Gemeente niet aansprakelijk voor schade na misser met paspoort

De gemeente Zeist hoeft niet te betalen voor een gemiste vakantie, nadat een inwoner van de gemeente ten onrechte geen paspoort werd verstrekt. Ook voor immateriële schadevergoeding was geen aanleiding, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Aansprakelijkheid gemeente

Een gemeente kan op verschillende manieren aansprakelijk zijn. Een van die manieren is naar aanleiding van onrechtmatige overheidsbesluiten. Als een besluit van de gemeente is vernietigd door de rechter (of als het besluit is ingetrokken omdat het niet juist is), kan er een recht op schadevergoeding ontstaan. De eisen van de onrechtmatige daad gelden in dat geval: (i) onrechtmatigheid, (ii) toerekenbaarheid, (iii) schade, (iv) causaliteit en (v) relativiteit. De hoogte van de schadevergoeding kan worden ‘gecorrigeerd’ op het moment dat de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend (artikel 6:101 BW). 

Eigen schuld / schadebeperkingsplicht

In de zaak uit Zeist liep het stuk op artikel6:101 BW. Dit artikel bepaalt dat degene die zijn schade op een ander wil verhalen, de schade dient te beperken voor zover dat mogelijk is en redelijkerwijs van hem kan worden verwacht.

Wat speelde er in deze zaak? De betreffende inwoner had voor zijn nieuwe paspoort een pasfoto aangeleverd die volgens de gemeente niet voldeed aan de eisen. Zijn aanvraag voor een nieuw paspoort is daarom bij besluit van 31 maart 2015 geweigerd. Bij besluit van 9 april 2015 heeft de gemeente alsnog een paspoort verstrekt, waarbij een pasfoto identiek aan de eerder aangeleverde pasfoto is gebruikt. De pasfoto bleek dus wel degelijk aan de eisen te voldoen. Dit is voor de Zeistenaar een reden om in bezwaar te gaan tegen het eerste besluit van de gemeente. Het bezwaar wordt gegrond verklaard en het eerste besluit wordt ingetrokken.

Doordat de gemeente in eerste instantie de aanvraag voor een nieuw paspoort heeft afgewezen, heeft de aanvrager de door hem geboekte vakantie naar Duitsland (ter waarde van € 491,20) moeten annuleren. Hij wenst deze schade dan ook vergoed te krijgen. De grondslag voor de schadevergoeding is het onrechtmatige besluit om het paspoort (de eerste keer) te weigeren.

De Raad van State oordeelt als volgt. De onrechtmatigheid van het eerste besluit van de gemeente staat vast. De gemeente zegt dat zelf ook al; de aangeleverde pasfoto had wel kunnen worden gebruikt. De schade komt echter niet voor vergoeding in aanmerking op grond van artikel 6:101 BW. Hierbij spelen de volgende feiten een rol. De gemeente heeft de inwoner zowel per brief (van 21 januari 2015) als per mail (van 2 maart 2015) laten weten dat de pasfoto niet aan de vermeende eisen voldoet, waarbij de inwoner in de gelegenheid is gesteld een nieuwe pasfoto aan te leveren. De inwoner besluit niet aan het verzoek van de gemeente te voldoen, maar boekt wel een vakantie naar Duitsland. De Raad van State is van mening dat de inwoner, gelet op de perikelen rond de aanvraag van zijn paspoort, zijn schade had kunnen beperken (lees: voorkomen) door te wachten met het boeken van een vakantie. De gevolgen van het alvast boeken van een vakantie dienen daarom voor rekening van de inwoner zelf te komen en niet voor de gemeente. Eigen schuld dus.

Wanneer immateriële schadevergoeding?

Het komt wel vaker voor dat een benadeelde immateriële schadevergoeding eist. De grondslag daarvoor is in dit specifieke geval artikel 6:106 lid 1 aanhef en onder b BW. Hierin is bepaald dat een benadeelde recht heeft op schadevergoeding als hij in zijn eer of goede naam is aangetast. Dit wordt zelden toegewezen. Ook in de paspoortzaak uit Zeist werd het verzoek om immaterieel schadevergoeding afgewezen. De Raad van State overweegt het volgende. Voor zover de te late verlening van het paspoort onrust, ongemak, spanning en frustratie heeft veroorzaakt, kan dit niet als zo ernstig worden beoordeeld dat de inwoner in zijn persoon is aangetast. Ook op deze grond kan de inwoner daarom geen aanspraak maken op schadevergoeding.

Tot slot

In deze zaak is gekozen voor de bestuursrechtelijke weg om schadevergoeding te (proberen te) krijgen. In dit geval had de benadeelde de keuze tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter. De keuze voor de bestuursrechter is verklaarbaar, omdat het een laagdrempelige en goedkope manier is om schade door onrechtmatig overheidshandelen vergoed te krijgen. Voor meer uitleg over de bevoegdheidsverdeling tussen de burgerlijke en bestuursrechter verwijs ik naar de blog: ‘bestuursrechter of burgerlijke rechter bij schadeclaims door onrechtmatig overheidshandelen?’.

Michiel de Groote en Anne de Jong, advocaten vastgoed- en overheidsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.