Heel Holland bakt

Een bakkerij is veroordeeld om een boete van € 250.000 betalen aan  Taartenwinkel.nl. Uit de uitspraak van 23 mei 2018 van de rechtbank Amsterdam blijkt dat deze bakkerij met Taartenwinkel.nl de afspraak had gemaakt dat hij de online verkoop van taarten exclusief via deze webwinkel zou laten verlopen. In strijd met die afspraak had de bakkerij toch taarten geleverd aan concurrerende webwinkels.

De feiten

In mei 2017 stelde Taartenwinkel.nl zich op het standpunt dat de bakkerij in strijd met deze exclusiviteitsafspraak had gehandeld door taarten te leveren aan Toptaarten.nl, Geschenkbezorgen.nl en Taartbezorgen.nl. De bakkerij weigerde echter de contractuele boete te betalen. Hierop stapte Taartenwinkel.nl naar de rechter en vorderde dat zou worden vastgesteld dat de bakkerij was tekortgeschoten in de nakoming van de exclusiviteitsafspraak en dat deze worden veroordeeld tot betaling van de contractuele boete, welke boete door Taartenwinkel in haar vordering werd ‘gematigd’ tot € 2 miljoen.

Oordeel van de rechtbank

De bakkerij heeft vergaande verweren gevoerd tegen de vorderingen van Taartenwinkel.nl. Zo stelde de bakkerij dat er geen overeenkomst tot stand zou zijn gekomen. De overeenkomst was weliswaar ondertekend, maar de bakkerij had deze niet eerst gelezen. Ook zou de bakkerij hebben gedwaald, omdat niet was medegedeeld dat in de overeenkomst ook een boete stond op overtreding van de exclusiviteitsverplichting. De rechtbank legt deze verweren terzijde. Van een industrieel opererend bedrijf als de bakkerij mag worden verwacht dat zij de overeenkomst leest en begrijpt. Hier mocht Taartenwinkel.nl ook van uitgaan.

Vervolgens beroept de bakkerij zich erop dat de exclusiviteitsafspraak nietig is wegens strijd met het Europese en/of nationale kartelverbod.

Volgens de  Rechtbank is het Europese kartelverbod niet van toepassing, omdat de handel tussen de lidstaten niet ongunstig wordt beïnvloed. De rechtbank past daarom uitsluitend artikel 6 Mededingingswet (Mw) toe. Onder verwijzing naar het ANVR / IATA-arrest wijst de rechtbank erop dat de bakkerij onvoldoende (economische) feiten en omstandigheden heeft gesteld. De rechtbank toetst de exclusiviteitsafspraak daarom niet aan de Groepsvrijstelling verticale overeenkomsten (Groepsvrijstelling). De rechtbank stelt wel vast dat sprake is van een bagatel in de zin van artikel 7 lid 1 Mw. De gezamenlijke omzet van de bakkerij en Taartenwinkel.nl overschrijdt immers (na aftrek van onderlinge transacties) de drempel van € 5,5 miljoen niet. Bijgevolg is het Nederlandse kartelverbod niet op de exclusiviteitsafspraak van toepassing. 

De rechtbank concludeert dat de exclusiviteitsafspraak geldig is en gaat vervolgens na of de bakkerij is tekortgeschoten in de nakoming ervan. Dit blijkt het geval. Taartenwinkel.nl had gesteld dat de bakkerij taarten had geleverd aan Topgeschenken en de bakkerij had deze stelling onvoldoende gemotiveerd betwist. Bijgevolg is de bakkerij de contractuele boete verschuldigd. Deze wordt vervolgens wel door de rechter gematigd vanwege de scheve verhouding tussen de hoogte van die boete en de bij de zaak betrokken belangen. Hierbij is relevant dat de bakkerij had gesteld dat zij failliet zou gaan als de volledige boete zou worden opgelegd en dat Taartenwinkel.nl concreet slechts had aangetoond dat 1400 taarten aan Topgeschenken.nl waren geleverd.

Commentaar

De onderhavige zaak laat weer eens zien dat strijd met het kartelverbod geen gelegenheidsargument is. Een partij die stelt dat sprake is van een schending van het kartelverbod en/of het verbod op misbruik van een economische machtspositie, moet relevante feiten aanvoeren en die onderbouwen. Wat overigens niet wegneemt dat het behoorlijk lastig kan zijn om de juiste balans te vinden, ook kostentechnisch.

Strikt genomen had de rechtbank niet in hoeven te gaan op de Groepsvrijstelling voor verticale overeenkomsten. Omdat er sprake was van een bagatel, was het kartelverbod sowieso niet op de exclusiviteitsafspraak van toepassing. Zou de bagatelgrens wel zijn overschreden, dan zou wel gelden dat de exclusiviteitsafspraak alsnog geldig kon zijn op grond van deze Groepsvrijstelling. Voorwaarde is wel dat het marktaandeel van zowel de bakkerij als Taartenwinkel niet groter is dan 30%.

Het aardige is dat in geschillen over exclusiviteitsbedingen het meestal de leverancier is die klaagt over schending van een exclusiviteitafspraak met diens afnemer. Dit speelt in het bijzonder bij (de beëindiging van) exclusieve distributierelaties. Voor zulke exclusiviteitsbedingen geldt een maximale duur van vijf jaar. Duurt de overeenkomst langer of is deze gesloten voor onbepaalde duur, dan geldt de groepsvrijstelling niet, wat overigens niet meteen wil zeggen dat sprake is van overtreding van het kartelverbod. Zie in dit verband ook de blog: Verplichte exclusieve afname van bier en mededinging: oude wijn in nieuwe zakken?.

In deze zaak is het echter andersom; de exclusiviteit is een verplichting van de leverancier (de bakkerij) ten gunste van de afnemer (Taartenwinkel.nl). In die situatie geldt de maximale duur van vijf jaar niet.

Esther van Aalst, advocaat mededingingsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.