Het interstatelijk effect van staatssteun: oriëntatiehulp 2.0

In 2015 heeft de Europese Commissie (Commissie) in een persbericht van 29 april 2015 aan de hand van zeven steunmaatregelen uitgelegd hoe het interstatelijk effect van lokale initiatieven moet worden beoordeeld. Inmiddels is de Commissie op de ingeslagen weg doorgegaan. In een persbericht van 21 september 2016 worden vijf nieuwe steunmaatregelen besproken waar eveneens het ontbreken van interstatelijk effect centraal staat. De relevantie hiervan is groot. Als een maatregel geen interstatelijk effect heeft, is er van staatssteun geen sprake.

De vijf nieuwe maatregelen

Steun voor de bevordering gebruik minderheidstaal

Twee besluiten hebben betrekking op Spaanse steun voor lokale media die gebruik maken van het Valenciaans (staatssteunzaak SA.45512) respectievelijk het Baskisch (staatssteunzaak SA.44942). In beide gevallen gaat het om een taal die beperkt is tot een regionale markt met hooguit een marginaal effect op de handel tussen de lidstaten.

Steun voor de modernisering van een zeehaven

Het derde besluit heeft betrekking op steun voor de modernisering van de haven van Wyk op het Duitse Waddeneiland Föhr (staatssteunzaak SA.44692). De haven van Wyk bedient slechts het eiland Föhr en trekt niet of nauwelijks buitenlandse schepen aan. Bovendien is het overgrote deel van de toeristen dat Föhr bezoekt, afkomstig uit Duitsland (98,27%). Bijgevolg heeft de steun geen gevolgen voor de handel tussen de lidstaten.

Steun voor de bouw van ouderhuisvesting

In het vierde besluit staat de Portugese steun voor een in 1510 opgerichte historische welzijnsinstelling centraal (staatssteunzaak SA.38920). Santa Casa de Misericordia de Tomar (SCMT) verleent welzijnsdiensten aan ouderen, gehandicapten en kinderen in de gemeente Tomar. De steun is bedoeld voor de bouw van een begeleidwonenfaciliteit ten behoeve van 60 cliënten. Het project heeft een zuiver lokaal karakter dat geen cliënten uit andere lidstaten zal aantrekken. Verder vinden er geen grensoverschrijdende investeringen plaats in vergelijkbare faciliteiten. Ook deze steun ontbeert mitsdien een interstatelijk effect.

Steun voor de bouw van een sportkamp

Het laatste besluit draait om Duitse steun aan het Bayerische Landes-Sportverband (BLSV) voor de bouw van een sportkamp in Beieren (staatssteunzaak SA.43983). Het sportkamp zal naast diverse indoor- en outdoor-sportfaciliteiten, ook overnachtingsvoorzieningen (110 kamers met 299 bedden) omvatten. De meeste activiteiten in het nieuwe sportkamp van BLSV, een non-profitorganisatie, hebben volgens de Commissie geen economisch karakter. De beoefening van amateursport in een non-profitorganisatie vormt immers geen economische activiteit. De enige economische activiteit die de Commissie kan ontdekken is het tegen betaling ter beschikking stellen van de faciliteiten van het sportkamp aan individueel reizende bezoekers. Gebruik van het sportkamp door zulke bezoekers zal echter zo veel mogelijk worden ontmoedigd. Verder is het de verwachting dat het sportkamp nauwelijks bezoekers van buiten Duitsland zal aantrekken. De weinige buitenlandse bezoekers die zullen komen, zullen het sportkamp bezoeken in het kader van non-protit sportevenementen en studentenuitwisselingsprogramma’s. Met name vanwege de geringe omvang van de economische activiteiten, is de steunmaatregel niet geschikt om dat de handel tussen de lidstaten te beïnvloeden.

Commentaar

In het kader van het 'State Aid Modernisation Package' (SAM), wil de Commissie zich uitsluitend gaan toeleggen op echt belangrijke zaken die serieuze problemen kunnen opleveren voor het handelsverkeer tussen de lidstaten. Commissaris Vestager van mededinging heeft dit in een op 14 oktober 2016 gehouden speech nog eens expliciet bevestigd.

De besproken besluiten van de Commissie beogen uitdrukkelijk oriëntatiehulp te geven voor de staatssteunrechtelijke beoordeling van lokale initiatieven. Wel moet bedacht worden dat de ‘guidance’ nogal casuïstisch is. Dit wordt duidelijk als het besluit in de staatssteunzaak SA.44942 (gebruik Baskische taal) vergeleken wordt met het besluit van 13 juni 2007 in staatssteunzaak N 132/2007 (Promotie van de Baskische taal in de media) waar de Commissie stelt dat “in view of the presence of the Basque language in the territory of two Member States as well as of the international competition in the media sector, it cannot be excluded that the measure has nevertheless a certain effect on intra-community trade.” Het blijft dus oppassen.

In algemene zin valt aan de hiervoor besproken besluiten op dat de Commissie minder streng lijkt vast te houden aan het in 2015 geïntroduceerde toetsingskader. Bij de recente beoordeling van de steun voor de Brusselse IRIS ziekenhuizen was dit in zekere zin ook het geval. In die zaak merkte de Commissie op dat voor de beoordeling van een mogelijk interstatelijk effect gekeken moet worden naar 'klantzijde' respectievelijk de 'leverancierszijde'. Een steunmaatregel heeft vervolgens interstatelijk effect zodra dat aan een van beide zijdes aannemelijk is.

Het besluit van de Commissie met betrekking tot de steun voor de bevordering van het Valenciaans is verder nog interessant, omdat de maatregel ten overvloede ook rechtstreeks aan artikel 107 lid 3 VWEU wordt getoetst. Staatsteun voor cultuur kan onder artikel 107 lid 3 sub d VWEU (steunmaatregelen om de cultuur en de instandhouding van het culturele erfgoed te bevorderen) uitsluitend verenigbaar worden verklaard als de steun betrekking heeft “op de inhoud en de aard van het betrokken product, en niet op het medium of de distributie op zich”. Aan deze voorwaarde wordt niet voldaan. Daarom toetst de Commissie de steunmaatregel aan artikel 107 lid 3 sub c VWEU (steunmaatregelen om de economische bedrijvigheid te bevorderen). Het Valenciaans maakt volgens de Commissie deel uit van de Europese culturele erfenis. De bevordering van het gebruik van deze taal dient daarmee het algemeen belang. De steunmaatregel bevat een stimulerend effect en de bijdrage is niet hoger dan noodzakelijk. Tot slot is het niet aannemelijk dat de steunmaatregel op significante wijze de handel tussen de lidstaten zal beïnvloeden. Indien de steunmaatregel al een interstatelijk effect zou hebben, zou deze maatregel op grond van artikel 107 lid 3 sub c VWEU verenigbaar zijn met de interne markt.

Tot slot kan er ten aanzien van de steun voor het sportkamp in het Duitse Bischofsgrün nog op worden gewezen dat de Commissie in dit besluit onderstreept dat de beoefening van amateursport binnen non-profitorganisaties geen economische activiteit vormt. Nieuw is dit niet. Reeds in 2001 kwam de Commissie tot een vergelijkbaar oordeel met betrekking tot de Franse steun voor professionele sportclubs (staatssteunzaak N 118/00). De bevestiging is voor de praktijk wel aardig.

Eric Janssen, advocaat staatssteunrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.