Hoofdelijke verbondenheid – wat betekent dat voor een jurisdictieclausule?

Jurisdictieclausules en toepasselijk recht mogen in grensoverschrijdende verhoudingen niet onderschat worden – het gaat erom wie de thuiswedstrijd speelt, en vaak ook om  aspecten als afwijkende termijnen en de interpretatie van de wet in verschillende jurisdicties. In een uitspraak van 14 april 2017 heeft de Hoge Raad de poging van een verzekeraar gedwarsboomd om in Nederland in plaats van België te procederen voor het verhalen van een deel van de schade van een – beweerde – medeschuldenaar.

Verhaalsmogelijkheid voor de verzekeraars

Bij het vervoer van een lading talkpoeder en het lossen bij de ontvanger in Nederland raakten de goederen beschadigd. Er kwamen drie partijen voor aansprakelijkheid in aanmerking, te weten de leverancier van de oplegger (LAG Trailers), de vervoerder (Poll GmbH) en de (aansprakelijkheids-)verzekeraar van Poll (Zürich AG). De ontvanger van de goederen (Cargill) heeft Zürich conform de bepalingen van het Nederlandse recht voor de schade aansprakelijk gesteld. Zürich voldeed de schade aan Cargill en zocht verhaal bij LAG als medeschuldenaar en deed dat in Nederland naar eveneens Nederlands recht. Echter waren LAG en Poll in de koopovereenkomst voor de oplegger overeengekomen dat de Belgische rechter bevoegd is “voor alle geschillen tussen partijen”. LAG heeft zich daarom een beroep gedaan  op de onbevoegdheid van de Nederlandse rechter. De Rechtbank, het Hof en de Hoge Raad gaven LAG gelijk.

De redenering van Zürich rustte op de regeling art. 6:12 lid 1 BW: Wordt de schuld door een van meerdere hoofdelijk aansprakelijke partijen gedelgd, dan gaan de rechten van de schuldeiser (hier: Cargill) jegens de medeschuldenaars (hier: Poll en LAG) krachtens subrogatie over op de schuldenaar die heeft betaald (hier: Zürich) voor het gedeelte dat de medeschuldenaar aangaat in zijn verhouding tot die schuldenaar. De vordering tegen Zürich was gebaseerd op onrechtmatige daad c.q. art. 6 WAM, dus op Nederlands recht. Volgens Zürich zou de contractuele verhouding tussen Poll en LAG onder de koopovereenkomst in de verhouding van Zürich en LAG buiten beschouwing moeten blijven en alleen de wettelijke subrogatie onder de hoofdelijke verbondenheid in ogenschouw genomen diende te worden.

De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank deze redenering terecht niet heeft gevolgd.

Rechtsverhouding verzekerde – medeschuldenaar moet worden gerespecteerd

In de uitspraak heeft de Hoge Raad de betekenis van de onderlinge juridische verhoudingen tussen de partijen nader onderzocht. Zijn conclusie was dat in het geval dat de verzekeraars, mochten zij de benadeelde schadeloos stellen, niet de schade van de benadeelde vergoedt, maar de schade die de verzekerde in zijn vermogen lijdt door zijn aansprakelijkheid jegens de benadeelde. Daarom is voor het verhalen van schade op een mogelijke medeschuldenaar niet de vordering van de benadeelde jegens de verzekeraars bepalend, maar die van de verzekerde jegens de medeschuldenaar. Dat brengt met zich mee dat de verzekeraar bij wijze van subrogatie alleen in de rechten treedt van de verzekerde en niet (tevens) in de rechten van de benadeelde.

Uiteindelijk is art. 6 WAM ook  alleen maar een beschermingsmaatregel ten gunste van de benadeelde om het risico van een verhaalsmogelijkheid op de schuldenaar voor de benadeelde te beperken. De slotsom is dat de verzekeraar, als hij een medeschuldenaar wil aansprakelijk stellen, de rechtsverhouding tussen de verzekerde en de medeschuldenaar moet respecteren. Zürich als WAM verzekeraar werd slechts gesubrogeerd in de rechten van Cargill tegen LAG voor zover Poll deze rechten zou hebben verkregen en zou hebben uitgeoefend indien Poll zelf aan Cargill zou hebben betaald.

Praktijk

Alvorens een vordering ingediend wordt in geschillen waarbij partijen uit meer dan één land betrokken zijn moet steeds het toepasselijk recht en de jurisdictie worden onderzocht. Dat is niet alleen belangrijk om de kansen en risico’s van de zaak te kunnen inschatten, maar ook om te voorkomen dat een zaak bij een onbevoegde rechter  aanhangig wordt gemaakt en de zaak daarmee wordt vertraagd en er onnodige kosten worden gemaakt.

Niko Oertel, advocaat en Rechtsanwalt, internationaal handelsrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.