Gemeente Amsterdam niet bevoegd tot ontruimen eigen grond

De gemeente Amsterdam heeft in kort geding tevergeefs geprobeerd om enkele kassahuisjes van rondvaartbedrijven te verwijderen. De kassahuisjes staan op het Stationseiland. Dat is het gebied voor het Amsterdamse Centraal Station aan de kant van het Damrak. De vordering tot ontruiming van de kassahuisjes is door de kort gedingrechter afgewezen in de uitspraak van 27 juli 2016. Dit vonnis vult de reikwijdte van privaatrechtelijke bevoegdheden van gemeenten in. Het is de gemeente volgens het vonnis niet toegestaan om zonder goede reden ineens ontruiming van opstallen op haar grond te vorderen.

In deze zaak speelde het volgende. De gemeente Amsterdam is eigenaresse van de openbare ruimte bij het Stationseiland. Hoewel de rondvaartbedrijven aanvankelijk geen toestemming hadden om huisjes te plaatsen, heeft de gemeente sinds 2003 haar beleid gewijzigd. Sindsdien worden de rondvaartbedrijven geacht toestemming voor gebruik van de openbare ruimte te hebben. Er zijn ook vergunningen verleend voor de kassahuisjes. Na het ontvangen van een aansprakelijkstelling van een rondvaartbedrijf dat elders kassahuisjes heeft (een concurrent van de gedaagden dus), is de gemeente de ontruimingsprocedure gestart. De concurrent stelde schade te lijden door de aanwezigheid van de huisjes. De gemeente wilde de aansprakelijkheid beperken door de kassahuisjes te ontruimen.

De rechter verwijt de gemeente dat zij niet kenbaar heeft gemaakt dat de (privaatrechtelijke) toestemming voor het gebruik zou worden ingetrokken. Ook heeft de gemeente niet duidelijk gemaakt wat het spoedeisend belang is. Dat is vereist voor de ontvankelijkheid van de vordering in kort geding. Op geen enkele manier is komen vast te staan dat het concurrerende rondvaartbedrijf daadwerkelijk in zijn vermogen is aangetast door de aanwezigheid van de kassahuisjes op het Stationseiland. Het is overigens ook maar zeer de vraag of dit in een kortgedingprocedure wel voldoende kan worden getoetst. De ontruimingsvordering wordt dan ook afgewezen.

Ten overvloede noemt de rechter nog enkele feiten die de gemeente niet hebben geholpen. Zo gaat de gemeente het gebied niet voor 2020 herinrichten, duurt de situatie al twaalf jaren voort en heeft de concurrent eerder geen bezwaar gemaakt tegen het plaatsen van de kassahuisjes. Kortom, het gebruik van privaatrechtelijke bevoegdheden van overheden is aan beperkingen gebonden, zeker als er ook (publiekrechtelijk) vergunningen zijn verleend. Dat is eerder ook al aan de orde geweest in het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2009. In die kwestie maakte de gemeente Amsterdam misbruik van haar privaatrechtelijke bevoegdheid door een mobiele snackbar bij de Amsterdam Arena geen toestemming te geven voor gebruik van de openbare ruimte, terwijl de benodigde vergunningen al wel waren verleend.

Hoe dan ook, op het Stationseiland zullen voorlopig nog wel kassahuisjes staan.

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.