Import van kerstfeestartikelen: hoe in te delen in het douanetarief?

Met de feestdagen in het vooruitzicht zijn de kerstartikelen weer in de schappen te vinden. Kerstballen, sneeuwpoppen, kerststallen en kerstverlichting komen uit alle uithoeken van de wereld. Maar wanneer wordt een product geclassificeerd als kerstfeestartikel en wanneer niet? Deze discussie vindt al jaren plaats. Waarom is dit zo van belang?

Wanneer goederen uit derde landen de Europese Unie (EU) binnenkomen en in het vrije verkeer worden gebracht, moet hiervoor een invoeraangifte bij de douane gedaan worden. In deze aangifte moeten de goederen ingedeeld worden onder een bepaalde goederencode. Deze code is namelijk onder andere bepalend voor de hoogte van de invoerrechten die betaald moeten worden wanneer producten uit derde landen in de EU worden ingevoerd.

Indeling producten in het gebruikstarief

Om ervoor te zorgen dat alle goederen ter wereld uniform ingedeeld worden, heeft de Wereld Douane Organisatie voorzien in een namenlijst voor alle soorten goederen, het zogenoemde Geharmoniseerd Systeem (GS). Het GS bestaat uit goederencodes van zes cijfers en wordt wereldwijd als basis gebruikt voor de classificatie. In het Europese douanerecht wordt gebruik gemaakt van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN). De GN is ook een namenlijst en is gebaseerd op de GS. De Gecombineerde Nomenclatuur bestaat uit acht cijfers en bevat alle hoofdstukken, afdelingen, aantekeningen en posten van de GS, maar is net een specifiekere aanvulling hierop. Om wat meer handvatten te geven zijn er Toelichtingen ter aanvulling op het GS en de GN. Deze toelichtingen zijn niet bindend, maar worden gezien als belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van verschillende tariefposten.

Bindende Tariefinlichtingen en Indelingsverordeningen

Ook worden er door de Europese Commissie soms indelingsverordeningen uitgebracht. Deze dienen ter aanvulling op de GN en zijn direct toepasbaar in alle lidstaten. Met deze indelingsverordeningen moet bij het classificeren van producten ten behoeve van een invoeraangifte dus ook rekening gehouden worden. In de praktijk zijn discussies over de classificatie dagelijkse kost. De douane stelt vaak een goederencode met een hoger tarief voor. Importeurs hebben uiteraard belang bij een lager invoertarief en nemen het standpunt in dat een tariefpost met een lager percentage invoerrecht van toepassing is. Dat kan leiden tot navorderingen als de douane de bij invoer gebruikte goederencode niet juist acht. Wie zekerheid wil verkrijgen met betrekking tot de indeling van een product in de GN kan om een zogenoemde Bindende Tarief Inlichting (BTI) vragen bij de douane. Echter kan blijken dat ook dan de douane het niet altijd bij het juiste eind heeft. In dat geval zal na afgifte bezwaar gemaakt moeten worden tegen de BTI.

Zijn sneeuwmannetjes met een lusje kerstfeestversiering?

Een voorbeeld hiervan betreft een arrest van de Hoge Raad over de classificatie van kerstfeestartikelen. In dat geval was er sprake van sneeuwmannetjes voorzien van een lusje. De belanghebbende had hiervoor BTI’s aangevraagd met het standpunt dat de sneeuwmannetjes ingedeeld dienden te worden als kerstfeestartikel onder post 9505 10 van de GN met een douanerecht van 2,7%. De douane gaf een BTI af voor een andere goederencode, namelijk post 3926 40 van de GN als “andere artikelen van kunststof” met een douanerecht van maar liefst 6,5%. In beroep tegen de beslissing op bezwaar heeft de rechtbank deze beslissing van de douane vernietigd. De inspecteur van de douane is tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. De Douanekamer van het Hof stelde de inspecteur in het gelijk, met als standpunt dat de producten in kwestie de objectieve kenmerken en eigenschappen van kerstfeestartikelen zouden missen. Het waren volgens de Douanekamer algemene decoratieartikelen die niet specifiek op het kerstfeest zijn gericht. Uit de toelichting van de Internationale Douaneraad op hoofdstuk 95 leidde de Douanekamer af dat goederen slechts kerstfeestartikelen zijn indien zij door hun eigenschappen en kenmerken gewoonlijk in de kerstperiode worden gebruikt. De Hoge Raad heeft de uitspraak van het Hof in cassatie vernietigd en de belanghebbende uiteindelijk alsnog in het gelijk gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat de producten wel degelijk als kerstfeestartikelen aangemerkt dienden te worden. Ook artikelen die winterfiguren uitbeelden en, gelet op hun afmetingen en hun voorziening daartoe, geschikt zijn om ter versiering bevestigd te worden aan een kerstboom, kunnen als kerstfeestversiering worden aangemerkt. In december 2016 heeft ook de Europese Commissie zich uitgelaten over deze indeling van kerstfeestartikelen door middel van een indelingsverordening. Hierin heeft de Commissie wel specifiek onderscheid gemaakt tussen traditionele kerstfeestartikelen en andere decoratieve artikelen die tijdens de winter doorgaans als versiering worden gebruikt.

Kerstverlichting

Over de indeling van kerstverlichting kan ook getwist worden. In een zaak bij het Gerechtshof Amsterdam had belanghebbende diverse aangiftes gedaan voor lichtnetten voorzien van losse zuignappen voor bevestiging, en heeft deze lichtnetten aangeduid als kerstboomverlichting onder post 9405 30 (3,7% douanerecht). De douane was na een controle na invoer van oordeel dat deze lichtnetten geen kerstboomverlichting waren, maar “andere elektrische verlichtingstoestellen” onder goederencode 9405 4031. Hierop was een percentage van 4,7% van toepassing en de douane legde daarom een navordering op. In een beroepsprocedure tegen de navordering heeft uiteindelijk het Gerechtshof geoordeeld dat de gebruiksdoeleinden van de goederen hoofdzakelijk liggen in de verlichting van kerstbomen, onder andere nu de verlichting gemakkelijk over een kerstoom kan worden gedrapeerd en een donkergroene kleur heeft zodat het lichtnet niet opvalt.

Bij de jaarlijkse kerstinkopen is het voor importeurs van belang goed het gebruik en de bestemming van het kerstartikel te controleren. De vraag die zij zichzelf moeten stellen is: kan het in te voeren product genoeg worden verbonden aan het kerstfeest? Importeurs doen er dus verstandig aan de actuele jurisprudentie en verordeningen te raadplegen. Een Bindende Tarief Inlichting of UTB van de douane hoeft namelijk niet altijd juist te zijn en het maken van bezwaar kan de moeite waard zijn.

Jikke Biermasz, advocaat/partner Handel, Industrie & Logistiek (HIL) en Romy de Jong, juridisch medewerker Handel, Industrie & Logistiek (HIL)

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.