Geen verzekeringsuitkering door schending mededelingsplicht

Het niet melden van alle relevante feiten en omstandigheden vóór het sluiten van de verzekering kan ertoe leiden dat uitkering geweigerd wordt. Dit geldt ook voor gewijzigde feiten of omstandigheden in de periode tussen het invullen van de vragenlijst en de acceptatie van de verzekering, zo blijkt uit het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2017 (ECLI:NL:HR:2017:2447).

Casus

Eiseres heeft met Reaal een levens- of overlijdensrisicoverzekering afgesloten, met als ingangsdatum 1 augustus 2011. Hierbij is eiseres als verzekeringnemer en eerste begunstigde aangemerkt en haar echtgenoot als verzekerde. Op basis van deze verzekering zou een bedrag van € 150.000,- uitgekeerd worden bij het overlijden van de echtgenoot voor 1 september 2025.

Voor het afsluiten van de verzekering heeft de echtgenoot een ‘Uitgebreide gezondheidsverklaring’ moeten invullen. Hierin was uitdrukkelijk opgenomen dat de verzekerde al zijn klachten moest vermelden, ook indien hij zou denken dat deze niet belangrijk zouden zijn of er geen arts bezocht zou zijn.

Voorts vermeldt de gezondheidsverklaring: “Als uw gezondheidstoestand verandert na het invullen van dit formulier, maar vóórdat de verzekering tot stand komt, dan moet u dit direct aan REAAL doorgeven. Definitieve acceptatie blijkt uit een definitieve acceptatiebevestiging van REAAL of uit een polis of acceptatieblad dat u wordt toegestuurd”.

Bij de gezondheidsverklaring is een toelichting gevoegd, waarin wordt uitgelegd waarom veranderingen in de gezondheidstoestand doorgegeven dienen te worden, namelijk opdat Reaal op basis van juiste (en actuele) gegevens een inschatting kan maken van het te verzekeren risico. De toelichting vermeldt dat zodra Reaal heeft laten weten dat de verzekering definitief geaccepteerd is, de plicht vervalt om veranderingen in de gezondheidstoestand te melden.

De gezondheidsverklaring vermeldt expliciet dat Reaal de verzekering kan opzeggen, de uitkering kan weigeren of de hoogte van de uitkering kan beperken, indien zou blijken dat één of meer vragen uit de gezondheidsverklaring onjuist of onvolledig beantwoord zijn.

De echtgenoot heeft de gezondheidsverklaring op 1 augustus 2011 ingevuld, en daarbij geen slokdarmklachten vermeld. Hij heeft op 15 augustus 2011 zijn huisarts geraadpleegd in verband met slikklachten. De huisarts heeft hem doorverwezen naar een specialist voor een gastroscopie. In de verwijsbrief maakt de huisarts melding van al een half jaar bestaande slikklachten en een gewichtsverlies van 4-5 kilo. Op 13 september vindt de gastroscopie plaats. De echtgenoot heeft van dit alles geen melding gemaakt aan Reaal. Op 15 september 2011 accepteert Reaal het risico voor de overlijdensrisicoverzekering met terugwerkende kracht ingaande 1 augustus.

Op 29 september 2011 is bij de echtgenoot de diagnose slokdarmkanker gesteld, ten gevolge waarvan hij op 17 mei 2012 is overleden. Reaal heeft uitkering geweigerd, aangezien niet voldaan is aan de mededelingsplicht. Hierop heeft eiseres Reaal in rechte betrokken en betaling van € 150.000,- gevorderd

Procedure

In eerste aanleg heeft de rechtbank Reaal veroordeeld tot betaling van het verzekerde bedrag van € 150.000,-. Het Hof heeft dit vonnis echter vernietigd en geoordeeld dat Reaal niet tot uitkering gehouden is. Volgens het Hof had de verzekerde “redelijkerwijze moeten begrijpen dat van een (relevante) wijziging in zijn gezondheidstoestand sprake zou zijn wanneer zich na de invulling van het vragenformulier omstandigheden zouden voordoen als gevolg waarvan de in de gezondheidsverklaring gegeven antwoorden niet meer of een niet meer volledig juist beeld gaven van zijn gezondheidstoestand.”  Bij de Hoge Raad ligt de vraag voor of in de periode ná het invullen van het vragenformulier tot aan de definitieve acceptatiebevestiging zwaardere eisen aan het kenbaarheidsvereiste moeten worden gesteld dan bij het invullen van dat formulier.

Voor de beantwoording van deze vraag verwijst de Hoge Raad naar artikel 7:928 BW, waarin de omvang van de precontractuele mededelingsplicht van de verzekeringnemer en, bij een persoonsverzekering, van degene op wiens risico de verzekering betrekking heeft (de aspirant verzekerde) is omschreven: de mededelingsplicht geldt slechts voor die feiten die de verzekeringnemer of de aspirant-verzekerde kent of behoort te kennen, en waarvan hij weet of behoort te begrijpen dat zij relevant (kunnen) zijn voor de beslissing van de verzekeraar of, en zo ja op welke voorwaarden, hij de verzekering zal willen sluiten.

Als de verzekeraar in het vragenformulier uitdrukkelijk erop heeft gewezen dat in de periode tussen het invullen van het vragenformulier en het accepteren van het risico mededeling dient te worden gedaan van wijzigingen in de relevante feiten of omstandigheden waarnaar in het formulier wordt gevraagd, dienen bij de beantwoording van de vraag of de mededelingsplicht in die periode is nagekomen, geen zwaardere eisen te worden gesteld aan het kenbaarheidsvereiste ten aanzien van die feiten en omstandigheden dan bij het invullen van dat formulier. De Hoge Raad is het dan ook met het Hof eens dat Reaal niet gehouden is tot betaling van het verzekerde bedrag van € 150.000,-.

Aanbevelingen voor de praktijk 

Het is van belang om vóór het sluiten van de verzekering, maar in een geval als het onderhavige ook in de periode tussen het invullen van de vragenlijst en de acceptatie, alle feiten mede te delen die relevant kunnen zijn voor de risicobeoordeling van de verzekeraar. De gevolgen van het niet mededelen van deze feiten kunnen immers groot zijn voor de verzekeringnemer. Indien deze mededelingsplicht wordt geschonden, dan vindt op grond van artikel 7:930 BW ofwel in het geheel geen uitkering plaats (indien de verzekeraar bij kennis van de ware stand van zaken geen verzekering zou hebben gesloten of indien de verzekeringnemer/verzekerde heeft gehandeld met het opzet de verzekeraar te misleiden) of wordt de uitkering beperkt (indien de verzekeraar de verzekering bij ware stand van zaken slechts gesloten zou hebben onder een hogere premie of lagere verzekerde som). Wees vooral bedacht op hetgeen in het aanvraagformulier staat met betrekking tot de periode gelegen tussen invulling van het aanvraagformulier en de acceptatie van het risico door de verzekeraar!

Lisa van Vliet, advocaat Handel, Industrie & Logistiek

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.