EU accijnswetgeving: wijzigingen horizontale accijnsrichtlijn.

Recent is de Europese accijnswetgeving aangepast. In deze blog wordt daarop ingegaan.

De nieuwe horizontale accijnsrichtlijn

Op 25 maart 2020 trad de nieuwe horizontale accijnsrichtlijn, Richtlijn (EU) 2020/262 (hierna: de Richtlijn) in werking. De bestaande richtlijn (Richtlijn 2008/118/EG) was al een aantal keren ingrijpend gewijzigd en met nu weer een aantal wijzigingen in het verschiet achtte de Commissie een herschikking noodzakelijk.

De Unie en de lidstaten worden tot 31 december 2021 de tijd gegund om de wijzigingen te implementeren, maar vooral om de elektronische systemen van de lidstaten die aansluiten op EMCS en het EMCS zelf aan te passen (Excisie Movement and Control System (EMCS) is het automatiseringssysteem om accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling over te brengen). Vervolgens treden de onderstaande wijzigingen pas op 13 februari 2023 in werking. Tot die datum blijft de “oude” richtlijn van toepassing.

De belangrijkste wijzigingen lichten we hierna toe.

Gemeenschappelijke drempelwaarde

Schrokken vorig jaar veel vergunninghouders van accijnsgoederenplaatsen waar minerale oliën en/of alcoholhoudende goederen in bulk worden opgeslagen van een vermindering van de normen voor verliezen bij vervoer van accijnsgoederen (genoemd in par 5.8 van de beleidsregels accijnswetgeving), nu maakt de Europese Commissie plannen bekend om gedelegeerde handelingen vast te stellen om te komen tot gemeenschappelijke drempelwaarden voor gedeeltelijke verliezen bij vervoer tussen lidstaten.

Net als bij de Nederlandse norm wordt een gedeeltelijk verlies dat binnen deze norm blijft niet aangemerkt als uitslag tot verbruik. Een lidstaat zal niet verplicht zijn om de norm altijd toe te passen. Heeft een lidstaat een gegronde reden om fraude of onregelmatigheden als oorzaak van het verschil te zien, dan mag deze norm terzijde worden geschoven.

Bij vervoer binnen Nederland blijft de Nederlandse norm gelden (zie onze blog over de verliesnormen: https://www.kneppelhout.nl/actueel/international-trade-regulatory-douane-accijnzen).

Douaneprocedures in de accijnswetgeving

De wijziging van artikel 189, lid 4, van de Gedelegeerde verordening bij het Douanewetboek van de Unie (Verordening (EU) 2018/1063) maakte het mogelijk om accijnsgoederen die onder de regeling uitvoer waren gebracht, verder te vervoeren onder de regeling Extern douanevervoer. Ook de richtlijn staat het gebruik van deze regeling nu toe voor accijnsgoederen (met status Unie-goederen).

De controleprocedure die de lidstaten bij de uitvoer toepassen is beschreven in art 21 van de Richtlijn en is gebaseerd op de Unieke Administratieve Referentiecode. Wanneer de uitvoer dan toch fout gaat, zal een minimale lijst worden vastgesteld met daarin opgenomen de standaard alternatieve bewijzen die kunnen worden gebruikt om de uitvoer van de accijnsgoederen alsnog aan te tonen.

Ook de procedures van toepassing bij het in het vrije verkeer brengen van accijnsgoederen en het directe vervoer van de plaats van invoer naar een andere lidstaat zijn aangepast. De aangever dient in dit geval de geregistreerde afzender te identificeren alsook de geadresseerde. Daarnaast moet ook het bewijs dat de in het vrije verkeer gebrachte accijnsgoederen naar een vergunninghouder in een andere lidstaat werden gebracht, worden verstrekt aan de autoriteiten van de lidstaat waar de goederen in het vrije verkeer werden gebracht.

Overbrengen van in een lidstaat tot verbruik uitgeslagen goederen

Met de invoering van de Gecertificeerde afzender en Gecertificeerde geadresseerde in hoofdstuk 5, afdeling 2 van de Richtlijn, verdwijnt het laatste papieren geleide document in de reguliere accijnsprocedures. Onder de Richtlijn worden veraccijnsde goederen enkel overgebracht tussen de gecertificeerde afzender en gecertificeerde geadresseerde.

Het vervoer van in een lidstaat tot verbruik uitgeslagen goederen naar een andere lidstaat, voor commerciële redenen, vindt nu ook plaats onder dekking van een elektronisch vereenvoudigd geleidedocument. Het EMCS wordt daartoe uitgebreid met de mogelijkheid om de vervoersbewegingen tussen deze gecertificeerde partijen te volgen.

Ook al is de accijns in de lidstaat van verzending al afgedragen, toch moet de gecertificeerde geadresseerde zekerheid stellen voor de risico’s van de overbrenging en moet hij de accijns voldoen in de lidstaat van bestemming volgens de regels van die lidstaat.

Wanneer de lidstaat van bestemming dit toestaat kan de geregistreerde geadresseerde de goederen in ontvangst te nemen op een andere locatie dan zijn bedrijfsruimten wanneer voor de aanvang van de overbrenging daarvan kennis wordt gegeven. Voor de details van deze procedures wachten we even op de nationale uitwerkingen.

Zekerheid bij vervoer vaste pijplijn

De richtlijn laat het stellen van zekerheid bij vervoer door vaste pijplijn nu los. Voor Nederland zal dit laatste weinig effect hebben omdat de zekerheid bij dit vervoer, na toestemming van de inspecteur, achterwege kon blijven (artikel 56 Wet op de accijns).

Overgangsbepalingen

Bovengenoemde wijzigingen moeten op uiterlijk 31 december 2021 zijn geïmplementeerd in nationale wetgeving. Voor Nederland betekent dat de accijnswetgeving neergelegd in de Wet op de accijns (en het Uitvoeringsbesluit accijns en de Uitvoeringsregeling accijns) uiterlijk op die datum moet zijn aangepast. De wijzigingen treden op 13 februari 2023 in werking.

Vragen? Kneppelhout kan uw bedrijf assisteren op het gebied van douane, accijns en internationale handel.

Tim Hesselink, advocaat/partner International Trade & Regulatory, Ton Bendermacher, of counsel International Trade & Regulatory en Eline Mooring, advocaat International Trade & Regulatory.

 

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.