Fosfaatreductieplan: juridische basis en risico strafbaar feit

Naar aanleiding van onderstaande blog verschenen in de Boerderij van 1 februari 2017 en 3 februari 2017 artikelen over het fosfaatreductieplan voor de melkveehouderij.


Op dit moment wordt het fosfaatreductieplan voor de melkveehouderij voorbereid. Het plan wijzigt nog regelmatig, maar de verwachting is dat het op korte termijn in werking treedt. Naast de juridische kanttekeningen die hierbij zijn te maken, kan het fosfaatreductieplan ook leiden tot een overtreding van de natuurwetgeving.

Landbouwwet

Staatssecretaris Van Dam heeft in zijn brief van 30 december 2016 aangegeven dat hij de mogelijkheid heeft verkend om het fosfaatreductieplan van ZuivelNL te borgen middels een ministeriële regeling op basis van de Landbouwwet. Daarmee kan het fosfaatreductieplan volgens de Staatssecretaris in een algemeen verplichtend voorschrift worden vervat.

De Staatssecretaris heeft niet aangegeven op welk artikel uit de Landbouwwet hij een ministeriële regeling wil baseren. Het meest voor de hand liggend lijkt artikel 13 van de Landbouwwet te zijn. Dit artikel biedt de Minister de bevoegdheid om in een ministeriële regeling een verplichting op te leggen tot het betalen van een geldsom. Dat kan alleen

  • ter bevordering van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmee ten behoeve van de afnemers van producten, of
  • ter uitvoering van verordeningen, richtlijnen, beschikkingen en aanbevelingen van de Europese Unie, voor zover deze betrekking hebben op het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Niet valt in te zien dat sprake is van een van de genoemde situaties. Alleen al om die reden lijkt een ministeriële regeling op basis van de Landbouwwet voor de juridische borging van het fosfaatreductieplan niet mogelijk.

In dat kader is ook de toelichting op artikel 13 van de Landbouwwet interessant. Daarin wordt overwogen dat de in het artikel opgenomen bevoegdheid ertoe strekt om de nadelige gevolgen die voortvloeien uit de sterke schommelingen in het prijsverloop van landbouwproducten, te neutraliseren. Hierdoor moet een stabilisatie worden verkregen, die onder andere strekt tot het verschaffen van een redelijke bestaanszekerheid aan agrarische producenten.

Het fosfaatreductieplan kent een andere doelstelling dan de doelstelling die is beoogd met de in artikel 13 van de Landbouwwet gegeven bevoegdheid. Dat maakt de keuze van de Staatssecretaris daarom ook discutabel.

Het treffen van maatregelen voor het verlagen van de fosfaatproductie lijkt onvermijdelijk gelet op de overschrijding van het fosfaatreductieplafond. Het blijft echter wel belangrijk om ervoor te zorgen dat dat – ook vanuit een juridisch oogpunt – zorgvuldig gebeurt.

Natuurwetgeving

Dat het fosfaatreductieplan kan leiden tot een overtreding van de natuurwetgeving, zal niet het eerste zijn waaraan wordt gedacht als het gaat over het fosfaatreductieplan. Maar ook dit is een belangrijk aandachtspunt. Daarvoor is het volgende van belang.

Veel veehouderijen hebben vanwege de ammoniakemissie van de dieren(verblijven) een toestemming nodig op grond van de natuurwetgeving (vanaf 1 januari 2017 is dit de Wet natuurbescherming; daarvoor was dit de Natuurbeschermingswet). De ammoniakemissie – in het kader van de natuurwetgeving uitgedrukt in stikstofdepositie – kan namelijk negatieve gevolgen hebben voor zogenaamde Natura 2000-gebieden.

Sinds de inwerkingtreding van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) per 1 juli 2015 geldt dat:

  • voor activiteiten met een stikstofdepositie die onder de grenswaarde (die is in beginsel 1,0 mol/ha/jaar) blijft, alleen een melding hoeft te worden gedaan, en
  • voor activiteiten met een stikstofdepositie onder de grenswaarde een vergunning nodig is.

Dit toetsingskader is onder de Wet natuurbescherming hetzelfde gebleven. 

Als een melding is gedaan voor de wijziging of uitbreiding van een veehouderij, dan moet die wijziging of uitbreiding binnen een bepaalde periode worden gerealiseerd. Wordt dat niet gedaan, dan is sprake van een overtreding die wordt aangemerkt als een strafbaar feit.

Als een vergunning is verleend op basis van de PAS, dan is daarin voor de wijziging of uitbreiding van een veehouderij ontwikkelingsruimte toegekend. Als hiervan geen gebruik wordt gemaakt, kan het bevoegd gezag de vergunning intrekken.

Het fosfaatreductieplan zal ertoe leiden dat op een bedrijf minder dieren worden gehouden. Gelet op voorgaande kan dit dus ook in het kader van de natuurwetgeving gevolgen hebben.

Franca Damen, advocaat agrarisch recht en natuurbeschermingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.