Herziening van de rechten van luchtvaartpassagiers: zijn de luchtvaartmaatschappijen gehoord?

De Europese Commissie heeft op 13 maart 2013 een voorstel gedaan om de Europese regelgeving met betrekking tot passagiersrechten te veranderen. De Commissie kondigde een pakket maatregelen aan om te garanderen dat vliegtuigpassagiers nieuwe en betere rechten op informatie, verzorging en herroutering krijgen als zij stranden op een luchthaven. Opvallend is dat de Commissie het van belang acht dat de verplichtingen uit de Europese regelgeving financieel realistisch blijven en de luchtvaartmaatschappijen in aansluiting daarop tegemoet gekomen worden in het voorstel van de Commissie. Daar waar het Europees Hof van Justitie de praktische en financiële nadelige gevolgen voor luchtvaartmaatschappijen niet als onevenredig beschouwde, lijkt de Commissie zich te realiseren dat luchtvaartmaatschappijen momenteel weldegelijk onevenredig zwaar benadeeld kunnen worden.

Recapitulatie ontwikkelingen passagiersrechten
In 2004 werd in de Europese wetgeving vastgelegd (EU-verordening 261/2004) dat luchtvaartmaatschappijen onder bepaalde omstandigheden bij vertraging passagiers bijstand moeten verlenen, bijvoorbeeld door het verzorgen van accommodatie en daarnaast bij annulering passagiers financieel moeten compenseren. Het Europees Hof van Justitie bepaalde vervolgens in november 2009 in het veelbesproken Sturgeon arrest dat er niet alleen bij annulering, maar ook bij vertraging recht is op financiële compensatie. Dit is alleen mogelijk bij vertraging langer dan drie uur en indien er geen sprake is van buitengewone omstandigheden. Een maatregel die bijzonder geschikt is om het doel van een hoog niveau van bescherming te bereiken, aldus het Hof van Justitie. Dit had zeer nadelige praktische en financiële gevolgen voor de luchtvaartmaatschappijen, die zich vervolgens verzetten tegen de Sturgeon rechtspraak. Het Amtsgericht Köln en de High Court of Justice legden daarom prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie omtrent de draagwijdte van het Sturgeon arrest. In haar arrest van 23 oktober 2012 bevestigde het Hof de uitleg die zij in het Sturgeon arrest aan de Verordening 261/2004 heeft gegeven. Daartoe stelde het Hof onder andere dat de compensatie strookt met het evenredigheidsbeginsel, dat vereist dat de handelingen van de instellingen van de Europese Unie niet buiten de grenzen treden van wat geschikt en noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de rechtmatige doelstellingen die met de betrokken regeling worden nagestreefd, en dat de veroorzaakte nadelen niet onevenredig zijn.

Voorstel Europese Commissie aanpassing Verordening 261/2004
Op 13 maart 2013 heeft de Europese Commissie voorgesteld de Europese regelgeving met betrekking tot passagiersrechten te veranderen. Het voorstel zorgt voor een actualisering van de passagiersrechten op vier gebieden: (1) verduidelijking van grijze zones (2) nieuwe rechten, (3) handhaving, klachtenprocedures en sanctionering en (4) te hoge kostprijs. Ik zal mij bij de bespreking van de door de Commissie voorgestelde aanpassingen beperken tot de voor dit artikel relevante aanpassingen (de toelichting op alle aanpassingen is te vinden op www.europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-203_nl).

Volgens de huidige regelgeving hebben passagiers recht op bijstand bij vertragingen van 2, 3 of 4 uur, afhankelijk van de afstand van de vlucht. Het Europees Hof van Justitie heeft bepaald dat passagiers financiële compensatie kunnen vorderen bij een vertraging van 3 uur of langer (behoudens buitengewone omstandigheden). In haar voorstel schrijft de Commissie dat in geval van vertraging passagiers het meest gebaat zijn bij duidelijke informatie, verzorging en bijstand terwijl zij wachten. Daarom worden in het voorstel niet alleen nieuwe informatievereisten ingevoerd, maar wordt ook het recht van de passagiers op verzorging en bijstand versterkt. Passagiers kunnen in alle gevallen van vertraging van 2 uur of langer een beroep doen op dit recht, ongeacht de afstand van de vlucht.

De echte prioriteit voor de gestrande passagier is echter om zo snel mogelijk weer thuis of op de plaats van bestemming te geraken, aldus de Commissie. Wat de financiële compensatie betreft stelt de Commissie voor om de termijn die recht geeft op compensatie vast te stellen op 5 uur voor alle vluchten in de EU en korte internationale vluchten van minder dan 3500 km, op 9 uur voor alle internationale vluchten van minder dan 6000 km en op 12 uur voor vluchten van meer dan 6000 km. De huidige termijn van 3 uur zou in de meeste gevallen te kort zijn om voor reserveonderdelen of een vervangingsvliegtuig te zorgen, vooral in het geval van technische defecten op een luchthaven op grote afstand van de thuisbasis van de luchtvaartmaatschappij.

Volgens de huidige wetgeving moeten luchtvaartmaatschappijen consumpties en accommodatie aanbieden voor een onbeperkte periode, zelfs in geval van een ernstige verstoring waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed heeft. Er is geen limiet verbonden aan de bijstand, waardoor luchtvaartmaatschappijen geconfronteerd kunnen worden met buitenproportioneel hoge claims (zoals bijvoorbeeld in het geval van de aswolkcrisis). De Commissie stelt daarom voor om de accommodatie in het geval van buitengewone omstandigheden te beperken tot drie nachten.

Bovendien geeft de Commissie aan dat bij kleinschalige luchtvervoeractiviteiten het sneller mogelijk is dat de kosten die de luchtvaartmaatschappijen ingevolge de verplichtingen van de Verordening oplopen niet in verhouding staan tot hun inkomsten. Volgens de Commissie zou geen accommodatie meer moeten hoeven worden aangeboden aan passagiers van vluchten van minder dan 250 km met luchtvaartuigen van minder dan 80 stoelen.

Commentaar
Na het Sturgeon arrest in november 2009 is er vloedgolf van procedures tegen luchtvaartmaatschappijen ontstaan. In zaken waar de vaste compensatiebedragen de ticketprijs vele malen overstijgen werd door luchtvaartmaatschappijen beargumenteerd dat de passagiers een buitenproportionele hoge vergoeding werd toegekend, waardoor de luchtvaartmaatschappijen geconfronteerd werden met onevenredig zware financiële lasten. Het Hof accepteerde deze voor luchtvervoerders nadelige mogelijkheid blijkbaar door in oktober 2012 te oordelen dat de nadelige gevolgen voor luchtvervoerders ingevolge de maatregel van forfaitaire financiële vergoeding niet onevenredig zijn en dat de maatregel daarmee niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

Voor de Juridisch Up To Date nummer 22 van 6 december 2012 schreef ik met mijn collega Marjolein van Herk-van Tilburg het artikel “De forfaitaire compensatie voor passagiers van vertraagde vluchten: een nieuwe loterij?”. In dat artikel beargumenteerden wij dat het evenredigheidsbeginsel tweeledig is en niet alleen voorziet in de voorkoming van onevenredige nadelen, maar er ook in voorziet dat de handelingen van de instellingen van de Europese Unie niet buiten de grenzen treden van wat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de rechtmatige doelstelling van de betrokken regeling. Dat passagiers in sommige gevallen (met name bij low cost carriers) buitenproportioneel hoge vergoedingen ontvangen mag dan volgens het Hof niet een onevenredig nadeel voor de luchtvervoerder zijn, maar treedt ons inziens wel buiten de grenzen van wat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een hoog beschermingsniveau van passagiers.

Met betrekking tot de verplichting gestrande passagiers bijstand te verlenen, komt de Commissie de luchtvaartmaatschappijen nu tegemoet omdat het daarbij kennelijk niet acceptabel is dat de kosten die de luchtvaartmaatschappijen ingevolge de verplichtingen van de Verordening oplopen niet in verhouding staan tot hun inkomsten. Luchtvaartmaatschappijen kunnen worden geconfronteerd met buitenproportioneel hoge claims. Ondanks dat dit ook het geval kan zijn ten gevolge van de maatregel van forfaitaire financiële compensatie, verwijst de Commissie niet naar deze argumenten bij haar voorgestelde versoepeling van de verplichting de vertraagde passagiers financieel te compenseren. De huidige termijn van 3 uur is volgens de Commissie simpelweg te kort om reserveonderdelen of een vervangingsvliegtuig te regelen.

Conclusie
De Commissie constateert dat het mogelijk is dat de kosten die de luchtvaartmaatschappijen ingevolge de verplichtingen van de Verordening oplopen niet in verhouding staan tot hun inkomsten en de luchtvaartmaatschappijen geconfronteerd kunnen worden met buitenproportioneel hoge claims. Echter, de Commissie acht dit slechts niet acceptabel met betrekking tot de verplichting bijstand te verlenen.

Dat de verplichting vertraagde passagiers financieel te compenseren er ook toe kan leiden dat de kosten van de luchtvaartmaatschappijen niet in verhouding staan tot hun inkomsten en kan leiden tot buitenproportioneel hoge claims, wordt niet genoemd door de Commissie in haar voorstel. Wellicht niet verwonderlijk, want zou de Commissie dit wel doen, dan zou dit haaks staan op de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.

Hoe dan ook, het voorstel verduidelijkt belangrijke aspecten die aan de bron lagen van de problemen voor zowel passagiers als luchtvaartmaatschappijen. Hoewel de ontwikkeling van de rechten van luchtvaartpassagiers de luchtvaartmaatschappijen al veel geld gekost heeft, worden de luchtvaartmaatschappijen nu in het voorstel enigszins tegemoetgekomen middels een versoepeling van de verplichtingen bijstand en accommodatie te verlenen en vertraagde passagiers financieel te compenseren. Zijn de luchtvaartmaatschappijen in de verloren procedures van de afgelopen jaren dan wellicht toch gehoord?

JutDRubriek 06-06-2013

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.