Indirecte steun voor innovatieve starters: het kan staatssteunproof

In een eerst recent gepubliceerd besluit van 29 september 2016 is de Europese Commissie (Commissie) tot de conclusie gekomen dat het gedurende 20 jaar om niet in gebruik geven van overheidsgebouwen aan Wetenschapsparken geen staatssteun vormt. De Wetenschapsparken geven het voordeel namelijk volledig door aan innovatieve starters.

De maatregel

Litouwen is van plan om overheidsgebouwen gedurende 20 jaar om niet in gebruik te geven aan Wetenschapsparken. Op hun beurt moeten de Wetenschapsparken het ontvangen voordeel doorgeven aan kleine en middelgrote ondernemingen die actief zijn binnen deze Wetenschapsparken (zogenaamde innovatieve starters). Dit gebeurt niet alleen door het beschikbaar stellen van onderzoeksfaciliteiten, maar ook door het aanbieden van projectgebonden onderzoek, ontwikkeling, onderzoeks- en innovatiediensten (OO&I-diensten) alsmede consultancydiensten. Op deze manier wil Litouwen de oprichting en ontwikkeling van innovatieve ondernemingen stimuleren. Litouwen heeft de maatregel ter beoordeling aan de Commissie voorgelegd.

Het oordeel van de Commissie

De Commissie merkt allereerst op dat als steunmaatregel wordt aangemerkt (i) een maatregel die door de overheid wordt uitgevoerd of die met overheidsmiddelen wordt bekostigd, waardoor (ii) een of meer bepaalde ondernemingen (iii) een voordeel ontvangen, waardoor (iv) de mededinging wordt vervalst en (v) de handel tussen de lidstaten wordt beïnvloed. De Commissie gaat vervolgens zowel op het niveau van de Wetenschapsparken als de innovatieve starters na of sprake is van staatssteun.

Wetenschapsparken

De Commissie wijst erop dat ingevolge randnummer 22 van de Kaderregeling OO&I een onderzoeksinstituut niet wordt aangemerkt als begunstigde, indien dit instituut uitsluitend optreedt als intermediair met als taak het doorgeven van alle steun. Litouwen heeft gezorgd voor een systeem dat ervoor moet zorgen dat de steun volledig bij de innovatieve starters terecht komt. Mocht er ondanks dit systeem toch nog een voordeel voor de Wetenschapsparken resteren, dan moeten zij dat aan de staat terugbetalen. Bijgevolg ontvangen de Wetenschapsparken geen voordeel.

Innovatieve starters

Litouwen heeft de Commissie gegarandeerd dat de voorschriften van de de-minimis verordening zullen worden nageleefd. Dit betekent onder andere dat het voordeel dat innovatieve starters over drie belastingjaren mogen ontvangen, maximaal EUR 200.000,-- mag bedragen. Verder heeft Litouwen beloofd om vooraf de kortingen op de door de Wetenschapsinstituten aan de innovatieve starters te verlenen diensten, alsmede de prijslijsten voor de huur en ondersteunende diensten bekend te maken. Omdat voldaan is aan de voorwaarden en de-minimis verordening, ontvangen ook de innovatieve starters geen voordeel.

Commentaar

De onderhavige beschikking bevat een aantal interessante aspecten. Allereerst laat de beschikking zien dat in geval van staatssteun steeds gekeken moet worden wie de eindbegunstigde is. Door de maatregel worden de Wetenschapsparken begunstigd. Maar die geven het voordeel volledig door aan de innovatieve starters (ook wel ‘incubators’ genoemd). Zij zijn dus de eindbegunstigden. Nieuw is dit niet. Het Hof van Justitie heeft dit onder andere bevestigd in het pomphouders arrest.

Op de tweede plaats is de Litouwse maatregel een mooi voorbeeld hoe de overheid innovatieve starters op een indirecte wijze steun kan geven zonder in strijd te handelen met de staatssteunregels. De beschikking kan dus als een blauwdruk fungeren in situaties waar de overheid innovatieve starters wil steunen. Indien de blauwdruk correct wordt gevolgd, is in voorkomend geval melding in Brussel niet nodig. Er is dan immers geen sprake is van staatssteun.

Dat de ondersteuning aan de innovatieve starters niet hoeft te worden gemeld, is het gevolg van het feit dat de de-minimisgrens van EUR 200.000,-- niet wordt overschreden. In die situatie ontbeert de maatregel namelijk interstatelijk effect en kwalificeert daarmee niet als staatssteun. Dat van een begunstigde wordt verlangd dat deze een de-minimisverklaring afgeeft, komt ook in Nederland steeds meer voor. Zie daarover de blog: Nieuwe handreiking staatssteun voor de overheid gepubliceerd. Anders dan in Litouwen, bestaat er in Nederland geen register waarin de de-minimisverklaringen worden opgenomen. Dit maakt het voor Nederlandse steunverlenende overheden wel lastig om te controleren of een afgegeven de-minimisverklaring klopt. Maar goed, als het fout gaat moet de begunstigde onderneming op de blaren zitten.

Eric Janssen, advocaat staatssteunrecht

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in en ontvang de laatste nieuwsupdates, artikelen, blogs en evenement notificaties.