te komen. Zo kan het zijn dat facturen onbetaald blijven doordat hun afnemers krap bij kas zitten. In deze blog wordt daarom besproken waar de leverancier extra op moet letten in zijn relatie met een afnemer in (mogelijke) financiële moeilijkheden.

Als de afspraak is dat een afnemer direct moet betalen voor de geleverde goederen is er geen probleem. In de praktijk hebben veel partijen alleen alternatieve afspraken, waarbij het vaak voorkomt dat de goederen wel al worden geleverd, maar dat betaling bijvoorbeeld binnen 30 dagen moet of pas hoeft plaats te vinden op het moment dat de afnemer de goederen weer heeft verkocht. Door dergelijke constructies wordt de leverancier eigenlijk gebruikt als financier en heeft de afnemer al het volledige eigendom gekregen over de goederen. Als vervolgens de afnemer niet aan zijn betalingsverplichting voldoet, dan heeft de leverancier een vordering op de afnemer. Hierbij is het natuurlijk wel de vraag wat een dergelijke vordering eigenlijk waard is. De goederen kunnen na verloop van tijd niet zomaar worden opgeëist en er is ook nog het risico dat een afnemer in de tussentijd failliet gaat. 

Mocht het helaas zo zijn dat de afnemer failliet gaat, dan zullen de onbetaalde goederen – zonder afwijkende afspraken – in de boedel vallen. De goederen kunnen dan worden verkocht door de curator en de opbrengsten komen toe aan alle schuldeisers. In de praktijk betekent dit dat de leverancier van de goederen vaak met lege handen komt te staan, terwijl het juist zijn spullen waren die het geld opbrachten voor de andere schuldeisers.

Het afspreken van een eigendomsvoorbehoud kan dergelijke situaties voorkomen. Hiermee wordt namelijk met de afnemer overeengekomen dat het eigendom van de geleverde goederen pas overgaat nadat de afnemer heeft betaald.  Tot die tijd blijven de goederen in eigendom van de leverancier en kan hij de goederen opeisen op het moment dat hij niet wordt betaald.  Bij faillissement van de afnemer zullen de geleverde goederen enkel in de boedel vallen wanneer de volledige koopsom is betaald door de curator. Het is hierbij belangrijk om het eigendomsvoorbehoud ruim te formuleren.

Leveranciers moeten het eigendomsvoorbehoud contractueel met hun afnemers overeenkomen. Een dergelijke bepaling kan in de overeenkomst zelf staan of in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. Ons advies is om daar goed naar te kijken en over na te denken, want vaak vergeten partijen hierover iets af te spreken totdat het te laat is. 

 

 

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.