Externe bestuurdersaansprakelijkheid ook zonder persoonlijk ernstig verwijt

De zomers doorbrengen in een vakantievilla aan de Costa Blanca zal velen als muziek in de oren klinken. De aankoop van zo’n villa is dan een goede investering, mits deze aankoop gaat zoals het behoort te gaan. Dit bleek niet het geval in een zaak waarin de Hoge Raad in november 2012 uitspraak heeft gedaan. Aanleiding van deze zaak was een geschil tussen enerzijds de kopers van een vakantievilla in Spanje en anderzijds een vennootschap en haar (indirect) bestuurder die als bemiddelaar optrad bij de verkoop van deze villa’s.

De vennootschap en haar bestuurder waren als deskundig bemiddelaar nauw betrokken geweest bij de aankoop van de villa. Ondanks deze nauwe betrokkenheid heeft de bestuurder de kopers niet of niet voldoende ingelicht over de risico’s van de aankoop. Tevens heeft hij nagelaten de kopers op de hoogte te stellen van de dreigende afbraak van de villa’s. Twee maanden na de aankoop vernamen de kopers dat de door hen gekochte villa was afgebroken door de gemeente, omdat er op dat stuk land niet mocht worden gebouwd zonder bouwvergunning. Naar aanleiding hiervan hebben de kopers de vennootschap en haar bestuurder hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor door hen geleden schade. De grondslag van de vordering was dat de vennootschap en de bestuurder onrechtmatig hadden gehandeld door hen niet op de hoogte te stellen van het feit dat de villa’s illegaal gebouwd waren en er een risico bestond op sloop.

Wanneer is een bestuurder van een vennootschap ook al weer aansprakelijk? Uitgangspunt is dat primair de vennootschap aansprakelijk is voor de door derden geleden schade. Onder omstandigheden kan naast de vennootschap ook een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor  een tekortkoming of onrechtmatige daad van de vennootschap en/of voor het feit dat door zijn onbehoorlijke taakuitoefening de vennootschap in strijd heeft gehandeld met een op haar rustende zorgvuldigheidsverplichting. Naar vaste rechtspraak geldt daarvoor de maatstaf dat de bestuurder persoonlijk een voldoende ernstig verwijt moeten kunnen worden gemaakt.

De Hoge Raad oordeelde in deze zaak dat de bestuurder aansprakelijk was op de grond dat hij in strijd heeft gehandeld met een op hem rustende zorgvuldigheidsverplichting jegens de schuldeisers. De bestuurder is niet aansprakelijk gehouden op grond van tekortschieten of onbehoorlijke taakvervulling, maar op basis van een zorgvuldigheidsnorm die op hem persoonlijk rust en losstaat van de vennootschap. Naar het oordeel van de Hoge Raad gelden daarom voor een dergelijke grondslag de gewone regels van onrechtmatige daad. Er is in een dergelijk geval dus niet vereist dat de bestuurder een persoonlijk ernstig verwijt van zijn handelen kan worden gemaakt. Overigens geldt in een geval als het onderhavige waarin de onrechtmatige gedragingen van een bestuurder in het maatschappelijk verkeer (tevens) als gedragingen van de vennootschap kunnen worden aangemerkt, de vennootschap uit eigen hoofde op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk kan worden gehouden.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.